0
0
0
s2sdefault

Waterveiligheid in verleden, heden en toekomst staat in de schijnwerpers tijdens het themajaar waarin de Sint-Elisabethsvloed uit 1421 wordt herdacht. Vier waterschappen en Rijkswaterstaat behoren tot de zeventig partijen uit het zuidwesten van het land die activiteiten organiseren.

Tot en met september 2022 zijn er ruim honderd evenementen in West-Brabant en Zuid-Holland. Het themajaar is op 2 juli officieel van start gegaan met de Grote Feestelijke Reddingsdag in Dordrecht. Zo’n 130 leerlingen van basisscholen – De Redders van Dordt – bouwden zelf vlotten en gingen daarmee de rivier op om evacués in veiligheid te brengen.

Verwoestende overstroming
Het zwaartepunt ligt op zaterdag 18 november. Op deze dag vond zeshonderd jaar geleden een van de ergste overstromingen uit de vaderlandse geschiedenis plaats. De Sint-Elisabethsvloed kostte het leven aan duizenden mensen en leidde tot het ontstaan van het natte gebied van de Biesbosch.

Vandaar dat in de herdenking van deze ramp waterveiligheid centraal staat, zegt Sanne van Deelen die vanuit waterschap Brabantse Delta bij de organisatie van het themajaar betrokken is. “Wij willen hiermee de aandacht vestigen op het feit dat het niet vanzelfsprekend is dat we in Nederland droge voeten hebben. Aan dat haakje zijn allerlei activiteiten opgehangen.”

Beeldmerk 600 jaar Elisabethsvloed

De komende vijftien maanden is er van alles te doen en zien, zoals exposities, lezingen, concerten, congressen, educatieve activiteiten, designateliers en wandel- en fietstochten. Ook verschijnen er enkele speciale publicaties, bijvoorbeeld het boek De grote en vreeselike vloed van Lotte Jensen. Het programma wordt nog verder uitgebreid, vertelt Van Deelen. “Door corona hebben we nog het een en ander te regelen.”

Dat is ook de reden dat het themajaar vertraging heeft opgelopen. Het was oorspronkelijk de bedoeling om in januari te beginnen en in december op te houden. “Wij hebben gewacht tot er fysiek weer meer mogelijk was. We hadden geen zin om alles online te organiseren, zoals tijdens de Week van Ons Water in het voorjaar.”

Virtueel belevingscentrum
Behalve Brabantse Delta doen nog drie waterschappen mee aan het themajaar 600 jaar Elisabethsvloed: Hoogheemraadschap van Delfland, waterschap Hollandse Delta en waterschap Rivierenland. Ook Rijkswaterstaat en het Hoogwaterbeschermingsprogramma zijn van de partij.

Zij openden samen eind mei al een online belevingscentrum. Op een interactieve manier wordt het verhaal van de watersnoodramp verteld en ook hoe Nederland nu en in de toekomst omgaat met waterveiligheid. Van Deelen: “Dit belevingscentrum is voor ons het voorportaal voor de boodschap over waterbewustzijn en waterveiligheid die we gezamenlijk uit willen dragen. Ieder heeft zijn eigen programma, maar we zoeken wel de verbinding.”

Van Deelen noemt van de eigen activiteiten van Brabantse Delta de fietstocht die in oktober rondom De Cruijslandse Kreken wordt uitgezet. Dit is een onderdeel van de West Brabantse Waterlinie in de buurt van Steenbergen. “Bewoners en andere belangstellenden kunnen deze tocht in etappes fietsen. We hebben er een quizelement aan toegevoegd.” De bedoeling is ook om op 18 november een speciaal evenement in het westen van Brabant te organiseren. “Daarover zijn we nu in gesprek met de gemeenten.”

Tot slot wijst Van Deelen op de door een andere partij georganiseerde tentoonstelling Op Drift in de Geertruidskerk in Geertruidenberg. Hierin wordt de Sint-Elisabethsvloed op kunstzinnige wijze in een nieuw en eigentijds licht geplaatst. “Echt heel mooi. Je kunt zelfs op het dak eten met uitzicht over een deel van het overstromingsbied.”


MEER INFORMATIE
Website 600 jaar Elisabethsvloed 
Brabantse Delta over het themajaar
H2O Actueel: online belevingscentrum

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.