0
0
0
s2sdefault

Hoe effectief kunnen medicijnresten uit afvalwater worden verwijderd, als poederkooldosering wordt gecombineerd met de biologische Nereda-zuiveringstechnologie? Dat onderzoekt Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) gedurende veertien maanden op de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Simpelveld. Als de proef succesvol verloopt, wil WBL de poederkooltechniek hier meteen op volledige schaal toepassen.

Het is voor het eerst dat de integratie van beide technieken in de praktijk wordt uitgetest. Ad de Man, strategisch adviseur bij Waterschapsbedrijf Limburg, verwacht veel van de in april gestarte proef. “Deze is interessant voor alle waterschappen die gebruikmaken van Nereda. Zeker ook voor onszelf want we passen de technologie nog op drie andere zuiveringslocaties toe.”

Ad de ManAd de Man

WBL wil na afloop van de proef weten hoe effectief de combinatie van poederkooltechniek en Nereda is (zie kader onderaan voor hoe het werkt), wat de kosten zijn en hoe de CO2-voetafdruk eruitziet. De Man: “We gaan vervolgens nog een vergelijking maken met een andere techniek voor het verwijderen van medicijnresten zoals ozonisatie. Hiermee willen wij er zeker van zijn dat de keuze voor poederkool de juiste is. Daarna bepalen we in de zomer van 2022 of we de poederkooltechniek op volledige schaal in Simpelveld toepassen.”

Proef in kader van landelijk innovatieprogramma
WBL voert het project op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) Simpelveld uit in het kader van het landelijke Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit afvalwater van de waterschappen, dat is opgezet door het kenniscentrum STOWA en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Uitgegaan wordt van het onderzoeksdoel van het ministerie: een verwijderingsrendement van 70 procent voor zeven van de elf zogeheten gidsstoffen ten opzichte van het influent van de rwzi. Bij deze stoffen zitten medicijnresten en nog enkele andere microverontreinigingen.

De proef werd in april 2020 al aangekondigd door WBL. Waarom duurde het nog een jaar voordat het zover was? “We hadden tijd nodig voor een goede voorbereiding”, antwoordt De Man. “Er moesten eerst nog onderhoudswerkzaamheden op rwzi Simpelveld worden verricht. Daarna konden we daadwerkelijk beginnen met het opstellen en aansluiten van de poederkooldoseerinstallatie. Omdat Nereda een specifieke procesregeling heeft, moest ook de poederkooldosering daarin worden geïntegreerd.”

Feitelijk al een demo-installatie
WBL huurt de poederkoolinstallatie voor een periode van veertien maanden van Sülzle Kopf. Deze Duitse firma heeft in Berlin en Mannheim al vergelijkbare installaties staan. Gaat het om een pilot- of een demo-installatie? Eigenlijk het laatste volgens De Man. “Op rwzi staan twee Nereda-tanks. In de kleinere tank waarmee een derde van het aangevoerde afvalwater wordt gezuiverd, zal op volledige schaal de poederkool worden gedoseerd. De andere straat fungeert als referentie.”

Het waterschapsbedrijf doet het onderzoek voor een groot deel zelf. Hierbij worden eigen operators actief betrokken en ook studenten van Zuyd Hogeschool in Heerlen ingezet. WBL werkt wel samen met ingenieurs- en adviesbureau Royal HaskoningDHV (RHDHV) dat de Nereda-technologie heeft ontwikkeld en licentiehouder is. “RHDHV is natuurlijk benieuwd hoe de integratie van beide technieken gaat functioneren. De proef in Simpelveld wordt voor RHDHV een erg belangrijk referentieproject.”

Verschil met eerdere proef in Papendrecht
Met het toevoegen van poederkool aan het zuiveringsproces is eerder al een geslaagde proef uitgevoerd op rwzi Papendrecht van waterschap Rivierenland. Het verwijderingsrendement verdubbelde daardoor: in plaats van 40 werd 80 procent van de medicijnresten uit het afvalwater gehaald. Het verschil met de proef in Limburg is dat er in Papendracht een actief slibinstallatie staat, zegt De Man. “Onze innovatie is de combinatie van poederkooldosering en de aërobe korrelslibtechnologie van Nereda. We denken dat we hiermee effectiever kunnen werken, dus met minder dosering aankunnen, omdat het kool langer in de installatie blijft.”

Tijdens de testperiode gaat WBL werken met opklimmende doseringsniveaus. “We beginnen met 5 milligram poederkool per liter influent en daarna 10 en 15. Het laatste niveau van dosering laten we afhangen van de resultaten. Het kan 20 milligram per liter worden maar we kunnen ook naar beneden gaan.”

Ook invloed op kwaliteit van Kaumera onderzocht
WBL onderzoekt nog een aantal andere aspecten, zoals eventuele uitspoeling van poederkool en mogelijke verandering van de bezinkingseigenschappen van het slib. Een belangrijke vraag is ook of de reguliere werking van Nereda intact blijft. De Man: “Verder willen we nog kijken naar de invloed van het doseren van poederkool op de kwaliteit van de nieuwe grondstof Kaumera, die bij het Nereda-proces uit de slibkorrels kan worden gewonnen. Daarom gaat TU Delft een aantal monsters uit beide Nereda-reactoren analyseren.”

Watermonster nemen in SimpelveldFoto: Maartje van Berkel

De poederkooltechniek is volgens De Man vrij eenvoudig in te passen binnen het zuiveringsproces van Nereda. “Het past daarom mooi bij onze modulaire bouwwijze volgens het Verdygo-principe in Simpelveld. De opslag- en doseerunit van de kool kan buiten de tanks worden opgesteld en vervolgens met een leiding worden aangesloten Dan ben je in principe klaar. Veel andere technieken hebben het nadeel dat je extra tanks moet bouwen.”


HOE HET WERKT
Op rwzi Simpelveld passeert het binnenkomende ruwe afvalwater eerst een grofvuilrooster, een zandvanger en een perforatierooster. Daarna wordt het influent opgevangen in de Nereda-buffer. Vanuit deze buffer worden de twee Nereda-tanks afwisselend batchgewijs gevoed en vervolgens belucht. Bij de proef wordt de poederkool toegevoegd in de kleinste tank aan het eind van de beluchte fase, vertelt De Man. “We doseren de poederkool kortdurend. Deze kool wordt halverwege de reactor ingebracht.”

In de bezinkingsfase bezinkt het slib waarin de poederkool is opgenomen. Vervolgens wordt in de voedingsfase het afvalwater aan de onderkant van de tank ingebracht en gaat er gezuiverd aan de bovenkant uit. “De medicijnresten worden daarbij geadsorbeerd in het mengsel van slib met poederkool. De aangroei hiervan wordt gespuid uit de installatie.”

Het slib met de poederkool gaat naar een slibbuffer en wordt ingedikt tot 3 à 4 procent droge stof. Dit wordt met een tankauto afgevoerd naar de zuivering in het nabijgelegen Limburgse dorp Wijlre om daar te worden vergist. Vervolgens wordt het ontwaterd en gedroogd en als grond- en brandstof gebruikt door de Belgische cementfabriek CBR.

Het afvalwater wordt na het verlaten van de tank nog behandeld met zes zandfilters. Dan is het zuiveringsproces klaar en loost WBL het effluent op de Eyserbeek. “Dit is een ecologisch gevoelige bronbeek”, zegt De Man. “Daarom is het extra belangrijk dat het water schoon is.”

MEER INFORMATIE
Toelichting WBL op proef in Simpelveld
H2O Actueel (2020): aankondiging van proef
H2O Actueel (2018): resultaten op rwzi Papendrecht
STOWA over het innovatieprogramma
Informatie over biobased grondstof Kaumera

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.