Nederland wordt nog maar kort serieus geconfronteerd met droogte. In landen ver weg is een tekort aan water al lang een probleem. Kan Nederland leren van droge landen in Zuid-Europa of bijvoorbeeld Australië, Israël of Zuid-Afrika? En gebeurt dat ook? ‘Er is zat kennis op te halen.’

door Kees Jan van Kesteren

Nederlandse waterschappen zijn internationaal actief. Bijna allemaal ondersteunen ze ergens ter wereld wel een project om het waterbeheer aldaar te verbeteren. Samenwerkend binnen de Dutch Water Authorities hebben de Nederlandse waterbeheerders de Blue Deal-ambitie uitgesproken: om 20 miljoen mensen wereldwijd toegang geven tot voldoende, schoon en veilig water. Tot en met 2030 investeren de waterschappen hierin 75 miljoen euro.

Missiestand
Mark van der Werf 180 vk Mark van der Werf“We staan vooral in de hulpstand als we naar het buitenland gaan voor projecten”, zegt Mark van der Werf over de Blue Deal-intenties van de waterschappen. Van der Werf is programmaleider innovatie, duurzaamheid & internationale betrekkingen bij de Unie van Waterschappen.

De waterschappen identificeerden verschillende pijlers onder hun internationale beleid. Ze willen hun kennis en kunde inzetten om waterbeheerders in andere landen te helpen. Ook zien de waterschappen internationaal werk als een manier om zich als aantrekkelijke werkgever op te kaart te zetten. Met hun internationale werkzaamheden dragen ze verder bij aan Rijksdoelen als het behalen van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties.

'Er zijn genoeg landen waar ze ervaringen hebben opgedaan die waardevol kunnen zijn voor de Nederlandse watersector. Er is zat kennis op te halen' - Mark van der Werf

Internationaal leren
Volgens Van der Werf slagen de waterschappen er goed in deze doelen te verwezenlijken. Maar er is ook nog een ander doel: internationaal leren. “Er zijn genoeg landen waar ze ervaringen hebben opgedaan die waardevol kunnen zijn voor de Nederlandse watersector. Er is zat kennis op te halen.”

Melle Nikkes 180 vk Melle NikkelsDat zeggen ook Melle Nikkels, van adviesbureau Aequator Groen & Ruimte, en Hans Waals, adviseur bij Waterschap Hollandse Delta. Nikkels deed promotieonderzoek naar de rol die boeren (kunnen) spelen bij het waterbeheer. Hij analyseerde daarvoor de situatie in Nederland en de Australische provincie Tasmanië. Waals is al sinds 2013 betrokken bij waterprojecten in Zuid-Afrika.

Zuid-Afrika
WISA Cape Town 2018 Hans WaalsDroogte en watertekort speelden de afgelopen jaren een grote rol in Zuid-Afrika. De situatie in 2017, toen het water letterlijk op dreigde te raken, staat iedereen nog wel in het geheugen gegrift. Waals is onder de indruk van de snelheid en beslistheid waarmee de Zuid-Afrikaanse overheid vervolgens reageerde.

Waals: “Door een grote campagne is het watergebruik teruggedrongen. Die campagne liep door, en had ook effect, nadat de dreiging voorbij was. Maar niet alleen dat. De Zuid-Afrikanen zijn ook op zoek gegaan naar structurele oplossingen. In hun geval door op zoek te gaan naar een goede mix van waterbronnen en de afhankelijkheid van de bestaande reservoirs te verminderen.”

Australië
Ook in Australië zijn de afgelopen jaren de nodige stappen gezet om tot een structurele oplossing te komen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het waterverdelingsvraagstuk. Talloze rechtszaken zijn gevoerd om decennia geleden verleende waterconcessies terug te draaien. Nikkels: “Er is een wettelijke infrastructuur rondom het onttrekken van water. Mijn advies zou zijn om die structuur zo in te richten dat veranderingen mogelijk zijn. We weten dat we onze omgang met water aan zullen moeten passen en niet door kunnen gaan zoals tot nu toe. Laten we dan bijvoorbeeld ons vergunningensysteem zo flexibel inrichten dat we die aanpassingen ook door kunnen voeren.”

'Zuid-Afrika is ontzettend goed in stakeholderparticipatie. Daar spelen waterbeheerders een faciliterende rol in het debat en is het aan de belanghebbenden om er samen uit te komen' - Hans Waals

Van de Zuid-Afrikaanse bereidheid om het droogteprobleem op een structurele manier aan te pakken, kan Nederland echt nog wel wat leren, zo Waals. “En doe dat vooral samen. Kijk naar het stikstof-dossier, daar staat iedereen tegenover elkaar en is er geen uitweg meer te vinden. Zuid-Afrika is ontzettend goed in stakeholderparticipatie. Daar spelen waterbeheerders een faciliterende rol in het debat en is het aan de belanghebbenden om er samen uit te komen. Dat werkt, want zo ontstaat geen onduidelijk compromis, maar echt draagvlak voor de gekozen oplossing.”

'In Australië is een watermarkt opgetuigd. Agrariërs hebben het recht om hun waterdeel onderling te verhandelen. Zo wordt aan water een waarde toegekend' - Melle Nikkels

Kritische blik
Nikkels stelt dat concepten uit andere landen niet één-op-één over te nemen zijn en dat een kritische blik ten alle tijden waardevol is. “We kunnen ons wel laten inspireren. Door klimaatverandering worden we vaker met een teveel en een tekort aan water geconfronteerd. Daar moeten we ons op instellen. In Australië is een watermarkt opgetuigd. Agrariërs hebben het recht om hun waterdeel onderling te verhandelen. Zo wordt aan water een waarde toegekend. Dat is belangrijk, want in tijden van droogte is water een schaars goed.”

Om die waterrechten te kunnen verhandelen, zou je moeten weten wie grondwater oppompt en om hoeveel water het gaat. Daar bestaat in Nederland op het moment niet altijd zicht op. In Tasmanië is geprobeerd om boeren zelf te verplichten hun wateronttrekkingen bij te houden. Volgens Nikkels ook een leerpunt. “Monitoring is cruciaal. De gekozen aanpak heeft in Tasmanië een moeizaam proces opgeleverd. Beter zou het zijn om als overheid zelf de regie oppakt.”

Hulpvraag
Volgens Van der Werf wordt er, gezien over de hele breedte van het internationale waterschapswerk te weinig, of althans niet gestructureerd en georganiseerd genoeg, internationaal geleerd. Dat komt deels door de opzet van de Blue Deal-projecten. Ze zijn erop gericht waterbeheerders in andere landen te helpen bij het versterken van goed waterbeheer. Van der Werf: “De meeste projecten draaien om governance. Maar daar zit de Nederlandse hulpvraag niet.”

'Je zou dus eigenlijk de Nederlandse portefeuillehouders droogte, om maar een voorbeeld te noemen, naar het buitenland moeten sturen om zelf op missie te gaan' - Mark van der Werf

“Je zou dus eigenlijk de Nederlandse portefeuillehouders droogte, om maar een voorbeeld te noemen, naar het buitenland moeten sturen om zelf op missie te gaan”, vervolgt hij. “Of binnen de context van de bestaande projecten actief op zoek gaan naar kennis die we nodig hebben. Vervolgens moet je ervoor zorgen dat die opgehaalde kennis op een structurele manier wordt gedeeld met de collega’s in Nederland.”

Waals ziet zulke missies al gebeuren. Hij noemt een voorbeeld uit zijn eigen praktijk. Na zijn positieve indrukken van de participatiemethoden in Zuid-Afrika, ging een groep van vijf waterschappers van verschillende afdelingen naar Durban naar om te leren over de manier waarop ze de stakeholders daar bij het besluitvormingsproces betrekken. “Ze hebben er kennis meegemaakt en er vervolgens een vertaalslag van gemaakt voor de Nederlandse situatie. Precies volgens het boekje dus eigenlijk.”

Niet de gewoonte
Van der Werf is er zeker van dat veel waterschappen hun internationale projecten ook gebruiken om te leren. “Het gaat op veel plekken al goed, maar het kan overal gestructureerder. Ook als het gaat om een belangrijk onderwerp als droogte, is het in de gehele Nederlandse watersector, echt niet alleen de waterschappen, nog te weinig de gewoonte om over de grens te kijken of daar interessante oplossingen zijn gevonden.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!