Waterschap Zuiderzeeland heeft van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank) een lening van 21 miljoen euro gekregen, waarin afspraken over duurzaamheid zijn opgenomen. Bij het halen van drie mijlpalen ontvangt het waterschap een korting op de jaarlijkse rente. Het is voor de eerste keer dat de NWB Bank een duurzaamheidslening aan een klant verstrekt.

Het waterschap gebruikt de lening met een looptijd van dertig jaar om de eigen leningenportefeuille op een financieel gunstige manier aan te passen en daarmee de lastenstijging voor inwoners en bedrijven te beperken. Met het bedrag van 21 miljoen euro worden drie andere leningen met hogere rentes vervangen. Maar ook de koppeling aan duurzaamheid is een duidelijk pluspunt, laat woordvoerder Marjolein Oldenbeuving van Waterschap Zuiderzeeland weten.

“Wij hebben de ambitie om grote stappen in het reduceren van onze CO2-uitstoot te zetten en willen in 2050 klimaatneutraal zijn. Ook hechten we veel belang aan goed werkgeverschap en vergroten van de biodiversiteit. We willen duurzaamheid standaard betrekken in alle onderdelen van ons werk en deze lening past hier natuurlijk heel goed bij.”

Duurzame prestaties beloond
Voor de NWB Bank gaat het om een primeur. De bank heeft voor het eerst in een lening aan een organisatie opgenomen dat het behalen van duurzame prestatie-indicatoren wordt beloond (zie kader ‘Financiering smeerolie in verduurzamingsmachine’). Het idee daarvoor is op tafel gekomen in een overleg op bestuurlijk niveau tussen de bank en het waterschap. De kern is dat Zuiderzeeland een korting krijgt op de jaarlijkse rente van 1,098 procent, als het waterschap aan drie duurzaamheidsambities voldoet: verkleining van de klimaatvoetafdruk, vergroting van biodiversiteit en versterking van aantrekkelijk en inclusief werkgeverschap.

Hierover zijn momenteel afspraken voor een periode van vijf jaar gemaakt, meldt Oldenbeuving. “De hoogte van de korting op de rente is een afspraak tussen ons en de bank, dat wordt niet gedeeld. We rapporteren jaarlijks over het bereiken van de duurzaamheidsdoelstellingen en dit wordt getoetst. Als wij een deel van de doelen halen, krijgen we ook een deel van de korting.”

Drie ambities centraal
De prestatie van het verkleinen van de klimaatvoetafdruk houdt verband met het streven van het waterschap om in 2050 klimaatneutraal te zijn. “Een mooi voorbeeld is de renovatie en verduurzaming van gemaal Vissering op Urk. Ook zijn we bezig met de optimalisatie van de Ephyra-installatie op de zuivering Tollebeek. Hiermee wekken we zelf energie op.”

Voor het vergroten van biodiversiteit heeft Waterschap Zuiderzeeland vorig jaar een agenda opgesteld. Het waterschap gaat bij het onderhoud langs de dijken en watergangen veel meer inzetten op het stimuleren van de verscheidenheid aan planten en dieren. Oldenbeuving: “In de praktijk betekent dit veel minder klepelen en veel meer ‘maaien en ruimen’. Ons doel is uiteindelijk 60 procent van de watergangen volgens deze methode te onderhouden.”

Aantrekkelijk en inclusief werkgeverschap houdt in dat het waterschap iedereen gelijke kansen wil bieden. “Uiteraard nemen we daarbij ook onze verantwoordelijkheid om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen te geven.”


‘FINANCIERING SMEEROLIE IN VERDUURZAMINGSMACHINE’

Waterschap Zuiderzeeland is de eerste klant waaraan de Nederlandse Waterschapsbank een aan duurzaamheid gekoppelde lening verstrekt. Afhankelijk van de ervaringen hiermee hoopt de bank dit type financiering in de toekomst aan meer klanten aan te kunnen bieden. De NWB Bank financiert niet alleen waterschappen maar ook andere organisaties in de (semi-)publieke sector, zoals gemeenten en woningcorporaties.

De lening met duurzaamheidsafspraken past volgens de NWB Bank bij het eigen klimaatactieplan dat zich richt op het reduceren van de klimaatvoetafdruk van de kredietportefeuille en het belonen van organisaties die hierbij erg goed presteren. In een interview in magazine H2O (april 2021) omschrijft bestuursvoorzitter Lidwin van Velden financiering als smeerolie in de verduurzamingsmachine. “De klimaatverandering vergt enorme investeringen in waterbeheer, energie, woningbouw, circulariteit en biodiversiteit. Hierbij kunnen wij niet aan de zijlijn blijven staan.” Daarom is in 2018 de koers vernieuwd. Het jaar daarop financierde de NWB Bank voor 300 miljoen euro aan duurzaamheidsprojecten.


MEER INFORMATIE
Bericht Waterschap Zuiderzeeland
Bericht NWB Bank
H2O-interview Lidwin van Velden

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!