Waterschap Limburg test in de waterkering bij Beesel een nieuwe techniek om de dijk te versterken: de bentonietmat. In Duitsland wordt de mat al toegepast als dijkversterking, in Nederland is de mat tot dusverre alleen gebruikt als afdeklaag in stortplaatsen en soortgelijke toepassingen. In Beesel moet nu duidelijk worden of de techniek ook geschikt is om dijken in Nederland te versterken. De pilot wordt door andere waterschappen met belangstelling gevolgd.

De bentonietmat of de Geo Clay Liner is in feite een bewezen techniek; in Duitsland worden al decennialang GCL’s op dijken toegepast. In Limburg zijn de matten ook al gebruikt, maar dat betrof de versterking van het voorland van de dijk in Neer. In Beesel worden de matten nu voor het eerst ín een Nederlandse waterkering gelegd. Waterschap Limburg gaf gisteren een toelichting op het pilotproject.

De versterking van de groene dijk in Beesel is een van de 16 projecten in de Noordelijke Maasvallei die het waterschap na de watersnood van vorig jaar versneld wil uitvoeren. De kering bestaat uit een groene dijk en wordt deels onderbroken door natuurlijke hoogten in het landschap. De dijkversterking behelst de aanleg van twee nieuwe dijken om Beesel te beschermen tegen het achteromkomende water.

 

Tekening Beesel Dijktraject 73 in Beesel | Bron Projectenboek HWBP 2022

Stevige vorderingen
De totale lengte van het dijkracé bedraagt 1,2 kilometer. Vorig jaar is begonnen met de versterking. “En we maken stevige vorderingen”, zei dagelijks bestuurder Jos Teeuwen van Waterschap Limburg. Hij legde uit waarom het waterschap in Beesel  experimenteert met de bentonietmatten, die werken als ondoordringbare laag en gelden als erosiebestendige bekleding onder een deklaag.

Teeuwen: “De meeste aanwezige klei in de Maasvallei heeft niet de robuustheid die nodig is om als dijkklei te dienen. Door de bentonietmatten te gebruiken hebben we minder van deze hoogwaardige klei nodig en hoeven we deze ook niet van ver aan te slepen. Zo kan vervolgens meer gebruik worden gemaakt van gebiedseigen grond. Een van de belangrijke speerpunten in het innovatieprogramma van het HWBP. ”

Daardoor kan worden bespaard op transport, wat niet alleen goedkoper is, maar ook duurzamer omdat er door het gereduceerde transport minder CO2 wordt uitgestoten. Bovendien is het gebruik van de matten veel minder belastend voor de omgeving tijdens de uitvoering van de dijkversterking, aldus de bestuurder.

Vier secties
De bentonietmatten worden in vier secties van de kering ingebracht, over een totale lengte van zo’n 500 meter. Jan-Willem Bardoel, senior specialist geotechniek bij ingenieursbureau ABT, legde uit dat de matten volgens Duitse specificaties 100 jaar meegaan. In Limburg rekenen ze met een levensduur van 50 jaar. “Met deze matten kunnen we de vette klei op met name het buitentalud vervangen. De mat wordt gevormd door twee lagen geotextiel met daartussen betonietpoeder, een gedroogde kleivorm. Als dat nat wordt zet het uit maar wordt tegengehouden door de twee lagen geotextiel, samen vormen ze een waterdichte laag.”

De matten worden in secties gelegd met uiteenlopende kenmerken. Bardoel: “We hebben de secties geselecteerd op verschillende mate van belasting. Dan heb je het over waterstand en golven, die zijn niet overal gelijk. Over de invloed van de wind en ook hoe een dijkvak is georiënteerd op de zon.”

Ook wordt in Beesel ervaring opgedaan met het aanbrengen van de matten. De Duitse leverancier Naue heeft legplannen geleverd, maar in de praktijk zal toch duidelijk moeten worden hoe de matten gelegd moeten worden in bochten en bij afritten.

Bardoel: “De manier van leggen is een aandachtspunt. We leggen een stuk aan de buitenkant en een stuk aan de binnenkant. Bovenop de dijk maken we ze aan elkaar vast met los bentoniet poeder.” Op het buitentalud wordt de mat tot aan de teen gelegd, aan de binnenzijde tot halverwege het talud - dit om te voorkomen dat er een te grote trekkracht op de matten ontstaat bij hoog water.

Afdeklagen
De matten liggen op de kern van de dijk. Daarbovenop komt een afdeklaag van 80 centimeter. De grond die daarvoor nodig is komt uit de omgeving.

In Beesel wordt geëxperimenteerd met twee afdeklagen, aldus Bardoel. “We hebben twee secties die worden afgedekt met zandige klei uit de omgeving. En we hebben nog twee secties waarvoor zandig materiaal wordt gebruikt als afdeklaag. Dat doen we omdat we willen kijken hoe de vegetatie zich ontwikkelt op de dijk, als er zo’n mat in de kering ligt. We hebben proefvakken gemaakt met verschillende type gras en kruidenmengsels om zo te achterhalen wat zich het best ontwikkelt op die matten.”

De ontwikkeling van de vegetatie zal gedurende vijf jaar worden gevolgd. Hetzelfde geldt voor het vochtgehalte in de dijk, dat met sensoren wordt gemonitord. 

Als de pilot succesvol is, dan willen we de techniek in meerdere dijkversterkingen gaan toepassen, zei Teeuwen. Dat zal dan mogelijk niet alleen in Limburg zijn, maar ook in andere delen van land. De waterschappen Rivierenland en De Stichtse Rijnlanden hebben al geïnformeerd naar de pilot en de bevindingen in Limburg. Binnenkort gaan ze zelf poolshoogte nemen in Beesel.

 

LEES OOK
H2O Actueel over aanleg bentonietmat in Neer

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!