secundair logo knw 1

Beeld uit 2015 van de ontpoldering van de Noordwaard in Werkendam, een groot project van Ruimte voor de Rivier I foto: Beeldbank Rijkswaterstaat / Werry Crone

Het beeld van het integraal waterbeleid tussen 2014 en 2019 en de resultaten daarvan is overwegend positief. Dat laat minister Barbara Visser weten naar aanleiding van onderzoek van TwynstraGudde, Decisio en Sweco. Een kritische noot is dat niet altijd doelen voldoende concreet zijn en een heldere kwantificering daarbij vaak ontbreekt.

Het onderzoek van de drie bureaus was bedoeld om inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op de terreinen van waterveiligheid, waterkwaliteit en zoetwatervoorziening in de periode 2014 tot en met 2019. De uitvoering van dit beleid kostte in totaal 5,3 miljard euro. Verreweg het grootste bedrag ging naar waterveiligheid: 4,75 miljard euro.

Verbetering door Bestuursakkoord Water
Over de uitkomsten van het onderzoek stuurde demissionair minister Barbara Visser vorige week een brief aan de Tweede Kamer. Volgens haar geeft de beleidsdoorlichting een overwegend positief beeld van het beleid en de daarmee behaalde resultaten. De onderzoekers geven in hun rapport bijvoorbeeld aan dat het Bestuursakkoord Water tussen Rijk en decentrale overheden uit 2011 heeft geleid tot een verbetering van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium van het waterbeleid. Ook zijn bij de programma’s HWBP-2, Ruimte voor de Rivier en Maaswerken de doelen in belangrijke mate bereikt.

Visser schrijft hierover het volgende: “De onderzoekers constateren dat binnen Integraal Waterbeleid sprake is van goed geregisseerde en concrete actieplannen die zorgen voor een doeltreffende uitvoering. De instrumenten onder de Deltawet functioneren in samenhang zeer goed, waarmee het waterbeheer een stevige basis kent.”

De onderzoekers van TwynstraGudde, Decisio en Sweco hadden voor ongeveer 10 procent van de uitgaven onvoldoende informatie om uitspraken te doen, omdat beleidsevaluaties of andere relevante documenten ontbreken. Het gaat voornamelijk om uitgaven voor beleidsvoorbereidende onderzoeken voor nieuwe grote programma’s en bijdragen aan derden.

De minister meldt verder in haar brief: “Het beeld van doeltreffendheid en doelmatigheid is overwegend positief, met name op het gebied van waterveiligheid. Weliswaar zijn op basis van de uitgevoerde beleidsevaluaties geen harde conclusie te trekken, maar onderliggende stukken en eindrapportages van enkele grote programma’s zoals Ruimte voor de Rivier en Maaswerken maken deze conclusie aannemelijk.”

Doelen soms weinig kwantitatief
De onderzoekers constateren wel dat diverse aanbevelingen uit eerdere beleidsdoorlichtingen niet zijn opgevolgd. Zo ontbreken op deelterreinen van het waterbeleid concrete indicatoren en zijn doelen daar nog weinig kwantitatief. Volgens de minister is sinds de vorige doorlichting vooral ingezet op een methodiek om de doeltreffendheid en doelmatigheid van waterveiligheidsprojecten te kunnen meten. Hiervan is bij het huidige onderzoek gebruikgemaakt.

Minister Visser besluit haar brief met een verwijzing naar extreme weersgebeurtenissen. “Recente voorbeelden zoals de droogte van de afgelopen jaren, en afgelopen zomer nog de wateroverlast in Limburg met verregaande consequenties voor de betrokken mensen en bedrijven, onderstrepen voor mij het belang van goed en stevig onderbouwd waterbeleid waarvan de doeltreffendheid en doelmatigheid boven elke twijfel verheven is en de omvang van noodzakelijke financiële middelen duidelijk is.” Via de strategische evaluatieagenda wil zij regelmatig met de Tweede Kamer van gedachten wisselen over het nog beter vormgeven van het waterbeleid in de toekomst.

 

MEER INFORMATIE
Kamerbrief van minister Visser
Rapport doorlichting waterbeleid

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Geheel eens met de reactie van dhr. Peters. "Natuur is leuk", maar even niet als het de landbouw in de weg zit. Dan poetsen we het weg als lastig (kleine snippers??) of ongewenst. Gemiste kans want, afgezien de intrinsieke verantwoording die de overheid en haar burgers heeft voor het behoud van onze natuur is het ook van groot belang voor drinkwater, economie (recreatie/vestigingsklimaat), wetenschap en het welbevinden van miljoenen mensen. En dat poets je niet weg tegen de marginale landbouw- en visserijbelangen. 
Ik vond het regeerakkoord een verademing na jaren waarin de werkende meerderheid de hobbies van allerlei clubs betaalde. Als kostwinner betaalde ik sowieso elke maand al een flinke boete. Er is in het hele akkoord toch ook geen enkele veroordeling te lezen voor mensen die vrijwillig kiezen "groen" te leven? Als je dat wilt, ben je toch vrij daarin?
Passende citaten: "Er wordt ingezet op: Een nieuwe, regio-specifieke derogatie van de Nitraatrichtlijn (gebaseerd op gemeten waterkwaliteit zoals in andere landen). En nog een: Daarvoor worden voor natuur, waterkwaliteit, klimaat en luchtverontreiniging waar mogelijk bedrijfsspecifieke emissiedoelen geformuleerd." Wat zijn dat voor criteria? In welke regio's moet dan worden gemeten en waar en bij welke bedrijven passen we dan welke criteria toe? Wie gaat al die gegevens verzamelen en al die metingen desgewenst opnieuw doen? Hoe lang gaat dat duren en hoeveel vervuiling moeten we dan nog toestaan?  En waar slaat 'waar mogelijk' op? We weten toch allang welke industriële vervuiling er is, waar die zich bevindt, en er is toch een kaderrichtlijn water? Dit gaat inderdaad over een ander land. Een ongewenst land.
Tja Jos, Nederland weer van “ons”. Het lijkt mij dat er verschillende “ons” zijn. In veel herken ik mij niet. Kennelijk behoor ik tot een ander “ons”. De “plannen”, ik word er nogal verdrietig van. Ik heb veel bewondering voor jou strijd en lees jouw publicaties graag.
Ik zal nader onderzoek doen naar de feitelijke cijfers die hierbij horen Dit weet ik wel dat mn veelal graslanden die grenzen aan Natura-2000 gebieden vrijwel 100% vrij zijn van toepassing chemische gewasbeschermingsmiddelen. Deze ondernemers moeten zoiets via loonwerkers laten uitvoeren en dat zijn relatief hoge kosten EN zij hebben weinig problemen met wat kruiden in get gras. Uitgezonderd wel daar waar distelvelden jaren zijn gekweekt door onzorgvuldig natuurbeheer!