De vloedgolf in het grensgebied tussen Nepal en Tibet, die vandaag aan minstens 157 mensen het leven kostte en hele dorpen heeft weggevaagd, kan verschillende oorzaken hebben gehad. Wetenschappers in Nepal, China en andere landen – waaronder Nederland – proberen te ontrafelen hoe de ramp zich precies heeft kunnen ontvouwen. Verschillende verklaringen zijn vooralsnog mogelijk.
De plotselinge muur van water, modder en puin die zich vandaag door valleien aan de voet van het Himalayagebergte boorde, sleurde mensen, dieren, gebouwen en infrastructuur met zich mee. Op de filmbeelden die de wereld rondgingen is te zien hoe een drukke grensovergang bij de plaats Rasuwagadhi binnen enkele seconden werd opgeslokt. Mensen renden voor hun leven, maar werden ingehaald door de torenhoge modderstroom. Honderden worden nog vermist.
Aanvankelijk meldde de Amerikaanse geologische dienst (USGS) dat woensdagmorgen ten noorden van de Nepalese hoofdstad Kathmandu een aardbeving met een kracht van 4,4 op de schaal van Richter had plaatsgevonden. Nader onderzoek van de USGS wijst er echter op dat de gemeten seismische energie waarschijnlijk veroorzaakt werd door een gletsjerinstorting en modderstroom.
Ook in Nederland bogen hydrologen zich over de mogelijke oorzaken. “Toen we het nieuws vanmorgen hoorden, hebben we meteen de krachten gebundeld met een groot aantal wetenschappers, en met satellietbeelden en beschikbare metingen geprobeerd te achterhalen wat de oorzaak is van deze gigantische ramp”, vertelde Walter Immerzeel, hoogleraar berghydrologie aan de Universiteit Utrecht, vanavond bij Nieuwsuur. Immerzeel doet sinds 2002 onderzoek naar de hydrologie van het Himalayagebergte.
Op basis van de beschikbare informatie zagen Immerzeel en collega’s dat de vloedgolf in het hart van het rampgebied ongeveer 100 meter diep was, en dat de waterstand in de rivier zelfs 80 kilometer stroomafwaarts met ongeveer 10 meter gestegen was.
“Wat we nu vermoeden is dat er op een hoogte van zo’n 5000 tot 6000 meter een gletsjer is afgebroken, die op zijn pad enorme hoeveelheden ijs, rotsen en sediment heeft meegenomen. Die lawine heeft vervolgens waarschijnlijk een aardbeving veroorzaakt”, aldus de hoogleraar, daarbij benadrukkend dat dit om eerste indicaties gaat die nog nader onderzoek behoeven.
Over de precieze bronnen van al het water dat vanmorgen door de vallei heen drong, zijn verschillende scenario’s mogelijk. Immerzeel: “Als er een enorme massa sneeuw en ijs naar beneden komt, komt daar een grote druk bij kijken. Door die druk kan ijs en sneeuw instantaan smelten en heel veel water genereren. Ook duwt die golf van sediment en ijs het rivier- en grondwater door de vallei heen.” Een andere mogelijkheid is dat er wellicht al eerder een lawine is geweest, een kleinere, die gezorgd heeft dat de rivier geblokkeerd werd, waardoor een soort meer van opgehoopt water ontstaan is. Vervolgens zou een grotere lawine die ophoping kunnen hebben doorbroken.
“De link met klimaatverandering ligt wel voor de hand”, zei Immerzeel ook. “Als je kijkt naar de afgelopen zomer: de bergen vallen uit elkaar. Permafrost smelt, en dat is wat alles bij elkaar houdt. Hoog in de bergen is er steeds meer rotsval; bergen worden instabieler. Dat kan dit soort gebeurtenissen natuurlijk in de hand werken.”
“Nepal wordt vaker geraakt door natuurgeweld, maar de schaal waarop deze ramp zich voltrekt, is echt een andere categorie”, zei Immerzeel vandaag ook in het AD. Daarin merkte hij ook op dat het ontbreekt aan een goed waarschuwingssysteem voor de bevolking. “Helaas hebben we met een grensregio te maken. De afstemming tussen Nepal en China verloopt moeizaam. Technisch gezien is zo’n systeem mogelijk, maar dan moet er wel worden samengewerkt. Want de ellende begint vaak stroomopwaarts in Chinees gebied en eindigt in Nepal.’’