Zo’n 40 procent van het land op aarde is aanzienlijk erop achteruitgegaan door slecht beheer en misbruik van bodem, water en biodiversiteit. Dit heeft rechtstreekse gevolgen voor de helft van de wereldbevolking. Als er niets verandert, wordt volgens de Verenigde Naties de situatie alleen nog maar erger.

Deze waarschuwing staat in het rapport Global Land Outlook 2 met de ondertitel Land Restoration for Recovery and Resilience, dat vorige week is uitgebracht in het kader van het VN-Verdrag ter Bestrijding van Woestijnvorming (UNCCD). De publicatie waaraan vijf jaar is gewerkt, bevat een uitgebreid overzicht van de huidige landdegradatie en schetst drie scenario’s voor de toekomst (zie kader onderaan).

Het heeft ingrijpende gevolgen als op de huidige voet wordt doorgegaan. Dan is in 2050 nog eens 16 miljoen vierkante kilometer van het land aangetast, wat neerkomt op een gebied dat bijna net zo groot is als Zuid-Amerika.

Extra risico voor kwetsbare groepen
Ruim 70 procent van het landoppervlak bevindt zich door menselijke activiteiten niet meer in de natuurlijke staat. Meer dan de helft hiervan - bijna 40 procent – is er sterk op achteruitgegaan. Dit is onder andere het gevolg van landbouw, mijnbouw, verstedelijking, aanleg van infrastructuur en niet-duurzaam gebruik van land en water.

Cover UNCCD rapport

Deze landdegradatie vormt een bedreiging voor ongeveer de helft van de wereldwijde economie – jaarlijks zo’n 44 biljoen dollar – en treft kwetsbare groepen als kleine boeren, vrouwen, jongeren en inheemse volkeren extra. Zo leven 2,3 miljard mensen in landen waar sprake is van waterstress, terwijl tussen 1998 en 2017 droogte direct invloed had op minstens 1,5 miljard mensen. Zoals het nu gaat, dreigt in 2020 de helft van de wereldbevolking te maken te krijgen met ernstige waterschaarste.

Volgens secretaris Ibrahim Thiaw van de UNCCD heeft vooral de moderne landbouw het aanzien van de planeet veranderd. “Wij moeten dringend nadenken over onze mondiale voedselsystemen. Die zijn verantwoordelijk voor 80 procent van de ontbossing en 70 procent van het zoetwatergebruik en vormen de grootste oorzaak van het verlies aan biodiversiteit op land.”

Aanzienlijk potentieel voor landherstel
Een belangrijk onderdeel van het rapport is een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) waarvan de resultaten in juni 2021 zijn gepubliceerd. Hierin is het potentieel van landherstel in beeld gebracht. Uit de studie van het PBL blijkt dat door maatregelen voor natuurherstel en duurzaam landbeheer wereldwijd 5,2 miljard hectare land (ofwel 52 miljoen vierkante kilometer) zou kunnen worden gerestaureerd. Ook hebben landen al de ambitie uitgesproken om een miljard hectare land tegen 2030 te herstellen, een gebied ter grootte van China of de Verenigde Staten

Daarvoor is in het huidige decennium 1,6 biljoen dollar nodig, aldus de UNCCD-publicatie. Dit wordt een fractie genoemd van de 700 miljard dollar die jaarlijks gaat naar ‘perverse’ subsidies voor fossiele brandstoffen en landbouw. In het rapport zijn honderden praktische manieren vermeld om land en ecosystemen te herstellen. Een kleine greep: terras- en contourlandbouw, behoud en herstel van stroomgebieden en opvangen en opslaan van regenwater.

Investeren in grootschalig landherstel kosteneffectief
Een voorbeeld van een al lopend herstelinitiatief is de Grote Groene Muur die dwars door Afrika wordt aangelegd. Het gaat om een brede strook bomen over een lengte van bijna 8.000 kilometer in de regio van de Sahel en de Sahara. Volgens het rapport levert elke dollar die in de aanpak van aangetast land wordt geïnvesteerd, voordelen ter waarde van 7 tot 30 dollar op.

Thiaw zegt hierover: “Investeren in grootschalig landherstel is een krachtig, kosteneffectief instrument om woestijnvorming, bodemerosie en verlies van landbouwproductie tegen te gaan. Als een eindige hulpbron en ons meest waardevolle natuurlijke bezit, kunnen we het ons niet veroorloven om land als vanzelfsprekend te blijven beschouwen.” Het is de bedoeling om daarover nieuwe afspraken te maken tijdens de wereldtop COP15 van de UNCCD. Die wordt van 9 tot en met 20 mei gehouden in Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust.


DRIE SCENARIO’S TOT 2050

1) Business as usual
Dit is volgens het UNCCD-rapport geen levensvatbare weg. Het zou leiden tot extra landdegradatie (16 miljoen vierkante kilometer erbij), lagere productiviteit van planten op een deel van de grond voor landbouw en veeteelt, verder verlies van natuurgebieden en een forse extra uitstoot van CO2.

2) Herstel
Hierbij wordt uitgegaan van het herstel van ongeveer 5 miljard hectare land (35 procent van het wereldwijde landoppervlak) met behulp van maatregelen als boslandbouw, begrazingsbeheer en ondersteunde natuurlijke regeneratie. Dan stijgen de opbrengsten van gewassen met 5 tot 10 procent in de meeste ontwikkelingslanden. Ook zou het vermogen om water in de bodem vast te houden, toenemen met 4 procent in akkers die door regen worden gevoed. De biodiversiteit blijft afnemen, maar minder snel dan in het eerste scenario.

3) Herstel en bescherming
Maatregelen voor landherstel worden aangevuld met beschermingsmaatregelen van gebieden die belangrijk zijn voor onder meer de biodiversiteit, de waterhuishouding en het behoud van bodem- en koolstofvoorraden. Dit levert 4 miljoen vierkante kilometer extra natuurgebied op. Ook wordt een derde van het biodiversiteitsverlies bij ‘business as usual’ voorkomen.

MEER INFORMATIE
Rapport Global Land Outlook 2
Samenvatting voor beleidsmakers
Toelichting door UNCCD
H2O Actueel: onderzoek PBL

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.
Watersporters vragen zich af in hoeverre dit overlast en verandering gaat hebben / geven!
Enerzijds tijdens werkzaamheden, maar anderzijds ook na de werkzaamheden.
Een waterbos zal zeker invloed hebben op het gedrag van golven?
Is daar bij ontwerp, de vorm waarin het wordt aangelegd rekening mee te houden?
Er zijn liefhebbers van vlak water en liefhebbers van mooie golven.
In de huidige zoneringen (o.a. diep / ondiep) konden verschillende liefhebbers terecht op het Wolderwijd.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!