Vitens heeft een jaar met diverse uitdagingen achter de rug, zoals een piekbelasting van het systeem door extreme hitte. Toch lukte het om genoeg water van zeer hoge kwaliteit te leveren, meldt het drinkwaterbedrijf in het jaarverslag over 2019.

Zoals gebruikelijk is het jaarverslag in de lente verschenen. Met ditmaal een bijzonderheid: de aandeelhoudersvergadering van Vitens heeft het verslag nog niet vastgesteld. Vanwege de coronamaatregelen is deze vergadering verplaatst van april naar eind juni. Zo lang de publicatie uitstellen was echter geen optie vanwege de wet- en regelgeving voor het deponeren van de jaarrekening.

Vitens is het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland dat water levert aan 5,8 miljoen klanten en 2,6 miljoen huishoudens. De klanten bevinden zich in de provincies Flevoland, Friesland, Gelderland, Overijssel en Utrecht en enkele gemeenten in Drenthe en Noord-Holland. Er werd vorig jaar 366 miljoen kubieke meter water geproduceerd op 93 locaties en de drinkwateromzet was bijna 329 miljoen euro. Het resultaat na belastingen bedroeg ruim 11 miljoen euro.

Jelle Hannema VitensJelle Hannema

Ongekende piekbelasting in zomer
De twee directieleden Jelle Hannema (voorzitter) en Marike Bonhof hebben het in hun voorwoord over “een uitdagend en toch succesvol jaar”. Hun toelichting: “Ondanks een ongekende piekbelasting van ons systeem door extreme hitte, lukte het ons om al onze klanten 24/7 van goed en genoeg drinkwater te voorzien. De kwaliteit van het geleverde water was zeer hoog. En door de manier waarop we met onze klanten omgaan continu te vernieuwen en verbeteren, bleef ook ons klanttevredenheidscijfer hoog. Tegelijkertijd hebben we belangrijke stappen gezet om onze langetermijnvisie Water voor nu en later handen en voeten te geven, onder andere door samen met andere partijen in de watersector te werken aan een klimaatbestendig watersysteem.”

Hannema en Bonhof vertellen dat in de zomer van 2019 de watervraag met 30 tot 40 procent steeg vanwege het uitzonderlijk warme en droge weer. Toch was er een verschil met het jaar daarvoor. “In 2018 moesten we door de droogte op veel plekken noodgedwongen op het randje van onze operationele mogelijkheden acteren om genoeg water te kunnen leveren aan onze klanten. Dat was dit jaar gelukkig niet nodig.”

Marike Bonhof          Marike BonhofVitens heeft de interne processen en protocollen aangescherpt om beter met extreme weersomstandigheden om te kunnen gaan. Het onderhoudswerk wordt dan bijvoorbeeld stilgelegd, mits verantwoord. Om aan de leveringsplicht te voldoen, was het volgens de directie onvermijdelijk dat in 2019 op een paar locaties meer water moest worden opgepompt dan was toegestaan in de maandvergunning. “Dat zorgde bij ons dan ook voor buikpijn.”

Het drinkwaterbedrijf investeert extra in de infrastructuur, om voorbereid te zijn op de toekomst. De investeringen namen afgelopen jaar met 21 miljoen euro toe. Ook in 2020 wordt een stijging verwacht. Er wordt opgemerkt dat de beperkte vergunningsruimte voor de bouw van nieuwe infrastructuur door de stikstofcrisis een groot risico vormt.

 

-advertentie-

 

 

Bijna 1.400 medewerkers
De omvang van het personeelsbestand is al jarenlang stabiel. Er werken bijna 1.400 medewerkers bij Vitens. De man/vrouwverhouding is behoorlijk scheef: 1.050 mannen en 350 vrouwen, waarbij de laatste groep ook aanzienlijk vaker in deeltijd werkt. Vitens besteedt veel aandacht aan de volgende thema’s: flexibel werken, veilig werken, integer handelen, gezond werken, betrokken medewerkers en opleiden & ontwikkelen.

Het was in 2019 door de krapte op de arbeidsmarkt lastig om aan geschikt personeel te komen. Daardoor liepen de personeelskosten op. Vitens startte met de arbeidsmarktcampagne Ons water, jouw werk. Hierin wordt de maatschappelijke rol van het bedrijf benadrukt. Hannema en Bonhof: “Met succes. We komen steeds beter in beeld als aantrekkelijke werkgever. Daar zijn we trots op.”

Gevolgen van coronacrisis
De directie gaat in het jaarverslag ook in op de coronacrisis. “De drinkwatersector is goed voorbereid op een grieppandemie als deze. Vitens volgt de RIVM-richtlijnen en heeft maatregelen getroffen om de gezondheid van de medewerkers te beschermen en het primaire proces te continueren.”

De drinkwatervoorziening is onderdeel van de vitale infrastructuur. Daarom worden de bij een dergelijke crisis behorende continuïteitsplannen uitgevoerd, aldus Hannema en Bonhof. “Door de volautomatische procesvoering, de mogelijkheid om thuis of op afstand te werken en voorraden hulpstoffen, is Vitens in staat om ook in deze omstandigheden de continuïteit van de drinkwaterlevering te garanderen. Uiteraard geldt dat de omvang en impact van deze crises op het moment van schrijven nog niet helemaal bekend zijn.”

Kerncijfers Vitens 2019Bron: Jaarverslag 2019 van Vitens


MEER INFORMATIE
Vitens over verschijnen jaarverslag 
Online versie van jaarverslag 2019
Campagne Zuinig op ons water
H2O-bericht over jaarverslag 2018

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!