De Unie van Waterschappen en Vewin zijn blij dat de Tweede Kamer deze week drie PFAS-moties heeft aangenomen. Een meerderheid heeft daarmee uitgesproken dat Nederland zich in Brussel moet inzetten voor een snel totaalverbod op PFAS, zoals de beide koepelorganisaties al geruime tijd bepleiten.

Ook moet de regering nog voor volgend jaar zomer samen met de gemeentes PFAS-hotspots in kaart brengen en met beheersmaatregelen komen en moeten bestaande lozingen voortvarend worden aangepakt.

In hun lobby in het parlement benadrukken de Unie van Waterschappen en Vewin, de vereniging van drinkwaterbedrijven, al langer het belang van een totaalverbod op PFAS. Dat is de verzamelnaam voor poly- en perfluoralkylstoffen, die voor bijvoorbeeld anti-aanbakpannen en regenkleding worden gebruikt.

Een totaalverbod - voor zowel essentiële als niet-essentiële toepassingen - is volgens de beide koepels de enige manier om te voorkomen dat deze zeer zorgwekkende stoffen in het milieu, en in het drinkwater, terechtkomt. Dit voorjaar reikten ze de Kamerleden al suggesties aan voor Kamervragen over een advies van de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) hierover.

Bronaanpak
In hun motie voor een Europees totaalverbod verwijzen Kauthar Bouchallikht (GroenLinks) en Eva van Esch (Partij voor de Dieren) ook naar deze ESFA-opinie en naar een rapport van het RIVM. Die kunnen volgens hen "tot geen andere algemene conclusie leiden dan dat de concentraties PFAS in het milieu sterk moeten worden teruggedrongen" en dat "een bronaanpak de enige juiste manier is om te voorkomen dat een persistente stofgroep als PFAS in het milieu en het drinkwater terechtkomt".

Samen met Sandra Beckerman (SP) dienden zij de motie over bestaande lozingen in, waarin ze tevens verwijzen naar onderzoek van Deltares dat laat zien dat de belangrijkste routes van PFAS naar het oppervlaktewater via rioolwaterzuiveringsinstallaties, afvalwaterzuiveringsinstallaties en stortplaatsen lopen. Die zijn volgens hen op korte termijn goed te identificeren en te minimaliseren via vergunningverlening.

De derde motie, over de hotspots, komt van Bouchallikht, Beckerman en Kiki Hagen (D66). De hoge PFAS-gehaltes op deze locaties brengen volgens dit drietal risico’s met zich mee voor de volksgezondheid.

Nationaal totaalverbod
Een motie van Van Esch en Beckerman over een nationaal totaalverbod op PFAS haalde het niet. Dat zou een tussenstap kunnen zijn in afwachting van een Europees verbod op niet-noodzakelijke toepassingen, zo stelden ook Vewin en de Unie dit voorjaar.

Toch willen de koepels zeker niet spreken van een teleurstelling, zegt woordvoerder Amarins Komduur van Vewin. "Wij zijn heel blij met de moties die zijn aangenomen. Het verhaal is nog niet klaar, maar het gaat door de steun van de Kamer voor een Europees totaalverbod en de snelle aanpak van vergunningen de goede kant op. Intussen blijven wij ons inzetten om PFAS bij de bron aan te pakken en dus te voorkomen dat het in het milieu komt."

 

MEER INFORMATIE
Moties vermindering blootstelling aan PFAS
Reactie Vewin
Reactie Unie van Waterschappen
H2O-bericht: Vewin en Unie pleiten bij parlement voor totaalverbod op PFAS

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!