Een eventueel verbod op de eerste zes PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen zou voor telers van consumptieaardappelen goed op te vangen zijn. Dat concludeert Vewin, de koepel van drinkwaterbedrijven, na een studie die onderzoeks- en adviesbureau CLM in opdracht van Vewin uitvoerde.
“Een rijdende trein die op de Nederlandse landbouw afkomt” – zo verwoordde een beleidsmedewerker eerder dit jaar het mogelijke verbod op PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen, dat het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) overweegt. Sinds april is het Ctgb bezig met de zogeheten versnelde herbeoordeling van zes PFAS-pesticiden die in de bodem afbreken tot de PFAS-stof trifluorazijnzuur (TFA).
TFA
In navolging van Denemarken onderzoekt het Ctgb daarom of het de toelating wil gaan intrekken van stoffen die tot TFA afbreken. Dit betreft 6 van de 25 PFAS-stoffen die in Nederland zijn toegelaten als werkzame stof in bestrijdingsmiddelen. Uiterlijk in april 2028 wil het Ctgb hier een besluit over nemen.
Sterke toename PFAS-gebruik
De werkzame stof die in 2024 het meest werd gebruikt (in termen van kilogram per hectare) was fluazinam, een fungicide tegen de ziekte Phytophtora. Daarnaast wordt fluopicolide veel gebruikt, ook tegen Phytophthora.
Vewin maakt zich zorgen over de verontreiniging van grondwater met TFA en andere PFAS, en pleit ervoor dat de goedkeuring wordt ingetrokken van bestrijdingsmiddelen die PFAS bevatten of die tot PFAS afbreken. Zodoende had Vewin CLM gevraagd te onderzoeken welk handelingsperspectief aardappeltelers hebben als alle PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen, of een gedeelte daarvan, in Nederland verboden zouden worden.
Integrated Crop Management
De conclusie: als het Ctgb de zes PFAS die momenteel onder de loep liggen zou verbieden, blijven de meeste ziekten, onkruiden en plagen voldoende beheersbaar. Alleen de chemische bestrijding van Alternaria (bladvlekkenziekte), concludeert CLM, wordt lastiger en kan mogelijk leiden tot enige opbrengstvermindering.
De kans op een Alternaria-infectie kan echter verkleind worden met Integrated Crop Management (ICM). “Dat is eigenlijk een ladder van voorkeur”, legt onderzoeker Peter Leendertse van CLM uit op RTV Noord. “De eerste stap is voorkomen dat je planten überhaupt ziek worden, bijvoorbeeld door te kiezen voor resistente rassen en te zorgen voor een gezonde bodem. Lukt dat niet, dan kijk je naar biologische oplossingen, zoals het stimuleren van de natuurlijke vijanden van plagen. Daarna komen mechanische technieken, zoals moderne schoffels. Pas als het echt niet anders kan, grijp je naar chemie, en dan zo min mogelijk.”
Andere voorbeelden van ICM-maatregelen zijn het voorkiemen van het pootgoed (dit geeft aardappels een groeivoorsprong op onkruid en Rhizoctonia), aanvulling met vlinderbloemigen (zoals erwten) of het verwijderen en afdekken van afvalhopen om besmettingsbronnen te beperken.
Phytophthora en ritnaalden
Voor de beheersing van Phytophthora is preventie echter de belangrijkste strategie, schrijft CLM. Zo kan het risico op infectie aanzienlijk verminderd worden met een gewasrotatie van 1 op 4 jaar, omdat de zoösporen van Phytophthora 3 tot 4 jaar in de bodem kunnen overleven. Ook raadt CLM aan om stalmest te gebruiken (in plaats van compost), en om met Phytophthora besmette planten met hete lucht te behandelen door er met een onkruidbrander overheen te gaan.
Ook tegen ritnaalden raadt CLM aan om ICM-maatregelen te nemen, zoals gewasrotatie of het gebruik van knoflookextract.
Voortvarend inzetten op ICM
Voor de toepassing van resistente aardappelrassen zal overigens ook aan de kant van de afnemer iets moeten veranderen. Supermarkten, fastfoodketens en chipsfabrikanten willen vaak specifieke aardappelrassen, die niet altijd goed bestand zijn tegen ziektes. Fastfoodketens bijvoorbeeld willen vaak friet waar geen stipje op te zien is en waar “een superkwetsbaar aardappelras voor nodig is”, legde Sander van Diepen onlangs uit. Van Diepen is directeur van Biohuis, een vereniging van 1100 biologische boeren en tuinders. “De boer kan dan niet zomaar zeggen: ‘ik ga een ander ras telen’, want hij zit vast aan een afspraak met een (grote) klant.”
Nationaal verbod
Naast de aardappelteelt onderzoekt CLM op verzoek van Vewin en een aantal provincies momenteel ook alternatieven voor negen andere gewassen waarvoor PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.
LEES OOK
