Huiseigenaren zijn niet goed op de hoogte van hun eigen verantwoordelijkheid als het er om gaat waterschade te beperken. Ze verwachten meer van overheden dan wettelijk is geregeld. Dat blijkt uit promotieonderzoek van planologe Karin Snel (Universiteit Utrecht).

Huiseigenaren in overstromingsrisicogebieden hebben de afgelopen jaren een steeds grotere rol gekregen bij het beperken van waterschade na overstromingen. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen terrein en worden aangemoedigd hun tuinen te vergroenen of groene daken aan te leggen. Nog maar enkele decennia geleden lag de verantwoordelijkheid met name bij de overheid. Dat dit beleid is veranderd, is bij veel huiseigenaren nog niet voldoende bekend.

Karin Snel 180 vk Karin SnelPlanologe Karin Snel, die in november promoveert aan de Universiteit Utrecht, onderzocht in drie overstromingsrisicogebieden (Zwolle, Dordrecht en Venlo) in Nederland en drie locaties in Engeland hoe de bewoners daar hun eigen verantwoordelijkheid zagen als het gaat om het beperken van waterschade. Ook vroeg ze hen wat ze van de verschillende overheden en verzekeraars verwachten.

Verwachtingspatroon
“De parallel tussen Engeland en Nederland is dat de bewoners meer van de overheden verwachten dan wettelijk eigenlijk geregeld is”, vertelt Snel. “In Engeland is de rol van de verzekeraars veel groter. Dat speelt bij ons minder. In Nederland zie je dat bewoners denken: ‘ik betaal waterschapsbelasting, daarmee voldoe ik wel aan mijn verantwoordelijkheid.’ Maar dat is niet zo. Ook zie je dat ze de rol van de gemeenten overschatten. Die zijn weliswaar verantwoordelijk voor riool en putten, maar zijn niet verplicht om een rioolsysteem te onderhouden dat piekwaterval aan zou moeten kunnen.”

Dit geeft volgens Snel aan dat er behoefte is aan een duidelijkere communicatie vanuit de overheid in de richting van huiseigenaren in het algemeen en zeker die in gebieden waar overstromingsrisico bestaat. “Pas als burgers op de hoogte zijn van zowel hun verantwoordelijkheden als de feitelijke overstromingsrisico’s, kunnen ze een goed geïnformeerde keuze maken. Het lastige bij dit verhaal is trouwens ook dat de overheid, bijvoorbeeld bij de tragedie in Limburg onlangs, besluit om ruimhartiger te compenseren dan wettelijk is vastgelegd. Het is goed dat die uitzonderingen mogelijk zijn, maar het wijst de inwoners feitelijk niet op hun verantwoordelijkheden.”

Er wordt op dit moment volgens Snel nog te veel gecommuniceerd op een manier die niet aansluit bij de belevingswereld van veel mensen. “De boodschap dat een overstroming een keer in de honderd jaar voor kan komen, geeft geen urgent beeld van de risico’s. Er zijn best communicatie-inspanningen, maar die moeten wat mij betreft wel veel duidelijker.”

Meer gebeuren
Hoewel Engeland dus geen lichtend voorbeeld is als het gaat om de communicatie van de verantwoordelijkheden, ook daar verwachten de inwoners meer van de overheden dan ze op basis van de wet zouden mogen verwachten. Maar Snel denkt dat de Engelsen wel verder zijn op het gebied van risicocommunicatie. “Daar lopen echt meerdere campagnes over de vraag wat je moet doen als er een overstroming aankomt. Engelsen weten beter dat je niet kunt verwachten dat er meteen een helikopter komt om je uit de penarie te halen. Daar zouden we wel van kunnen leren.”

Complicerend, aldus Snel, is wel dat er niet één communicatieboodschap of afzender voldoende zal zijn om alle huiseigenaren te bereiken. “We hebben eigenlijk vier profielen ontleed. Sommige mensen willen het liefst in algemene zin door de Rijksoverheid worden geïnformeerd. Anderen willen juist heel specifiek van hun gemeente of waterschap horen hoe hun situatie is, weer andere vinden communicatie wel belangrijk maar letten niet zo op de afzender. En er is ook een groep die aangeeft geen extra informatie nodig te hebben. Dus het is niet per se makkelijk, maar er moet wel meer gebeuren dan nu het geval is.”

 

MEER INFORMATIE
In november zal Karin Snel promoveren op het proefschrift ‘Flooded with expectations - Exploring the perspectives of residents at flood risk’. Dit is nog niet online na te lezen. In eerdere artikelen beschreef ze al wel deelgebieden van haar onderzoek:
The shifting position of homeowners in flood resilience: From recipients to key-stakeholders
Do the resilient things.’ Residents' perspectives on responsibilities for flood risk adaptation in England
More than a one-size-fits-all approach – tailoring flood risk communication to plural residents’ perspectives

Als deel van het promotie, werkte Snel ook mee aan een website die inwoners wil helpen overstromingsschade te vermijden. Lees hierover het H2O-actueel artikel:
Website helpt burgers hun woning waterproof te maken

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!