0
0
0
s2smodern

In drinkwaterbronnen zijn op grote schaal sporen van gewasbeschermingsmiddelen en hun afbraakproducten aangetroffen, blijkt uit een overzichtsstudie van KWR. Daarom wordt gepleit voor een grotere rol van het drinkwaterbelang in het landelijk en regionaal beleid voor deze middelen.

Het rapport van KWR Watercycle Research Institute geeft een overzicht van welke oude en nieuwe gewasbeschermingsmiddelen voorkomen in Nederlandse drinkwaterbronnen, inclusief de afbraakproducten. De onderzoekers Arnaut van Loon, Rosa Sjerps en Klaasjan Raat hebben daarbij de monitoringdata van de drinkwaterbedrijven uit de periode 2010-2014 onder de loep genomen.

De waterbedrijven produceren jaarlijks zo’n 1,2 miljard kubieke meter drinkwater, waarvan ongeveer 60 procent uit grondwater en 40 procent uit oppervlaktewater. Volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport voldeed 99,9 procent van de metingen in drinkwater in 2016 aan de drinkwaternormen voor de toen bekende stoffen. “Toch blijkt uit recent onderzoek dat de kwaliteit van de Nederlandse waterbronnen onder druk staat door menselijke activiteiten”, schrijven de onderzoekers. Dat komt onder meer door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Veel normoverschrijdingen in oppervlaktewater
Gewasbeschermingsmiddelen - alle bestrijdingsmiddelen behalve biociden - komen in het milieu terecht door verwaaiing, afspoeling naar oppervlaktewater en uitspoeling naar grondwater. In de jaren 2010-2014 zijn op grote schaal sporen van gewasbeschermingsmiddelen en afbraakproducten aangetroffen in de Nederlandse drinkwaterbronnen. De situatie is bij oppervlaktewinningen verre van rooskleurig. Meerdere gewasbeschermingsmiddelen zijn minstens één keer aangetroffen bij alle innamepunten en voorraadbekkens. Op driekwart van de locaties zijn één of meer normoverschrijdingen waargenomen.

Wat betreft grondwaterwinningen zijn de problemen vooral groot waar het gaat om freatisch grondwater (dat niet wordt beschermd door een klei- of leemlaag). In 70 van de 99 van de freatische grondwaterwinningen zijn minimaal één keer sporen van gewasbeschermingsmiddelen of afbraakproducten aangetroffen. Bij 15 procent van deze winningen leidde dit tot incidentele normoverschrijdingen voor één of meer stoffen in het gemengd ruwwater (mengsel van via meerdere winputten opgepompt grondwater). Bij niet-freatische grondwaterwinningen zijn in een vijfde van de gevallen incidenteel restanten van gewasbeschermingsmiddelen geconstateerd.

De KWR-onderzoekers wijzen er verder op dat de toegelaten groep gewasbeschermingsmiddelen zeer uiteenlopende stoffen bevat. Ook verandert de groep voortdurend door introducties en verboden. “Zo waren in 2017 ruim 850 middelen toegestaan op de Nederlandse markt, waaronder een aantal als alternatief voor inmiddels uitgesloten middelen. De continue ontwikkelingen in het pakket aan gewasbeschermingsmiddelen stellen beleidsmakers en waterbedrijven voor grote uitdagingen in de drinkwatervoorziening. Zij moeten tijdig anticiperen op nieuwe inzichten met betrekking tot de risico’s rond het gebruik ervan.” De onderzoekers vinden het zorgwekkend dat diverse recent toegelaten middelen al in grond- en oppervlaktewater worden terugvonden.

Borging drinkwaterbelang in beleid
De kwetsbaarheid voor verontreiniging door gewasbeschermingsmiddelen heeft ook in de toekomst zijn weerslag op de kwaliteit van drinkwaterbronnen, merken Van Loon, Sjerps en Raat op. Zij pleiten ervoor dat het drinkwaterbelang een grotere rol gaat spelen in het beleid voor gewasbeschermingsmiddelen. “In regionaal en landelijk beleid moet het drinkwaterbelang sterker worden geborgd om de benodigde zuiveringsinspanning conform de voorschriften van de Kaderrichtlijn Water zo veel mogelijk te beperken.”

De onderzoekers vinden dat beschikbare gegevens beter moeten worden benut bij de toelatingsprocedure van gewasbeschermingsmiddelen. “Omdat de gewasbeschermingsmiddelenmarkt doorlopend verandert, is het noodzakelijk regelmatig de inspanningen tegen het licht te houden die worden geleverd om drinkwaterbronnen langdurig veilig te stellen.”

Vewin: meer concrete maatregelen nodig
De Vereniging van drinkwaterbedrijven in Nederland heeft gereageerd. “Dit onderzoek onderstreept dat er meer concrete maatregelen vanuit de overheid nodig zijn om de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in drinkwaterbronnen terug te dringen. Daarnaast is meer aandacht nodig voor toezicht en handhaving van bestaande maatregelen, met name gericht op de bescherming van drinkwaterbronnen”, aldus Vewin.

 

MEER INFORMATIE
Bericht KWR over studie
Rapport (download)
Reactie van Vewin

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    p.p.aneia · 11 months ago
    Zeer zorgelijk dat we bestrijdingsmiddelen in ons drinkwater vinden. Maar veel zorgelijker is het dat de regering veelvuldig de boeren de handen boven het hoofd houden en onvoldoende invloed en controle (kunnen) uitoefenen om te zorgen voor een einde aan de vervuiling door de boeren komt. Dan gaat het over fosfaat, nitraat, gewasbeschermingsmiddelen etc.

    Dat de regering nu veel inzet op klimaat is mooi, al is het nog absoluut onvoldoende, maar laten we bedreiging van onze gezondheid en ons drinkwater alstublieft ook hoog op de agenda houden. Als wij de wereld niet beter achterlaten, wordt het alleen maar slechter voor onze kinderen en kleinkinderen.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.
@Michael BentvelsenZoals Leo aangeeft is het onwaarschijnlijk om een “kapot/niet actief” virus aan te tonen met de test aangezien het RNA zeer onstabiel is en in afvalwater snel zal worden afgebroken. Dat het virus nog aangetoond wordt suggereert dus dat de envelop nog intact is en het virus mogelijk nog actief.
Meten en testen is prima, is ook gewenst. Inmiddels bewezen dat Ozon een goede oplossing is. Zie RWZI Houten, RWZI De Groote Lucht, RWZI Aarle-Rixtel, alle hadden goede resultaten met gedateerde Ozontechnieken.
De berichtgeving moet zuiver. Als het effluent getest is met een PCR-laboratorium bepaling wordt er getest op de aanwezigheid van (een deel van) het RNA. Dat kan positief zijn terwijl het virus al lang dood is. Dan zijn er virusresten gevonden, dat is echt wat anders dan het Horus. Dit is van belang om paniek te voorkomen!!
@Leo Heijnen (KWR)De methode meet verschillende 'delen van het RNA' zeg je, en daarmee niet het intacte RNA, en ook niet de virusdeeltjes. Het resultaat bevestigt daarmee dat er SARS-CoV-2 in het monster aanwezig WAS! Niet IS! N.B. Na opwerking van het monster voor detectie kun je niet meer spreken van IS!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.