Jongeren al vroeg laten kennismaken met de watersector: om ze bewust te maken van de wereld die achter keukenkraan en toilet schuilgaat, en misschien om ze enthousiast te maken voor het vele werk dat in de sector te doen is. Hoe doe je dat? En hoe geef je water in het middelbaar onderwijs een plek in de klas? Een waterschap, een drinkwaterbedrijf en een enthousiaste ‘dijkversterker’ vertellen hoe zij dit deden met een project op Technasiumscholen.
Het Technasium is een havo-/vwo-stroming die zo’n twintig jaar geleden in Groningen is opgericht en inmiddels verspreid over het land op een ruime honderd scholen aangeboden wordt. De circa 36.000 leerlingen die dit onderwijs in Nederland volgen, krijgen naast reguliere vakken bètatechnisch projectonderwijs. Dit houdt in dat de leerlingen gedurende hun schooltijd veelvuldig in groepjes samenwerken aan interdisciplinaire, actuele ‘grotemensenvraagstukken’, veelal onder het mom van het vak Onderzoek & Ontwerp (O&O).
De casuïstiek daarvoor komt van uiteenlopende opdrachtgevers, zoals lokale overheden, Schiphol, ProRail, Rijkswaterstaat, musea, dierentuinen of adviesbureaus. Ook de watersector weet het Technasium inmiddels te vinden. Drie verschillende opdrachtgevers vertellen over hoe en waarom zij een Technasiumproject vormgaven en welke ervaring ze hier het afgelopen semester mee opdeden.
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Demi de Kleine - van der MeulenMeer dan 600 Technasiumleerlingen uit de derde en vierde klas van scholen uit Drenthe, Groningen en Friesland deden afgelopen semester mee aan ‘het Delta Dilemma’, vertelt Demi de Kleine - van der Meulen, communicatieadviseur educatie bij Waterschap Drents Overijsselse Delta. Het doel: jongeren bewust maken van waterproblematiek en hun creativiteit benutten, door ze een probleemgebied naar keuze te laten bestuderen en dit zodanig te laten herontwerpen dat het gebied weersextremen beter aankan.
“Meestal kiezen leerlingen een locatie in de eigen provincie, maar dat hoeft niet. Zo was er een groepje Friese leerlingen die onderzoek wilden doen naar een gebied bij Meppel, dus die kwamen bij ons waterschap uit. Op die manier leidt het Delta Dilemma ook weer tot kruisbestuiving tussen de gebieden en de partners met wie we dit samen doen: de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe, het Herstelprogramma Biodiversiteit Fryslân en collega-waterschappen Hunze en Aa's, Noorderzijlvest, Vechtstromen en Wetterskip Fryslân.”
“Hun oplossingen moeten de leerlingen presenteren alsof ze bij een gemeente, provincie of waterschap werken. Hoe ze dat precies invullen mogen ze zelf weten. Sommigen maken een maquette, anderen een campagne, of een prototype-vishotel, of een filter om douchewater te zuiveren tot toiletspoelwater… Het verbaast me elke keer weer waar ze mee komen, en hoeveel kennis leerlingen opdoen bij een Technasiumopdracht.”
“Vanuit het waterschap begeleiden we ook weleens een ‘meesterproef’, het profielwerkstuk dat Technasiumleerlingen in het eindexamenjaar moeten maken. Daarbij heb ik leerlingen een keer een presentatie horen geven over piping, zandmeevoerende wellen en potentiële oplossingen voor een dijkversterking… De dijkbeheerder die erbij zat en ik zaten met onze oren te klapperen. Het leuke is dat wij echt niet alleen maar de leerlingen iets leren: wij leren ook van hen.”
“Het mooie van Technasiumprojecten is dat ze leren onderzoeken, kritisch denken, ontwerpen, presenteren, en vooral samenwerken. Heel belangrijk, want water en techniek gaan hand in hand, van slimme dijken tot creatieve manieren om water te hergebruiken. Hoe meer jongeren dat ontdekken, hoe beter ze straks kunnen meedenken over oplossingen voor de toekomst.”
Een door leerlingen gemaakte maquette van stuw Vechterweerd met vispassage | Beeld: Demi de Kleine - van der Meulen
PWN
Anne Swank“Ik vind het heel leuk dat we hiermee in de volwassenenwereld kunnen helpen, en dat we nu echt bezig zijn om iets te verbeteren wat Nederland kan helpen met drinkwater”, aldus één van de vierdeklasleerlingen van het Ichthus Lyceum die onlangs kennismaakten met het werk van drinkwaterbedrijf PWN. Thema van O&O-vak in kwestie: de Klimaatbuffer die PWN in het IJsselmeer wil aanleggen om haar zoetwatervoorraad te vertienvoudigen, oppervlaktewater met natuurlijke processen voor te zuiveren en de lokale biodiversiteit te vergroten.
“Centrale onderzoeksvraag van het schoolvak is eigenlijk hetzelfde als de vraag die wij zelf momenteel ook onderzoeken in voorbereiding op de Klimaatbuffer”, vertelt Anne Swank, hydrologe en beleidsadviseur drinkwater bij PWN. “Oftewel, hoe kun je nature-based solutions inzetten in het drinkwaterzuiveringsproces en hoe ontwerp je een waterzuiverend landschap?”
“Voor de start van het vak zijn de leerlingen een dag op bezoek geweest op onze productielocatie in Andijk – wat echt heel bijzonder is, want daar hebben we tot nu toe zelden scholen ontvangen. ‘Onderschat ze niet’, kreeg ik mee van de docent. Dus ik heb hooguit mijn taalgebruik aangepast, en inhoudelijk precies hetzelfde verteld als wat ik aan volwassenen over de Klimaatbuffer vertel.”
“Vervolgens zijn ze in de zuiverende landschapjes die wij op ons terrein op pilotschaal testen [een rivier- en oeverlandschap van 0,6 hectare in totaal, red.] aan de slag gegaan met het determineren van water- en oeverplanten en het meten van de waterkwaliteit. In de daaropvolgende weken hebben ze op school maquettes gemaakt, met echte planten en zuiveringstechnieken, en waar echt water doorheen stroomt. Bij de eindpresentaties moesten ze onderbouwen welke planten, materialen en methodes ze hadden gekozen, en welke waterkwaliteit ze hiermee beoogden te bereiken. De school hebben we ondersteund met het maken van het lesmateriaal, en door er als vraagbaak voor de docent en leerlingen te zijn.”
“We willen meer van dit soort samenwerkingen gaan doen. Als doelstelling hebben we onszelf opgelegd dat we het liefst alle kinderen in Noord-Holland willen laten kennismaken met ons werk. Niet alleen om te laten zien wat een mooi vakgebied de watersector is, maar ook omdat je mensen hiermee in een vroeg stadium van hun leven bewust kunt maken van drinkwater en besparing daarvan. Toen ze hier op bezoek waren zag je bij sommigen echt het kwartje vallen: ah, ik douche veel te lang! Als kinderen daar thuis aan de eettafel vervolgens weer vragen over stellen aan hun ouders, heeft dat bovendien een mooi sneeuwbaleffect.”
Joep Verhoef (GMB)Joep VerhoefEen opvallende verschijning in dit rijtje is Joep Verhoef. Na zijn studie civiele techniek en master River Delta Development reisde hij de wereld over om andere landen door een waterbril te bekijken, dacht mee over een waterveilig Rotterdam en schreef samen met andere jonge waterprofessionals een advies aan toenmalig deltacommissaris Peter Glas. Inmiddels werkt hij als werkvoorbereider bij GMB, een familiebedrijf dat actief is op het gebied van onder andere waterveiligheid en waterkwaliteit. Vanuit die rol werkt Verhoef aan dijkversterking Gorinchem-Waardenburg. Sinds drie jaar is hij daarnaast ook ontwikkelaar en co-initiator van het O&O-lesprogramma ‘Het water komt!’, waar afgelopen najaar 115 leerlingen van het Newmancollege in Breda mee aan de slag gingen.
In zijn werk en daarbuiten vertelt Verhoef mensen al jaren graag over de waterwereld die hem lief is. Dat doet hij onder andere in het Watersnoodmuseum, in het kader van de campagne Civiele Helden (“ze vroegen: wat kun jij doen met twee volle bussen studenten?”), of met een lichting architectuurstudenten van de TU Eindhoven of deelnemers van een Deltaprogramma-conferentie achter zich aan. Hij patrouilleerde met dijkwachten trots over ‘zijn’ Gorcumse dijk, is zelf ook vrijwillige dijkwacht, en wie het genoegen heeft met deze bezige twintiger te telefoneren doet er dan ook verstandig aan een uurtje uit te trekken voor een enthousiast gesprek over de waterwereld.
En zo kwam het dat hij in 2023 een lesproject voor het voortgezet onderwijs schreef. GMB gaf hem ruimte om een deel van zijn werktijd aan educatie te besteden en dit schooljaar voor de tweede keer Technasiumleerlingen kennis te laten maken met de waterwereld. Eerder nam hij de leerlingen mee naar het Watersnoodmuseum en de Oosterscheldekering. Ditmaal maakte een bezoek aan Neeltje Jans deel uit van het project. Binnen het O&O-project onderzochten de leerlingen voor een (Nederlandse) regio naar keuze hoe deze met huidige wateruitdagingen kan omgaan aan de hand van bestaande en zelf bedachte strategieën.
Inmiddels hebben ook andere scholen interesse getoond in Verhoefs project. Op de oplossingen die de leerlingen onlangs presenteerden, en de stappen die ze in korte tijd hebben gezet, is hij trots. “Iedere keer dat ik de bewustwording bij iemand zie groeien, groeit bij mij het enthousiasme voor een gezamenlijke aanpak van de wateruitdagingen.”

In Nederland zijn er een aantal bedrijven die dezelfde technolgie leveren.
Waarom wordt er niet samengewerkt met Nederlandse bedrijven?