Atmosferische rivieren – enorme slierten van vocht in de lucht boven de oceaan – komen steeds vaker voor. Zij hebben niet alleen aan de kust van West-Europa grote invloed op de neerslag, maar ook meer landinwaarts in het stroomgebied van de Rijn. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research (WUR).

Hierbij hebben onderzoekers van de vakgroep Meteorologie en Luchtkwaliteit de gegevens over atmosferische variabelen tussen 1950 en 2020 onder het vergrootglas gelegd. Zowel de frequentie als de intensiteit van atmosferische rivieren is in deze zeventig jaar toegenomen. Zo’n stroom bereikt tegenwoordig gemiddeld elke tien dagen de westkust van Europa. Ook bevat de luchtrivier in doorsnee meer waterdamp dan vroeger.

Imme BenedictImme Benedict

Deze ontwikkelingen hangen samen met het warmer worden van de atmosfeer, vertelt WUR-onderzoeker Imme Benedict. “Hierdoor neemt de hoeveelheid vocht in de lucht toe. De kans op een atmosferische rivier en daarmee neerslag op het vasteland wordt zo steeds groter.” Dit verschijnsel treedt vooral op in de winter. “In de zomer wordt neerslag meer veroorzaakt door verdamping op land.”

Vocht vanuit tropische gebieden
Benedict omschrijft atmosferische rivieren als lange slierten van vocht, die eigenlijk onderdeel zijn van stormen. “Zij worden vanuit de tropen in noordoostelijke richting over oceanen getransporteerd en knallen dan op westelijke landgebieden. Zo’n sliert ziet er op satellietbeelden als een rivier uit, vandaar de naam.” Het is niet zo dat het vocht verdampt in tropische gebieden en dan pas veel verderop boven land als neerslag naar beneden komt. “Boven de oceaan verdwijnt water en komt er ook weer water bij. Dit is een dynamisch proces.”

Op het noordelijk halfrond zijn er twee grote stromen: vanuit het Caribisch gebied over de Atlantische Oceaan naar West-Europa en van de Aziatische oostkust over de Grote Oceaan naar het westen van Amerika. Hetzelfde mechanisme van atmosferische rivieren is ook te zien op het zuidelijk halfrond. De atmosferische rivieren die richting West-Europa bewegen, kunnen meer dan tweeduizend kilometer lang worden. “Zo’n pluim bevat een enorme hoeveelheid water in de vorm van waterdamp”, zegt Benedict. “Het is te vergelijken met tien keer de waterafvoer van de Mississippi of ruim vijftien keer de waterafvoer van de Rijn.”

Extreme neerslag en daarmee hogere waterstanden
Er is al het nodige onderzoek gedaan naar het verband tussen atmosferische rivieren en neerslag aan de kust, zoals bij de Schotse hooglanden en de fjorden in Noorwegen. Benedict: “Wanneer de sliert van vocht een kust met een flink reliëf tegenkomt, wordt het vocht opgestuwd en komt dit er als neerslag uit. Wij vroegen ons af of de atmosferische rivieren ook verder landinwaarts komen en extreme neerslag en daarmee hogere waterstanden in het Rijnstroomgebied kunnen triggeren. Uit ons onderzoek blijkt dat er inderdaad een duidelijke link is. Dit geldt niet alleen voor de Alpen, maar ook voor lagere delen van het stroomgebied.”

Benedict noemt als voorbeeld de buitengewoon heftige regenval in de Gelderse plaats Hupsel op 26 augustus 2010. “Dit event kan worden gerelateerd aan een atmosferische rivier.” Volgens haar is er nog wel onderzoek nodig naar de trigger die zorgt voor het uitregenen tijdens een dergelijke gebeurtenis. “Het is niet erg duidelijk hoe dit mechanisme echt werkt in vlak Nederland. In de zomer kan bijvoorbeeld opstijging van warmte al zorgen voor veel condensatie.”

Ook mogelijk invloed op smelten van sneeuw
In haar eigen onderzoek heeft Benedict ook gekeken naar waarom er zo weinig regen in het Rijnstroomgebied viel in de uitzonderlijk droge zomers van 2003 en 2018. “In een normale zomer komt vocht zowel van land door verdamping als vanaf de Atlantische Oceaan. In deze twee droge zomers was eigenlijk alleen landverdamping verantwoordelijk voor neerslag rondom de Rijn. De normale toevoer van vocht vanuit atmosferische rivieren werd toen geblokkeerd door een permanent hogedrukgebied boven West-Europa.”

De onderzoekers van WUR hebben de ambitie om nog meer de link met hydrologie te leggen. Een vraag daarbij is: zorgt een atmosferische rivier – die doorgaans wat warmer is dan de omgeving – behalve voor de toename van neerslag ook voor het sterker smelten van sneeuw in de Alpen? “Deze combinatie is erg interessant om verder te onderzoeken”, zegt Benedict. “Het zou betekenen dat er een dubbele kans op hogere rivierafvoeren is.”


MEER INFORMATIE
Artikel van WUR over het onderzoek
Proefschrift Imme Benedict (2020): invloed atmosferische rivieren
Master thesis Jeroen Sonnemans (2021): situatie in Rijnstroomgebied

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!