Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, publiceerde vandaag het eerste deel van haar nieuwe klimaatrapport. Duidelijker dan in eerdere versies wijst het IPCC op de omvang van het probleem en naar menselijk handelen als oorzaak van de klimaatverandering. “Niemand is meer veilig”, zei Inger Andersen, directeur van het VN-Milieuprogramma, bij de presentatie.

Het IPCC publiceert om de 6 à 7 jaar een klimaatrapport waarin de nieuwste wetenschappelijke inzichten op het gebied van klimaatverandering worden doorgenomen. Gekoppeld aan het rapport is een samenvatting voor beleidsmakers. Begin 2022 verschijnen deel twee en drie van het rapport, dan met mogelijke adaptatie- en mitigatiescenario’s.

Het IPCC noemt het ‘onmiskenbaar’ dat de invloed van de mens heeft geleid tot de opwarming van atmosfeer, land en oceaan. Het constateert ook dat de zeespiegelstijging steeds sneller gaat. De zeespiegel steeg 20 centimeter tussen 1901 en 2018. Maar de stijging tussen 2006 en 2018 was drie keer zo snel als die tussen 1901 en 1971.

“Veel van de waargenomen veranderingen in het klimaat,” zo schrijft het klimaatpanel, “zijn de afgelopen duizenden, zo niet honderdduizenden jaren, niet voorgekomen. Sommige veranderingen, zoals de stijgende zeespiegel zijn de komende honderden of duizenden jaren ook onomkeerbaar. Alleen een snelle en structurele beperking van de uitstoot van CO2 en andere broeistofgassen kan klimaatverandering nog wat beperken.”

“Wetenschappers wijzen al dertig jaar op de gevaren van klimaatverandering. De wereld luisterde wel, maar handelde niet doortastend genoeg. Daarom is nu niemand meer veilig en het wordt alleen maar erger,” met deze woorden presenteerde Inger Andersen, directeur van het VN-Milieuprogramma, het IPCC-rapport. “Klimaatverandering is een probleem in het hier-en-nu. Als wij nu niet handelen, wie zal het dan doen?”

Temp rising NL no 1 2 loep Bron IPCC Summary for Policymakers

Urgentie
Rob van Dorland 180 vk Rob van Dorland“Als uit dit rapport iets spreekt, dan is het wel urgentie”, zegt Rob van Dorland. Van Dorland is Senior Advisor Climate Change bij KNMI. Hij is als leider van de Nederlandse IPCC-delegatie betrokken bij de totstandkoming van het rapport en de daaruit voortvloeiende samenvatting voor beleidsmakers. “Het is niet meer te voorkomen dat de temperatuur de komende twintig jaar met 1,5 of 2 graad Celsius zal stijgen. Maar als we verderop in de eeuw de gevolgen willen beperken, zullen we nu actie moeten ondernemen!”

Het IPCC constateert dat klimaatverandering overal ter wereld al merkbare gevolgen heeft, bijvoorbeeld door weerextremen als droogte en hevige regenval. Van Dorland: “Nieuw in dit rapport is dat de gevolgen van klimaatverandering, denk aan rampen door droogte en extreme waterval, met statistische zekerheid gelinkt worden aan de uitstoot van broeikasgassen en menselijk handelen.”

Ook wordt volgens Van Dorland duidelijk gemaakt hoe snel de ontwikkelingen nu gaan en zijn meer waarnemingen dan in eerdere rapporten verwerkt en geïntegreerd. “Dat leidt tot beter afgebakende scenario’s waar politici en andere beleidsmakers hun voordeel mee kunnen doen.” Voor deze beleidsmakers is een samenvatting gekoppeld aan het rapport. De afgelopen weken hebben de panelleden en auteurs alle regels van deze samenvatting doorgesproken. Dat doorspreken gaat op detailniveau.

Nadat de wetenschappelijke auteurs hun hoofdstukken hebben ingeleverd, krijgen delegaties uit de lidstaten van de Verenigde Naties de gelegenheid om mee te praten over de samenvatting voor beleidsmakers. Verschillende delegaties proberen invloed uit te oefenen op de woordkeuze in de samenvatting. “Wij hadden bijvoorbeeld graag gezien dat menselijk handelen als ‘dominante factor’ in de klimaatverandering werd gekenschetst, terwijl andere landen juist hingen aan de formulering ‘voornaamste factor’. Denk daarbij aan olieproducerende landen, die grote economische belangen hebben.”

“Maar de uiteindelijke keuze ligt bij de auteurs,” stelt Van Dorland onomwonden vast. “Het is een goed systeem waarbij de wetenschappelijke integriteit is gewaarborgd. De samenvatting is overigens nadrukkelijk niet bedoeld als het voorschrijven van beleid. De keuzes worden uiteindelijk door de verschillende landen gemaakt.”

(Internationale) reacties
De eerste reacties van politici, zowel nationaal als internationaal, lieten niet lang op zich wachten. Het rapport vond luide weerklank, zowel in Nederland als daarbuiten. Minister-president Mark Rutte noemde de conclusies van het IPCC zorgelijk. Hij vindt het belangrijk dat de klimaatdoelstellingen in zowel Nederland als daarbuiten gehaald worden. Om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen, kondigde hij aan in het najaar met nieuwe maatregelen te komen.

António Guterres 180 vk António Guterres: Code RoodAntónio Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, beschreef het rapport als Code Rood voor de mensheid. Hij gebruikte Twitter om wereldleiders op te roepen concrete maatregelen te nemen en zo de doelstelling haalbaar te houden om de opwarming van de aarde tot maximaal 1,5 graden Celsius te beperken.

Ook Eurocommissaris Frans Timmermans reageerde verontrust. Hij schreef op Twitter dat het IPCC-rapport de immense urgentie om actie te ondernemen onderstreepte. Hij benadrukte dat de klimaatcrisis alleen door een wereldwijde inspanning kan worden tegengegaan.

Anthony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, roept op tot een ambitieus klimaatbeleid en schrijft in een reactie dat het fundamenteel is dat alle landen, en dan met name de grote economieën, zich inspannen om de opwarming van de aarde te beperken.

 

MEER INFORMATIE
Het IPCC-rapport is hier te vinden

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!