Bij innovatie denken waterschappers vaak aan techniek. Maar het waterschap van de toekomst vraagt ook om een andere manier van werken. De ondernemingsraad van Waterschap Rivierenland zette daarom het onderwerp ‘sociale innovatie’ op de agenda. “Het gaat om de balans tussen de harde en de zachte kant.”


 door Pauline van Kempen


DEF kader zomerserie 2 De ondernemingsraad van Waterschap Rivierenland is een ondernemende OR. De raad heeft een duidelijke visie en handelt daar ook naar. Hij weet wat er speelt in de organisatie en neemt initiatief. En bovendien is het ‘een jonge, actieve club waar het enthousiasme vanaf spat’.

Aldus de jury van de verkiezing ‘OR van het jaar’ die dit jaar werd gewonnen door de OR van Rivierenland.

De verkiezing is een initiatief van het vakblad OR Magazine en de Nederlandse Vereniging voor Medezeggenschap. Voor de ondernemingsraad van Rivierenland was de verkiezing tot 'OR van het jaar' een mooie opsteker. “En als je iets wint, moet je trakteren”, vindt OR-voorzitter Pieter Sollie (48). “Daarom hebben wij het onderwerp sociale innovatie aangedragen.”

Dat betekent dat de OR in gesprek gaat met het management van Rivierenland over het belang van sociale innovatie én dat hij hierover in november een symposium organiseert. Daarvoor worden ook de OR-leden van de andere waterschappen uitgenodigd.


 

Sollie en De Bie grijs


Ondernemerschap
Sociale innovatie heeft volgens de OR van Rivierenland alles te maken met het waterschap van de toekomst. “De samenleving verandert en ons werk verandert”, legt vice-voorzitter Wouter de Bie (30) uit. “Kunnen wij daarin meebewegen?”

Een definitie is nog niet zo eenvoudig te geven, maar sociale innovatie gaat kortgezegd over de ‘zachte’ kant van technologische innovatie. Belangrijke waarden zijn: flexibiliteit, slimmer werken, ondernemerschap, ruimte voor eigen initiatief en samenwerken met andere partijen.

Dat is hoe de OR van Rivierenland zichzelf drie jaar geleden ook heeft georganiseerd, vertelt Sollie. De dertien leden werken in vier deelcommissies: arbeidsvoorwaarden, veiligheid, gezondheid en milieu, organisatieontwikkeling en communicatie. Daaromheen is er een ‘meedenkgroep’ van zo’n honderd collega’s uit de volle breedte van de organisatie, die meedenken en meeschrijven over onderwerpen die hun afdeling aangaan.

'Vroeger ging hij met de zeis op pad, nu met een iPad'

Zeis
“Het is al iets meer een netwerkorganisatie geworden”, aldus de voorzitter. “Dat is een model waar wij ons prettig bij voelen en dat past bij de rol die wij willen pakken. Het helpt ons om te focussen op bepaalde onderwerpen en om onze aandacht te verschuiven als dat nodig is.”

Ook de waterschappen, die traditioneel meer hiërarchisch zijn georganiseerd, zullen op die manier moeten gaan werken, menen de OR-leden. Sollie: “Willen we als waterschap maatschappelijk relevant zijn en blijven, dan zijn samenwerkingsverbanden nodig, met andere overheden, met het bedrijfsleven. Denk alleen al aan de klimaatplannen: hoe organiseren we dat en hoe financieren we dat? Daarvoor moeten we van ons eigen eilandje af komen en verbinding leggen met andere eilandjes. En we moeten toestaan dat anderen zich met onze doelen bemoeien.”

Behalve de omgeving verandert ook de aard en inhoud van het werk zelf, vult De Bie aan. “Door de digitalisering bijvoorbeeld heeft een collega die veertig jaar in dienst is een compleet andere functie gekregen. Vroeger ging hij met de zeis op pad, nu met een iPad. Daarnaast is hij misschien ook wel dronepiloot. Sociale innovatie betekent dat je investeert in mensen, in scholing en in tijd.”

'We zoeken onze houvast nog te veel in kennis en structuren'

Anticiperen
Maar de grootste uitdaging is nog een andere, zo leerden de beide OR-leden tijdens een sessie eerder dit jaar met de NSOB (Nederlandse School voor Openbaar Bestuur) over het waterschap van de toekomst. En wel: hoe kun je anticiperen op ontwikkelingen die je nog niet kent?

Juist dat vraagt om sociale innovatie, meent Sollie. “Het gaat om de balans tussen de harde en de zachte kant. Sturen op hoofdlijnen en doelen en professionals de ruimte bieden om zelf te bepalen hoe ze tot resultaten komen. Niet alles exact voorschrijven, maar vertrouwen geven. Fouten mogen maken en iets stopzetten als het niet werkt.”

“We zoeken onze houvast nog te veel in kennis en structuren. We zullen daarnaast moeten leren om beter met onzekerheden om te gaan. Dat is spannend, maar het bepaalt wel voor een groot deel de toekomstbestendigheid van het waterschap.”

Is die ruimte er nu niet bij Rivierenland? “Die is er wel, maar er wordt intern ook nog te vaak naar elkaar gekeken: zij doen het toch ook zo. Uniformiteit is dan te veel het bepalende principe. Maar als je een flexibele organisatie wilt zijn, moet je het gesprek wel voeren en elkaar de ruimte gunnen om risico’s te nemen en te onderzoeken wat wel en niet werkt. Dat geldt ook voor de wisselwerking tussen organisatie en bestuur, daar moeten we met elkaar goed over doorpraten.”

 

LEES OOK IN DEZE SERIE: 
Stefan Kuks: 'De waterschappen moeten duidelijk maken dat er grenzen zijn'

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!