secundair logo knw 1

Aan de hand van 27 miljoen foto’s heeft The Ocean Cleanup een AI-model getraind om drijvend afval te herkennen | Beeld The Ocean Cleanup

Wat in 2018 begon met een GoPro-cameraatje dat met tie-wraps aan de reling van een schip was bevestigd, is uitgegroeid tot AI-software die drijvend oceaanplastic zelfstandig kan herkennen. Het resultaat: een wereldwijde kaart en de grootste dataset ooit over drijvend oceaanplastic. Bedenker en ontwikkelaar van dit alles, The Ocean Cleanup, deelt deze resultaten graag zodat andere onderzoekers de data ook kunnen gebruiken. 

The Ocean Cleanup is een non-profitorganisatie die zich bezighoudt met het verwijderen van plasticafval uit de oceanen en het stoppen van de instroom van plastic via rivieren. De stichting is het geesteskind van (de toentertijd 18-jarige) Boyan Slat, wie in 2013 zijn studie lucht- en ruimtevaarttechniek aan de TU Delft afbrak om met 300 euro spaargeld zijn ideeën te verwezenlijken. Anno 2026 heeft de stichting 200 medewerkers in dienst, die inmiddels een ruime 60 miljoen kilo afval uit de oceanen hebben gehaald. 

Sinds de oprichting in 2013 heeft The Ocean Cleanup een ruime 60 miljoen kilo afval uit de oceanen gehaald | Foto The Ocean Cleanup

De strategie van de organisatie is om zich primair te richten op het verwijderen van plastic dat nog relatief groot is, voordat het uiteenvalt in moeilijker te verwijderen microplastics. In termen van gewicht bestaat het merendeel van het plastic in de oceanen bovendien uit macroplastics (>50 cm).

Tot voor kort was er echter relatief weinig bekend over hoe en waar macroplastics zich in de oceanen concentreren. Satellietgebaseerde methoden zijn lastig gebleken om drijvend afval in de open oceaan te identificeren, en met andere, arbeidsintensieve methoden zoals visuele waarneming en bemonstering met sleepnetten (die over de oceaanspiegel worden gesleept) kunnen slechts beperkte oppervlakten in kaart worden gebracht. 

Training van AI-algoritme
Om de zeven zeeën zo efficiënt mogelijk te kunnen opruimen is het voor The Ocean Cleanup van belang om te weten waar zich hotspots van plastic bevinden, en hoe drijvend afval zich door de oceanen beweegt. In 2018 besloot de organisatie daarom een methode te ontwikkelen die tegen lage kosten zelfstandig macroplastics kan detecteren en in korte tijd grote gebieden kan bestrijken. 

En zo geschiedde dat simpele GoPro-camera’s aan de reling van de opruimschepen van de organisatie werden bevestigd, en in timelapse-modus werden gezet. De foto’s die dit opleverde werden naar het hoofdkantoor in Rotterdam gestuurd voor objectdetectie. Door de op zee gemaakte foto’s de afgelopen jaren continu aan een AI-model te voeren en de ‘objectsuggesties’ van het algoritme handmatig te valideren, is een algoritme getraind om autonoom objecten te herkennen. 

In 2021 leidde dit al tot een eerste proof-of-concept, van hoe het (inmiddels) zogeheten Automated Debris Imaging System (ADIS) deed wat het doen moest. De ‘bètaversie’ van ADIS was in staat om objecten correct te herkennen, en vervolgens de plasticconcentratie per transect in te schatten. Dit doet het systeem door de GPS-coördinaten van geverifieerde objecten te groeperen. Dat is mogelijk doordat iedere foto voorzien is van een geotag, inhoudende dat van elke foto bekend is op welke GPS-locatie hij genomen is. 

Testmissie
In 2022 is ADIS getest tijdens een expeditie naar de Great Pacific Garbage Patch. Door parallel sleepnetten, GoPro-camera's en een drone (die luchtfoto’s maakte) in te zetten, kon wat de camera's 'zagen' worden vergeleken met wat de sleepnetten vingen. 

(a) Luchtfoto van het onderzoeksschip MV Bold Horizon met een sleepnet; (b) Schematische posities en oriëntaties van de drone (blauw) en GoPro-camera (oranje); (c) Een GoPro-camera in scanmodus; (d) een visueel waarnemer die klaarstaat om een terugkerende cameradrone op te vangen. | Beeld: Environmental Research Communications, DOI 10.1088/2515-7620/ae8152

ADIS en de sleepnetmethode bleken het eens te zijn over de locaties waar plastic zich concentreert. ADIS bleek echter 5 tot 6 keer minder afval te registreren dan de fysieke sleepnettellingen. “Dat klinkt misschien slecht, maar de consistentie van deze onderschatting betekende dat we die als correctiefactor konden gebruiken”, aldus projectleider Robin de Vries. “Met andere woorden, door de ruwe tellingen van ADIS met een factor 5 à 6 te vermenigvuldigen, kwamen de getallen overeen met wat de sleepnetten aantroffen.” Omdat een camera bovendien een groter gebied kan bestrijken dan een sleepnet, bevatten de cameradata minder statistische ruis dan de sleepnetdata, zelfs al worden er meer individuele voorwerpen gemist. 

Dat de camera’s meer voorwerpen over het hoofd zien komt volgens de onderzoekers grotendeels doordat ze goed zijn in het detecteren van kleuren die contrasteren met de oceaan, maar moeite hebben met het detecteren van zwarte, blauwe en groene voorwerpen, vooral wanneer deze deels onder water zitten of zich op grote afstand bevinden. 

Sneller en zelfstandiger
Na enkele jaren van training en ontwikkeling van het algoritme, bracht The Ocean Cleanup vorige week een nieuwe mijlpaal naar buiten. Met 27 miljoen foto's die tussen 2019 en 2024 verzameld zijn door schepen die de Stille-, Atlantische- en Indische Oceaan bevoeren, zijn inmiddels meer dan 20.000 macroplastics geïdentificeerd, verspreid over 14.500 km² oceaanoppervlak. Hoe het model precies ontwikkeld en getraind is heeft de stichting begin deze maand beschreven in het wetenschappelijk tijdschrift Environmental Research Communications

Alles wat de ADIS-camera’s wereldwijd zien, wordt nu continu samengevoegd in een kaart die laat zien hoeveel plastic er per vierkante kilometer aanwezig is. Behalve deze kaart is ook de onderliggende dataset openbaar toegankelijk gemaakt, zodat andere onderzoekers die zich met plasticvervuiling bezighouden de data ook kunnen gebruiken. 

Intussen werken de onderzoekers aan een nieuwe versie, ADIS 2.0, die sneller en zelfstandiger te werk gaat. ADIS 2.0 kan drijvende voorwerpen autonoom identificeren en deze gegevens geautomatiseerd verwerken. Met ADIS 2.0 is in kortere tijd (2 jaar) een groter oppervlak (39.431 km²) in kaart gebracht dan met zijn voorganger. 

Het plan is om ADIS 2.0 dusdanig lang te blijven gebruiken dat het ook mogelijk wordt om temporele trends te onderzoeken. The Ocean Cleanup verwacht dat ADIS zal helpen om hun opruimsystemen efficiënter in te zetten, en daarmee een hogere plasticvangst en lagere ecologische voetafdruk te bereiken.


LEES OOK
H2O Actueel: The Ocean Cleanup gaat plasticvervuiling te lijf in 30 steden
H2O Actueel: Plasticvanger in Dordtse haven mag blijven na geslaagde pilot
H2O Actueel: Drone-luchtfoto’s snelle techniek voor inschatten hoeveelheid plastic pellets op zandstranden
H2O Vakartikel: Naar een plasticvrije Rijn-Maasdelta – van inzicht naar actie door het Plastival
H2O Vakblad: Plasticvervuiling aanpakken doe je niet achter je bureau (interview met Plastic Soup Surfer Merijn Tinga)
H2O Opinie: Aan tafel met de sponsbonzen: stop met schrobben met plastic

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Helemaal mee eens. Omwille van klimaat adaptatie en vergroten van de waterbuffering, moeten wij dan niet veel meer samenwerken met agrariërs om zoveel mogelijk zoet water in de natte periode in de bodem te brengen? Met een solide aanvoerbron van water en peil gestuurde drainage moet dat toch mogelijk zijn? En zoals Ernest ook aangeeft, bij een goede open bodemstructuur kunnen gewassen dieper wortelen en kunnen de haspels (langer) binnen blijven. 
Dit is geen Deens bedrijf, maar een Amerikaans bedrijf genaamd Moleaer.
In Nederland zijn er een aantal bedrijven die dezelfde technolgie leveren.
Waarom wordt er niet samengewerkt met Nederlandse bedrijven?
Eens Jos. De #bodem en de #ondergrond zijn inderdaad de grootste regenton, zeker op de hoge zandgronden. En bodemstructuurbederf (de verslemping, verdichting en versmering van de bodem) is één van de meest ondergewaardeerde problemen binnen de klimaatadaptatie en agrarische transitie. Als boeren binnen een week droogte aan het beregenen slaan en bij forse buien buien geultjes naar de sloot graven, dan zegt dat alles over hun (slechte) bodemstructuur. #herstelsponswerkinglandschap #herstelsponswerkingbodem
Hans was een bijzonder plezierig mens om mee te werken. Ik mocht een belangrijke bijdrage doen als Esri consultant aan de Atlas voor een Schone Maas. Ik was geschokt toen ik hoorde dat Hans ALS had. Ik heb nadien nog een aantal keren contact gezocht, ook nadat ik niet meer bij Esri werkte. Wat mij opviel in zijn reacties was altijd de wil om nog het maximale uit zijn leven te halen. Nog genieten van wat er nog te genieten viel. Zijn familie was hem alles. Hij verheugde zich op reizen met zijn kinderen en zijn gezin. Een mooie man is heen gegaan. Ik wens de familie en zijn naasten veel sterkte 
@Peter VonkDe beschikbaarheid van (zoet) water zou qua prioriteitsstelling op de eerste plaats moeten komen te staan. Zonder komt de hele samenleving tot stilstand zoals blijkt uit de huidige realiteit. Des te merkwaardiger is het daarom dat de zeewaartse optie nauwelijks doordringt tot bestuurlijk en politiek Nederland, zelfs niet als denkmodel. Als er iets is waaraan ik niet kan wennen is het dit wel. Misschien helpt meer druk vanuit de naastbetrokken regio's voor een herijkte agendasetting.