0
0
0
s2smodern

Waterschap De Stichtse Rijnlanden gebruikt per 1 januari 2021 bij aanbestedingen de CO2-prestatieladder als criterium bij de gunning. Bedrijven die minder CO2 uitstoten zijn in het voordeel bij de gunning, aldus het waterschap, dat overigens zelf geen certificering voor de CO2-Prestatieladder nastreeft.

De CO2-prestatieladder telt 5 ambitieniveaus. Aannemers die meedoen aan de aanbesteding moeten aangeven volgens welke van de vijf tredes ze de opdracht gaan uitvoeren. Hoe hoger een bedrijf op de ladder staat, hoe groter de korting bij de gunning, schrijft het waterschap. Het instrument wordt ingezet bij aanbestedingen boven de 100.000 euro.

De Stichtse Rijnlanden zet de methode in om zijn ambities op het gebied van duurzaamheid concreet te maken. Het waterschap wil in 2050 klimaatneutraal zijn. “Met het gebruik van de ladder bij onze aanbestedingen zetten we een flinke stap in de goede richting”, stelt hoogheemraad Els Otterman in een toelichting.


(advertentie)


Twee manieren
De CO2-Prestatieladder is in 2009 ontwikkeld. De Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) is verantwoordelijk voor het gebruik, de doorontwikkeling en het beheer van de ladder. Deze wordt op twee manieren gebruikt. Bij aanbestedingen zoals De Stichtse Rijnlanden gaat toepassen, maar ook als managementsysteem om bedrijven en organisaties te helpen de eigen CO2-uitstoot in kaart te brengen en te reduceren. Bedrijven die de methodiek in de eigen organisatie implementeren komen in aanmerking voor een certificaat. 

Ook hier gelden de 5 ambitieniveaus. Tot en met niveau 3 moet een organisatie aan de slag met de uitstoot van de eigen organisatie (en alle projecten). Vanaf niveau 4 en 5 wordt ook gewerkt aan de CO2-uitstoot in de keten. 

HHNK en Delfland
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) kreeg 26 februari dit jaar als eerste waterschap het certificaat voor de CO2-Prestatieladder. Bij aanbestedingen verlangde HHNK al langer dat aannemers zich certificeerden voor een bepaald niveau op de prestatieladder. “Wanneer we in aanbestedingen verlangen dat het milieu hoog in het vaandel staat en aannemers daarmee extra punten scoren, dan moeten we zelf het goede voorbeeld geven”, tekende het Noordhollands Dagblad op bij Ruud Maarschall, toen nog lid van het dagelijks bestuur van HHNK.

Het Hoogheemraadschap van Delfland volgde op 10 november en kreeg het duizendste certificaat uitgereikt (niveau 3) door SKAO. Directeur Pieter Janssen van Delfland verklaarde bij de uitreiking: “In ons beleid voor duurzaam inkopen wordt door ons al gunningsvoordeel verleend aan opdrachtnemers die zijn gecertificeerd conform de CO2-Prestatieladder. Het was voor ons dus een logische stap om deze methodiek ook binnen de eigen organisatie toe te passen. Dat leidt tot een betere dialoog met marktpartijen over de mogelijkheden voor reductie van de CO2-uitstoot.”

Audit
Waterschap De Stichtse Rijnlanden heeft geen certificaat, zegt woordvoerder Clarion Wegerif. “We zetten wel zeer intensief in op duurzaamheid. Als je dat vergelijkt met de prestatieladder, dan zitten we op niveau 3.” Toch kiest het waterschap er niet voor om het certificaat ook te gaan halen, zoals HHNK en Delfland wel deden. Wegerif: “Je moet een audit ondergaan en dat kost gewoon veel tijd en die willen wij liever aan andere zaken besteden.” 

De Stichtse Rijnlanden maakt sinds mei van dit jaar wel deel uit van de Community of Practice CO2-Prestatieladder voor Waterschappen, een initiatief van de Unie van Waterschappen en SKAO. De CoP begon in 2019 met 7 waterschappen, dit jaar kwamen er 8 waterschappen bij. Ze zijn bezig met of geïnteresseerd in het behalen van een certificaat op de CO2-Prestatieladder, schrijft SKAO.

 

MEER INFORMATIE
SKAO over de CO2-Prestatieladder

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Bij de invoering van de WACC was destijds al bekend dat deze niet voldoende ruimte zou bieden bij een toename van de investeringsomvang. Dus de nu voorgestelde correctie is niet meer dan logisch. De noodzaak van een goede openbare drinkwatervoorziening voor de volksgezondheid staat immers niet ter discussie!
Op zichzelf zegt de overschrijding van risicogrenzen nog niets over de werkelijke risico's. Ook niet over cumulatie van risico's en wat voor effecten deze hebben op het aquatisch milieu. In zijn algemeenheid wordt verwezen naar onderzoek in het buitenland waaruit blijkt dat er effecten zijn op vissen (geslachtsverandering) en macrofaunagemeenschappen gerelateerd aan de aanwezigheid van effluent met medicijnresten. "Gezien de vergelijkbare gehalten van medicijnresten die in het Nederlandse oppervlaktewater worden gevonden, zijn die effecten ook in Nederland niet uit te sluiten". Zou juist daar niet meer onderzoek naar moeten worden gedaan?
In dit H2O-artikel staat inderdaad dat er liters zouden zijn vergeleken, maar dat klopt niet. In het RIVM-rapport is te lezen dat voor onkruidbestrijdingsmiddelen de hoeveelheid werkzame stof is vergeleken. Er is dus rekening gehouden met de hoeveelheid werkzame stof per middel en in het rapport kunt u per stof de ontwikkeling in de verkoopcijfers zien. Het klopt inderdaad dat je kg glyfosaat niet zomaar met kg organische zuren kunt vergelijken. Maar dat er een factor 16 over het hoofd is gezien, klopt niet.
Het rapport laat ook zien hoeveel verkochte eenheden er zijn per jaar per type middel. Hierin is er geen sterke afname in het aantal verkochte eenheden te zien. Maar ook hier geldt dat het middel met de ene werkzame stof mogelijk een andere verpakkingsgrootte heeft dan het middel met de andere werkzame stof. Kortom: zie voor meer details het RIVM-rapport. De reactie dat de toename van het gebruik aan insecticiden zou zijn veroorzaakt door de buxusmot is op basis van de beschikbare gegevens niet te onderbouwen, maar het zou best mee kunnen spelen. Mogelijk geeft een nader onderzoek hier meer duidelijkheid over.
Ik dacht dat dit al lang gebeurde bij 300+ zuiveringen in Nederland gebaseerd op het onderzoek van KWR? Is toch ook al een input voor het landelijke Corona Dashbord. Wat is hier anders aan ? Wordt er samengewerkt en voortgebouwd op het werk van KWR?
Te vrezen valt dat deze ideeën stranden op onbegrip en verwijten, want misschien zit alle benodigde kennis er in, maar het mist uiteindelijk draagvlak. De partijen achter de energie-ideeën in H2O zouden ook moeten kunnen melden dat intensief is meegedacht door de huidige gebruikers van het IJsselmeer. En dat is helaas niet het geval, en is ook niet simpelweg op te lossen door mee te liften op een natuurproject?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.