Er is erg veel te doen want de Nederlandse watersector staat voor een aantal grote opgaven: omgaan met de klimaatverandering, verbeteren van de waterkwaliteit en bijdragen aan ruimtelijke transities. Tegelijkertijd is het afgelopen jaar heel wat bereikt en ook veerkracht getoond. Dat is de rode draad door de Staat van Ons Water 2021.

Hierin wordt een breed overzicht gegeven van de uitvoering van het waterbeleid in het afgelopen jaar. Het is een gezamenlijke rapportage van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (Vewin), het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De publicatie is gisteren door minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat aangeboden aan de Tweede Kamer.

Zorgen over praktische uitvoerbaarheid van plannen
Water staat volgens de organisaties hoog op de agenda. Zij wijzen op een aantal belangrijke mijlpalen in 2021. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 en de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen zijn definitief gemaakt en de overstromingsrisicobeheerplannen zo goed als afgerond. Verder trekt het kabinet veel geld uit voor de toekomstige inrichting van het watersysteem en worden water en bodem sturend in de ruimtelijke ordening.

De waterbeheerders juichen deze ontwikkelingen toe maar hebben wel zorgen over de praktische uitvoerbaarheid, omdat het ook in de watersector steeds lastiger wordt om goede mensen aan te trekken en op te leiden. Het opbouwen van uitvoeringskracht heeft tijd nodig en is niet van vandaag op morgen geregeld.

Grotere ramp in Noord-Limburg voorkomen
Waterveiligheid is uiteraard een belangrijk thema. De overstromingen die in juli 2021 grote delen van Limburg troffen, onderstrepen volgens de Staat van Ons Water het belang van dijkversterking en rivierverruiming. In de rapportage wordt opgemerkt dat het door alle inspanningen van de laatste jaren en de maatregelen van Rijkswaterstaat, waterschappen, defensie en andere hulptroepen gelukt is om de overstromingen in Noord-Limburg te beperken en hier een grotere ramp te voorkomen.

De waterschappen en Rijkswaterstaat werkten vorig jaar aan de versterking van 787 dijken en 311 kunstwerken in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. In de kustzone is 16,1 miljoen kubieke meter water gesuppleerd.

Halen van KRW-doelen uitdaging
De waterkwaliteit is de afgelopen decennia in Nederland verbeterd en dat gaat de komende jaren gestaag verder. Maar het blijft een uitdaging om in 2027 de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen, wordt geconstateerd. Volgens een in 2021 gepubliceerde analyse zal een aantal stoffen dan nog niet voldoen aan de KRW-normen. Het gaat met name om metalen, ammonium en twee soorten polyaromatische koolwaterstoffen.

De Unie van Waterschappen vraagt in verband hiermee het kabinet om strakke regelgeving voor de industrie en handhaving daarvan, zodat voorkomen wordt dat gevaarlijke en chemische stoffen in water terechtkomen. Belangrijk is de aanpak van medicijnresten, microplastics en zware metalen en van zeer zorgwekkende stoffen, aldus een bericht op de eigen site. De Unie pleit samen met Vewin voor een totaalverbod voor de omvangrijke groep van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS).

Synergie met andere opgaven gezocht
De uitvoering van de maatregelen uit de vorige stroomgebiedsbeheerplannen 2016-2021 is afgelopen jaar afgerond (zie infographic). Maatregelen die niet binnen deze planperiode zijn gerealiseerd, schuiven grotendeels door.

De waterbeheerders zoeken synergie met andere opgaven, zoals de aanleg van natuur, zoetwaterbeschikbaarheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Daarbij is volgens hen tot nu toe veel bereikt. De otter is teruggekeerd. Ook is de biodiversiteit van waterinsecten licht gestegen. Een minder positieve waarneming is dat hun aantal daalt.

Kosten redelijk stabiel voor huishoudens
Rijk, waterschappen, gemeenten, drinkwaterbedrijven en provincies maakten samen 7,8 miljard euro aan kosten voor waterbeheer in 2021. Dit is 0,2 procent minder dan het jaar daarvoor. Wel zijn de kosten ten opzichte van 2017 met 3,5 procent gestegen.

De kosten worden voor 44 procent gemaakt door waterschappen. Daarna volgen gemeenten (22 procent), drinkwaterbedrijven (18 procent) en Rijk (14 procent). Bij de kosten van de provincies gaat het slechts om 2 procent.

Alle huishoudens en bedrijven in Nederland betalen mee aan de kosten voor waterbeheer. Dat gebeurt via diverse belastingen en de drinkwaterrekening. Het bedrag dat huishoudens betalen, is de laatste vijf jaar redelijk stabiel gebleven. De lastendruk steeg in deze periode licht met 0,3 procent. Bijvoorbeeld een gezin met een eigen woning was in 2021 gemiddeld 839 euro kwijt. Bedrijven kregen, afhankelijk van de branche waarin ze werken, te maken met aanzienlijk hogere of juist lagere lasten.

KRW in Staat van Ons Water 2021
Overzicht uitvoering van maatregelen in verband met KRW I Bron: Staat van Ons Water 2021

MEER INFORMATIE
Staat van Ons Water 2021 (download)
Bericht Unie van Waterschappen
H2O Actueel: rapportage over 2020
 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.