Hemelwater: voor wie in de watersector werkt is het een handig paraplubegrip voor alle soorten water die uit de lucht kunnen komen. Het grootste deel van het jaar is het synoniem aan regenwater, maar deze week kwamen eindelijk ook weer eens die andere subcategorieën uit de hemel vallen. Hagel her en der, en sinds 2 januari bijna overal in het land sneeuw.
Voor de grondwatervoorraad is de sneeuw goed nieuws, schreef de Unie van Waterschappen vandaag op haar website. Wanneer sneeuw langzaam smelt en de bodem intrekt, zorgt het namelijk voor een geleidelijke aanvulling van het grondwater. Dit maakt bovendien dat de waterschappen energie besparen, aldus de Unie, omdat een groot deel van de sneeuw niet naar het oppervlaktewater afstroomt, maar als smeltwater in de bodem wegzakt óf direct sublimeert (dat wil zeggen, direct gasvormig wordt). Hierdoor hoeven gemalen in tijden van sneeuwval nauwelijks te draaien om overtollig water weg te pompen.
Stijgt de temperatuur echter snel, dan kan het smeltwater snel tot afvoer komen door verzadiging van de bodem, en kunnen waterschappen veel water te verwerken krijgen in het watersysteem en op rioolwaterzuiveringsinstallaties. Hierdoor kan het snél smelten van een dik pak sneeuw plaatselijk tot wateroverlast leiden, al komt dat in Nederland zelden voor. Ook kan zich een tijdelijke hoogwaterpiek voordoen wanneer het bovenstrooms in Europa langdurig sneeuwt, maar het risico daarop wordt laag ingeschat, aldus de Unie.
Maatregelen waterschappen
Zekerheidshalve treffen sommige waterschappen voorbereidende maatregelen. Zo schrijft Waterschap Scheldestromen uit voorzorg lokaal waterpeilen te hebben verlaagd zodat er genoeg ruimte in het watersysteem is, omdat voor vrijdag (lokaal) veel regen verwacht wordt en dit het smelten van de sneeuw zal versnellen.
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht schrijft in een persbericht extra werk te hebben aan het sneeuwvrij houden van betonranden van de 22 bassins van haar 3 rioolwaterzuiveringen. Over die randen rijdt een systeem dat het water in de bassins dag en nacht in beweging moet houden, en dat systeem mag niet stilvallen. “Het is daarom de grootste uitdaging om die randen sneeuwvrij te houden. Dat doen we per bassin met z’n tweeën en met valgordels. We zijn daarom met veel collega’s aanwezig op de zuivering, vele handjes maken het werk lichter”, aldus het bericht.
Steeds droger op koude dagen
Sneeuw zal in Nederland steeds zeldzamer worden, schreef het KNMI vanmorgen in een Klimaatbericht. Door de opwarming van de aarde neemt het aantal ‘potentiële sneeuwdagen’ af. Dit zijn dagen waarop het koud genoeg is om sneeuw en geen regen te krijgen. Temperaturen onder het vriespunt zullen namelijk steeds minder vaak voorkomen. Waren er rond 1965 in De Bilt gemiddeld nog 67 vorstdagen, tegenwoordig zijn dat er nog maar 40. Dagen met vorst nemen in rap tempo af, en Hollandse winters zullen steeds meer gekenmerkt worden door zachte lentetemperaturen. In het meest warme KNMI-Klimaatscenario daalt het gemiddelde aantal vorstdagen tot 30 rond 2050, en nog maar 11 rond 2100.
Ook voorziet het KNMI dat dagen die weliswaar nog koud genoeg zullen zijn voor sneeuwval, steeds droger zullen worden. In een opwarmend klimaat zullen temperaturen onder nul hier namelijk steeds vaker alleen nog voorkomen bij aanvoer van koude lucht uit noordoostelijke richtingen. Deze continentale lucht is droger en geeft minder sneeuw dan luchtstromingen uit het noordwesten, die in ons huidig klimaat nog voor flinke sneeuwval kunnen zorgen.
Overigens kan dit in andere, nabije landen weer heel anders uitpakken. Zo schrijft het KNMI dat sneeuwval en met name extreme sneeuwval op potentiële sneeuwdagen in de Alpen en in Scandinavië juist toe zal nemen, doordat de dagen met noordelijke luchtstromingen daar koud genoeg zullen blijven en de luchtstroming daar meer vocht zal bevatten.
