Een nieuwe quickscan die door Deltares is ontwikkeld, geeft voor het eerst voor elke gemeente inzicht in de te verwachten kosten van schade aan houten en ondiepe funderingen. Hiervan is een inschatting gemaakt voor de periode tot 2050, zowel zonder als met klimaatverandering.

Droogte zorgt niet alleen boven de grond voor veel schade, maar zeker ook eronder. Kennisinstituut Deltares becijferde in 2012 dat de schade aan funderingen van gebouwen door (te) laag grondwater meer dan 5 miljard euro bedraagt. In het theoretisch ergste geval – als elk kwetsbaar pand wordt aangetast – zou de schade zelfs kunnen oplopen tot ongeveer 40 miljard euro in 2050.

Sien KokSien Kok

Het was echter lastig om het landelijke beeld uit te splitsen per gemeente. “Dat is met de nieuwe quickscan voor het eerst gelukt”, zegt Sien Kok, resource econoom bij Deltares. “Hierdoor hebben we nu ook op gemeentelijk niveau een beeld van hoe groot het probleem kan zijn.”

Schadekosten tot 2050
De risicoanalyse geeft een beeld van de totale schadekosten per gemeente tot 2050. Er is gekeken naar twee situaties: een ongewijzigd klimaat en een sterke klimaatverandering. Voor een droger klimaat lijken vooral het westen van het land, Friesland en de gemeenten langs de IJssel extra gevoelig. “De grondwaterstanden komen lager te liggen en de schommelingen van deze standen worden groter”, licht Kok toe. “Dat versnelt processen als paalrot.”

Deltares heeft voor de quickscan een systematische methode ontwikkeld. De analyse is uitgevoerd in samenwerking met het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek en de stichting Climate Adaptation Services, in het kader van het project Klimaatbestendige Stad van het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK). De resultaten zijn gepubliceerd op de website Klimaatschadeschatter bij het thema droogte.

Als basis voor de quickscan zijn nationaal beschikbare gegevens over onder meer bodemdaling, grondwaterstanden en gebouwen gebruikt. Het gaat om een eerste analyse, benadrukt Kok. “Wij gaan dit jaar de quickscan verfijnen. De bandbreedte van de schadekosten is bij elke gemeente namelijk nog groot.”

Aandacht voor funderingen op staal
De quickscan biedt inzicht in de verwachte kosten van het herstel van zowel houten paalfunderingen als ondiepe funderingen op staal. Beide werden nog tot in de jaren zeventig gebruikt. Kok: “In ons land gaat de meeste aandacht uit naar paalrot, terwijl er juist ook problemen bij funderingen op staal kunnen zijn. Deze schade kan ontstaan in kleigebieden die voorheen niet zo op onze radar stonden, zoals het rivierengebied in Midden-Nederland en de Limburgse gemeenten langs de Maas.”

Dat komt vooral doordat kleigronden bij droogte inklinken en na vernatting weer zwellen. “Door dit bewegen ontstaat er schade aan panden”, zegt Kok. “Dat gebeurde bijvoorbeeld bij woningen in Zevenaar als gevolg van de extreme droogte in 2018.”

De informatie in de quickscan is volgens Kok waardevol voor lokaal beleid. “Een deel van de gemeenten is al goed bekend met het funderingsprobleem, bijvoorbeeld in West-Nederland en Friesland. Er zijn echter genoeg gemeenten die hiermee nog niet zo bezig zijn. De gegevens op gemeenteniveau kunnen de aanleiding zijn om zelf een onderzoek te starten.”

 

MEER INFORMATIE
Deltares over de quickscan
Website Klimaatschadeschatter
NKWK over schade door droogte 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!