0
0
0
s2smodern
Interessant? Deel dit artikel met uw (water)netwerk!
0
0
0
s2smodern
powered by social2s

Elektriciteit uit water kan voorzien in ruim 10 procent van de landelijke elektriciteitsvraag in 2050. Op de korte termijn bieden zonnepanelen op meren, waterkracht bij stuwen en flexibiliteit door slim malen de grootste kansen.

Dit blijkt uit onderzoek dat advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos en onderzoeksbureau CE Delft hebben uitgevoerd in opdracht van het kenniscentrum STOWA, Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Zij hebben naar de mogelijke bijdrage van elektriciteit uit water gekeken in verband met de energietransitie: in het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 70 procent en in 2050 100 procent van de elektriciteit uit duurzame bronnen wordt opgewekt. Het onderzoeksrapport Perspectieven elektriciteit uit water is een voorzet voor de routekaart Elektrische energie uit water, die minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat op verzoek van de Tweede Kamer heeft toegezegd.

De onderzoekers stellen vast dat in 2050 ruim 10 procent van de Nederlandse vraag naar elektriciteit kan worden gehaald uit water. De elektriciteit wordt opgewekt uit potentiële energie die aanwezig is in het water (bijvoorbeeld mechanische energie uit stroming of osmotische druk door zoet-zoutverschillen) of met behulp van de ruimte van het watersysteem, zoals zonne-energie op oppervlaktewater. In het onderzoek is gekeken naar zowel technieken die een bijdrage leveren aan de duurzame opwekcapaciteit als technieken die bijdragen aan flexibilisering, energieopslag en conversie.

Bijdrage eerst relatief bescheiden
De bijdrage van elektriciteit uit water is volgens de onderzoekers tot 2030 relatief bescheiden maar wel relevant. Vier technieken zijn voldoende marktrijp en betaalbaar en kunnen daarom direct worden ingezet. Het gaat om:
• fotovoltaïsche zonne-energie (zon-PV) op meren;
• waterkracht bij stuwen bij grote rivieren;
• waterkracht bij stuwen bij beken en waterlopen;
• flexibiliteit door slim malen.

Deze technieken kunnen samen tot 2030 zorgen voor een maatschappelijk winbaar potentieel van 7,4 petajoule per jaar, ongeveer 2 procent van de landelijke elektriciteitsvraag. Bij alleen zon-PV op meren wordt gerekend op jaarlijks 6,4 petajoule.

Veel technieken nog niet marktrijp
De andere genoemde technieken zijn interessant maar voorlopig niet toepasbaar. Zes technieken hebben samen een technisch potentieel van 37 petajoule per jaar (circa 9 procent van de landelijke behoefte aan elektriciteit). Daarvoor moeten zij echter nog eerst een ontwikkeling wat betreft techniek en/of prijs doormaken. Deze technieken zijn:
• energie uit zoet-zout verschillen;
• getijdenenergie met verval bij waterkeringen;
• getijdenenergie met stroming;
• golfenergie;
• zon-PV op zee;
• flexibiliteit door conversie naar groene waterstof.

In het rapport wordt opgemerkt dat getijdenenergie dichter bij economische haalbaarheid is dan de rest. Door het verder opschalen van pilots kan getijdenenergie al in 2030 een noemenswaardige bijdrage leveren.

De onderzoekers wijzen verder op twee technieken die betaalbaar en technisch maakbaar zijn, als zij op zeer grote schaal worden uitgevoerd: getijdenenergie met lange strekdammen in zee (dynamic tidal power ofwel DTP) en energieopslag in een valmeer. De potentie van getijdenenergie met DTP is van alle technieken verreweg het grootst: 220 petajoule per jaar of ongeveer 55 procent van de landelijke elektriciteitsvraag. Beide technieken zijn echter ruimtelijk en ecologisch lastig inpasbaar. Daarvoor moeten eerst oplossingen worden bedacht.

Tabel met potentie van techniekenTabel met de potentie van de bekeken technieken. TRL staat voor 'technology readiness level'. (Bron: rapport Perspectieven elektriciteit uit water)

Goed voor doel van energieneutraliteit
De onderzoekers van Witteveen+Bos en CE Delft hebben ook gekeken naar wie wat kan doen. Elektriciteit uit water kan een bijdrage leveren aan de Regionale Energiestrategieën, die de dertig energieregio’s gaan opstellen. Waterschappen kunnen marktrijpe technieken onder meer inzetten voor het halen van hun doel om energieneutraal te worden. Alle waterschappen zijn in staat om flexibiliteit door slim malen toe te passen. Waterschappen die uitmalen op zee, kunnen starten met pilots voor energie uit zoet-zout verschillen.

Rijkswaterstaat kan de ontwikkeling van elektriciteit uit water faciliteren en stimuleren, bijvoorbeeld door als ‘launching customer’ voor nieuwe technieken op te treden en vergunningen te verlenen aan partijen die hiermee bezig zijn. De conversie naar groene waterstof is voor drinkwaterbedrijven interessant, omdat hiervoor zuiver water nodig is.

In het rapport wordt erop gewezen dat elektriciteit uit water weliswaar meestal duurzaam is, maar vaak ook negatieve effecten op het milieu heeft. Daarom is altijd een belangenafweging nodig. De landelijke overheid kan vergunningverleners hierbij helpen door duidelijke keuzes te maken over de meest kansrijke technieken.

 

MEER INFORMATIE
Rapport Perspectieven elektriciteit uit water
Witteveen+Bos over het onderzoek
Grotere opgave waterschappen door Klimaatakkoord
Wereldwijd forse groei bij hernieuwbare energie

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

De titel van dit artikel is nietszeggend en had net zo goed kunnen luiden: 'bij alle watergedragen installaties is er een legionellarisico'. Legionella groeit nou eenmaal in een waterig milieu. Omdat risico het product is van kans en effect gaat het in werkelijkheid om de kans dat legionella kan groeien en het effect daarvan voor de omgeving.
Het risico (als resultante) kan dan gewoon heel erg klein zijn en is dat in de meeste gevallen waarschijnlijk ook. De kans op vermeerdering van legionella in een watersysteem houdt verband met veel factoren waarvan de temperatuur de belangrijkste is. De cases in Boxtel en Son hebben geleerd dat hoge temperaturen (> 30 grC) van het afvalwater hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol hebben gespeeld.
Het is ook al langer bekend dat Legionella pneumophila (als gevaarlijkste soort) vooral bij die temperaturen optimaal groeit. Bij effectieve afdekking en afzuiging van een bassin kan het effect naar de omgeving in feite naar nul worden gereduceerd en daarmee het risico! Het is onzinnig om dat op voorhand voor alle systemen te gaan eisen, want de kans op vermeerdering van Legionella pneumophila in biologische systemen met temperaturen < 30 grC zal ongetwijfeld een stuk kleiner zijn. Laten we dat eerst goed onderzoeken.
Verder is het onbegrijpelijk dat de Omgevingsdiensten inzetten op een doelvoorschrift met een harde eis dat er geen legionella in de lucht en het effluent zit. Het is namelijk praktisch gezien gewoon niet haalbaar en het leidt tot hoge maatschappelijke kosten en de toevoeging van veel ongewenste desinfectiemiddelen van effluenten. Vergeet niet dat in de lucht en het effluent van een gemiddelde RWZI ook Legionella pneumophila wordt aangetroffen (in aanzienlijk lage concentraties als bij de zuivering in Boxtel). Hoe zou je in de zuivering Legionella moeten bestrijden? Moeten we al ons RWZI-effluent gaan chloren of met UV behandelen?
Ik lees hier een typisch voorbeeld van een overheid die neigt tot een overreactie om in de toekomst elke aansprakelijkheid te kunnen weerleggen. Ondertussen wordt een groot deel van de industrie opgezadeld met het maken van hoge extra kosten voor het bestrijden van een relatief laag risico.
Jan Pronk maakte ooit als Minister van VROM dezelfde fout bij de Tijdelijke Regeling Legionellapreventie die zo'n beetje voor alle collectieve leidingwatersystemen in Nederland het legionellarisico moest gaan indammen. Dat moest worden teruggedraaid (naar alleen de prioritaire instellingen) want de maatschappelijke kosten die dat veroorzaakte waren simpelweg te hoog.
Leuk dat jullie aandacht besteden aan de notitie over de Nationale analyse waterkwaliteit, maar de stof die het meest overschrijdt is niet aluminium, maar ammonium. Als je dat wijzigt in de titel en tekst van de laatste alinea, klopt het verhaal weer.
Helaas zijn de filmpjes niet via het YouTube kanaal te vinden.
Grappig dat er nu pas actie via een collectief wordt opgestart. Waarom kun je in Nederland anno 2019 niet je douche water hergebruiken in je WC?!? Het zou verplicht moeten worden in nieuwbouw en een mogelijkheid in bestaande bouw, bijv via een platte tank in de kruipruimte.
@Wijnand VisserMet dank. Is aangepast.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

(advertentie)

Wij maken gebruik van cookies om de gebruikerservaring te verbeteren. Als je onze site bezoekt, ga je akkoord met het gebruik hiervan.      Ik snap het