0
0
0
s2sdefault

RIWA-Maas en RIWA-Rijn publiceerden vandaag hun jaarverslag over het jaar 2020. In hun verslagen dringen ze aan op meer internationale samenwerking en meer transparantie bij de verlening van vergunningen. RIWA-Rijn dringt specifiek aan op strengere eisen voor lozingen van ongewenste stoffen. RIWA-Maas vraagt aandacht voor de waterbeschikbaarheid in de Maas.

In haar jaarverslagen concluderen de twee RIWA’s, verenigingen van rivierwaterbedrijven in het stroomgebied van respectievelijk de Rijn en de Maas, dat de al langer lopende strijd om meer transparantie bij het verlenen van vergunningen voor lozingen op het water, nog niet is afgerond. “Maar er zijn ook lichtpuntjes”, zegt Maarten van der Ploeg, Directeur RIWA-Maas.

Vergunningen
Bij de ontwikkeling van de ‘Atlas van de Schone Maas’ werkt RIWA-Maas samen met onder andere drinkwaterbedrijven, waterschappen en Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. Die laatste organisatie is begonnen om de vergunningsverlening openbaar te maken. Plannen om hetzelfde te doen voor het stroomgebied van de Rijn, zijn in ontwikkeling. Gerard Stroomberg, directeur RIWA-Rijn, noemt dat belangrijk: “transparantie is nodig om aanvragers en vergunningen te sensibiliseren voor het feit dat de rivieren drinkwaterbronnen zijn. Als wij als sector mee kunnen kijken bij de vergunningsverlening, en dat hoeft echt niet elke keer, leidt dat uiteindelijk tot betere vergunningen.”

Alleen transparantie is namelijk niet genoeg, stelt ook Van der Ploeg. De tot nu toe openbaar gemaakte vergunningen zijn volgens hem namelijk vaak verouderd. “Vergunningen dienen feitelijk om de vijf tot 10 jaar herzien te worden. Het is dus belangrijk om het systeem van herziening en verbetering van vergunningen structureel toe te blijven passen, zodat vergunningen actueel en relevant blijven.”

Moeilijk afbreekbare stoffen
Het beperken van het lozen van moeilijk afbreekbare stoffen, is voor de RIWA-directeuren een belangrijk onderwerp in hun jaarverslagen. “Alle lampen staan op rood voor de eisen uit de Kaderrichtlijn”, zegt Van der Ploeg. “Dat is overal in Nederland zo. In de hoofdstroom van de Maas is de kwaliteit de afgelopen jaren wel verbeterd. Maar de zorgen over opkomende stoffen nemen juist toe.”

Die beoordeling deelt ook Stroomberg. De kwaliteit van de Rijn lijkt de afgelopen twee jaar licht verbeterd. Maar het vereiste niveau van zuivering van het Rijnwater is nog steeds hoger dan
dat van het jaar 2000, toen de KRW werd ingevoerd. “Daarom zijn wij bezorgd over de plannen in Duitsland om grootschalig lithium te winnen uit geothermisch bronwater in het
gebied tussen Bazel en Karlsruhe. “De concentraties nu zijn al op maximaal niveau. Daarom vragen wij hier echt aandacht voor bij de verlening vergunningen voor nieuwe activiteiten.”

Waterbeschikbaarheid
RIWA-Maas wijst er in haar jaarrapport op dat de klimaatverandering zal leiden tot meer extremen in de Maasafvoer. Van der Ploeg: “Een beperkte beschikbaarheid van water in de Maas kan echt een probleem worden. Dat is politiek helaas nog geen prioriteit. Na het IPCC-rapport werd vooral gekeken naar de stijging van de zeespiegel, maar aan de andere kant van Nederland hebben we ook een probleem. De periodes van lage Maasafvoer worden naar verwachting langer en extremer en dat heeft direct gevolgen voor de waterkwaliteit. Hier hebben we echt meer onderzoek en een internationale dialoog nodig om tot oplossingen te komen.”

 

MEER INFORMATIE
Jaarverslag RIWA-Maas
Jaarverslag RIWA-Rijn

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.