secundair logo knw 1

In sommige monsters werden 14 verschillende PFAS aangetroffen | Foto Fanny Renaud/Unsplash

De moedermelk van vrouwen in Nederland bevat gemiddeld zo’n 4 tot 7 verschillende soorten PFAS, in gehalten die in 18 procent van de gevallen risicovol zijn voor het kind. Dat blijkt uit vandaag gepubliceerd onderzoek van het RIVM in samenwerking met het Amsterdam Universitair Medisch Centrum en de Vrije Universiteit Amsterdam.

In ongeveer één op de vijf moedermelkmonsters die het RIVM onderzocht, lag het PFAS-gehalte boven de gezondheidskundige risicogrens. Bij overschrijding van deze grens kan een verhoogd risico op een onderdrukt immuunsysteem en een verminderde vaccinrespons bij baby’s en jonge kinderen niet worden uitgesloten. Kinderen lopen in dat geval risico om minder antistoffen aan te maken na vaccinatie tegen ziekteverwekkers zoals difterie en tetanus. 

Het is de tweede keer dat het RIVM moedermelk op PFAS onderzocht heeft. In vergelijking met het eerdere onderzoek, uitgevoerd in 2014, zijn de concentraties van een aantal soorten PFAS in moedermelk afgenomen. Hoewel het niet direct mogelijk is een causaal verband aan te tonen, aldus het RIVM, toont deze daling wel een parallel met maatregelen die in de tussenliggende periode genomen zijn om de blootstelling van mensen aan PFAS te reduceren. 

Completer beeld
Het nieuwe onderzoek geeft een vollediger beeld dan in 2014, doordat een grotere variëteit aan PFAS en een grotere populatie is onderzocht. Ditmaal onderzocht het RIVM de moedermelk van 1629 vrouwen uit heel Nederland. De melkmonsters, afgenomen in 2020-2021, zijn geanalyseerd op 29 verschillende PFAS, geselecteerd op basis van hun relevantie en de analytische mogelijkheden. 

In bijna elk monster zijn minimaal 2 soorten PFAS aangetroffen. In de meeste monsters waren dit er 4 tot 7; in sommige liep het op tot 14 verschillende soorten. PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS werden in het merendeel (>93 procent) van de monsters aangetroffen.  

PFOS kwam in de meeste monsters en de hoogste concentraties voor, gevolgd door PFOA. Deze bevinding is in lijn met eerder bevolkingsonderzoek van het RIVM naar de aanwezigheid van PFAS in bloed. Daaruit volgde dat bijna alle bloedmonsters minimaal 7 verschillende PFAS bevatten, waarbij PFOS eveneens in de hoogste concentraties voorkwam, gevolgd door PFOA. 

Body burden
Het moedermelkonderzoek is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), en maakt onderdeel uit van een breder onderzoeksprogramma. Doel van dit programma is om een landelijk dekkend beeld te krijgen van de mate waarin de Nederlandse bevolking wordt blootgesteld aan PFAS. 

PFAS hopen zich op in eiwitrijke weefsels, zoals de lever, nieren, longen en de milt. Ook moedermelk is eiwitrijk (met name in de eerste dagen na de geboorte), en daarmee een goede graadmeter voor de aanwezigheid van PFAS in het milieu en het menselijk lichaam. De concentratie in moedermelk, schrijft het RIVM, weerspiegelt wat een moeder gedurende haar leven heeft opgenomen; de zogeheten body burden.

In 2021 en 2023 berekende het RIVM dat mensen in Nederland alleen al via voedsel en drinkwater te veel PFAS binnenkrijgen (dat wil zeggen, nog afgezien van andere orale, inhalatoire en dermale blootstellingsroutes, zoals het inademen van huisstof of het aanbrengen van cosmetica). De resultaten van de metingen in bloed en moedermelk bevestigen die conclusie. 

Borstvoedingsadvies
Op basis van de onderzoeksresultaten adviseren zowel het RIVM als het Voedingscentrum om, als dat mogelijk is, toch borstvoeding te blijven geven, ook al krijgen kinderen daardoor meer PFAS binnen dan met poedermelk. Hierbij wordt benadrukt dat baby’s die borstvoeding krijgen minder kans hebben op bepaalde infectieziekten, overgewicht, astma en kinderleukemie, en dat borstvoeding ook voor de moeder de kans op onder andere diabetes type II, cardiovasculaire aandoeningen en borstkanker kan verminderen. 

Deze gezondheidsvoordelen worden op basis van de huidige kennis als groter beschouwd dan de mogelijke risico’s van de aanwezige PFAS. Meer onderzoek is echter nodig om dit, eventueel in combinatie met andere milieuverontreinigingen aanwezig in moedermelk, kwantitatief te bepalen in een risico-batenanalyse, concludeert het RIVM. 

Vrouwen die willen weten hoeveel PFAS er in hun moedermelk zit, wordt afgeraden om de melk te laten testen bij commerciële bedrijven. “Je kan niks met de uitslag”, zegt Joke Herremans, coördinator PFAS bij het RIVM, op de NOS. “Dan weet je hoeveel PFAS erin zit, maar er is op dit moment geen waarde bepaald waarop wij het advies geven om te stoppen met borstvoeding.”

Alle zeilen bij
Minister Sophie Hermans (VWS) heeft de resultaten van het onderzoek vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer. In haar brief aan de Kamer concludeert de minister dat de resultaten het belang onderschrijven van een onverminderde inzet op maatregelen die de blootstelling aan PFAS verminderen. Genoemd worden onder andere het REACH-restrictievoorstel, aanscherping van de maximumlimieten voor PFAS in voedingsproducten, en aanscherping van milieukwaliteitsnormen. 

Het RIVM raadt de ministeries aan om het moedermelkonderzoek periodiek te herhalen, zodat kan worden gemonitord of maatregelen effectief zijn. Ook wordt aangeraden om in vervolgonderzoek (ultra)korteketen-PFAS mee te nemen, zoals trifluorazijnzuur (TFA). TFA-metingen zijn in het huidige onderzoek namelijk niet gedaan, “terwijl TFA de PFAS is die in de hoogste concentraties voorkomt in drinkwater in Nederland”, aldus het RIVM. 

Later dit jaar volgen de resultaten van een nieuw bevolkingsonderzoek naar de PFAS-gehalten in bloed. Ook zal het RIVM eind dit jaar aanbevelingen doen over een eventueel vervolg op het overkoepelende onderzoeksprogramma, dat dit jaar afgerond wordt. 

Ondertussen zet het kabinet “alle zeilen bij” om de blootstelling aan PFAS verder terug te dringen, schrijft minister Hermans. “Tegelijkertijd moeten we ook accepteren dat deze stoffen niet snel zullen verdwijnen uit onze omgeving.”

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

We mogen dankbaar zijn dat we in Nederland leiding-/kraanwater hebben. Feit is wel dat het optimaal zuiveren van rivier- en grondwater, om er 118 liter kraan-/drinkwater per persoon per dag van te maken, steeds moeilijker wordt.  Als theeproever ontdekte ik, reeds in 1981, dat water 90-99,9% zuiverder kan zijn dan leidingwater; thee bereid met zuiver water is onvergelijkbaar helderder, geuriger, smakelijker dan dezelfde thee bereid met regulier leidingwater.  
Het thuis (na)zuiveren van leidingwater met omgekeerde osmose apparatuur, 'gewoon' te tappen uit een kraan op het aanrecht, doe ik inmiddels 45 jaar en ervaar dat iedere dag als een ZEGEN met 5 hoofdletters en... zeker iet alleen voor thee. Bij alle zorgen, waar terecht veel aandacht voor is, wil ik een lans breken voor dit goede nieuws, voor deze optimale vorm van waterzuivering, die, in mijn visie, in mijn vaste overtuiging, vroeger of later, stap voor stap, steeds breder ingevoerd zal gaan worden. Centrale zuivering  en thuis (na)zuiveren kan naast elkaar bestaan en vullen elkaar prima aan. Het zal een enorme cultuurverandering worden... en die gaan (helaas) langzaam.
@Marco AlHet meeste water is niet het water dat we zien. Het meeste water zit in de bodem
Jaarlijks 4000 kilo PFAS-medicijnen via de slikkers in het riool.

98% daarvan kan onmiddellijk verboden worden, patenten zijn er af.
Een hele boeiende studie die de meerwaarde van het meewegen van het effect op de toekomst in de besluiten van vandaag laat zien. Binnen Min. IenW, Deltacommissaris en RWS heb ik hiervoor de methodiek Toekomst aan Tafel ontwikkeld. Deze methodiek bevat instrumenten die binnen het beleidsontwikkeling de impact op de toekomst tastbaar en concreet maken (zoals ook hierboven uitgebreid is gedaan voor de klimaatdijk), om zo mee te wegen in het besluit. Als je hier meer over wilt weten, kom vooral op de lijn. 
Interessante ontwikkeling! Ik ben benieuwd of bij doelsturing ook het benedenstroomse gebied waarin mogelijk strengere doelen gelden meegenomen wordt?