Het RIVM doet momenteel op 29 locaties onderzoek naar de aanwezigheid van het coronavirus in rioolwater. Als over ongeveer twee weken de resultaten bekend zijn, wordt duidelijk of de pilot wordt voorgezet en de screening van rioolwater structureel wordt ingezet om de verspreiding van het coronavirus te monitoren.

Dat laat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) weten. In tal van landen wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van het coronavirus SARS CoV-2 in rioolwater. Doel is om aan de hand van rioolwaterscreening de verspreiding van het coronavirus op de voet te volgen. Of beter, er moet een waarschuwingssysteem ontstaan waarmee vroegtijdig nieuwe uitbraken worden getraceerd.

Studies hebben aangetoond dat besmette mensen virusdeeltjes eerder uitscheiden dan dat ze symptomen van de ziekte COVID-19 vertonen. Volgen van gendeeltjes in het rioolwater zou overheidsdiensten daarom een voorsprong kunnen geven in het nemen van maatregelen om virusverspreiding tegen te gaan.

Voorop
Nederland loopt in het onderzoek voorop, zegt woordvoerder Coen Berends van het RIVM. Naast zijn instituut doet KWR Water Research Institute in Nieuwegein onderzoek. Beide instituten maakten in maart bekend dat ze genetisch materiaal (RNA) van het coronavirus hadden aangetroffen in monsters van rwzi’s.

RIVM vond het in afvalwater in Amsterdam, Tilburg en bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie dat ook het afvalwater afkomstig van Loon op Zand zuiver. Een dag eerder maakte KWR bekend erfelijk materiaal te hebben aangetroffen in monsters van rwzi's in Coevorden, Harnaschpolder, Amersfoort en Apeldoorn, Amsterdam West, Schiphol, Tilburg en Utrecht (incl. Overvecht). In het effluent werd het virusmateriaal niet gevonden.

Gezamenlijk
KWR zou graag gezamenlijk optrekken met het RIVM, staat op de website van het instituut. Maar dat gebeurt niet, beide instellingen doen hun eigen onderzoek. Het RIVM verwijst naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de opdrachtgever van het rioolwateronderzoek, als de vraag wordt gesteld waarom de krachten niet worden gebundeld.

De noodzaak is er niet, laat het ministerie van VWS weten. Het RIVM heeft zelf de kennis, kunde en capaciteit in huis, legt VWS-woordvoerder Tom Wisseborn uit. “Er is daarom geen noodzaak om andere partijen geheel of gedeeltelijk monsters te laten nemen en te laten analyseren.”

Relevante bijdrage
Wisseborn: “De vroegopsporing via afvalwater moet in de huidige omstandigheden zo snel mogelijk een relevante bijdrage aan de huidige SARS-CoV-2 surveillance opleveren en daar een integraal onderdeel van worden. Ook wil VWS dat de methodiek onderdeel wordt van de reguliere ziekte- en kiemsurveillance door het RIVM/CIb (Centrum Infectieziektebestrijding, red) in mens en omgeving. Het RIVM heeft daar de kennis en kunde voor, net als het (bestaande) netwerk en de capaciteit.”

KWR meldt (8 mei) een meetmethode te hebben ontwikkeld om het rioolwater te monitoren op aanwezigheid van het coronavirus. Op de website wordt de methode in 6 stappen uit de doeken gedaan. Met het influent op een rwzi kan de bevolking van een hele stad met één monster worden gescreend, schrijft het instituut. “Zo kan rioolonderzoek helpen bepalen in hoeverre COVID-19 in de bevolking voorkomt en of het toeneemt of afneemt.”

Het RIVM onderzoekt momenteel het rioolwater op 29 locaties in Nederland, vertelt woordvoerder Berends. Het instituut verwacht over ongeveer twee weken met de resultaten naar buiten te komen. Als blijkt dat de rioolwaterscreening succesvol is, moet het gaat dienen als aanvulling op het bestaande testbeleid, zegt Berends.

 

INTERNATIONAAL ONDERZOEK
In tal van landen wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van het coronavirus SARS CoV-2 in rioolwater. In Israël onderzoeken wetenschappers afvalwater van Haifa in het noorden tot de Negev in het zuiden. In Zwitserland worden rioolwatermonsters uit Lausanne, Zurich en Lugano geanalyseerd. In andere landen als Amerika, Australië, Frankrijk, Spanje en Zweden wordt ook onderzoek gedaan.
In België daarentegen weer niet. Aquafin heeft monsters laten onderzoeken door KWR in Nieuwegein (die genetische materiaal aantrof), maar het Vlaamse bedrijf voor de waterzuivering laat in de media weten dat er vooralsnog geen vervolg komt. 
Waar dat wel gebeurt, is het doel hetzelfde: de ontwikkeling van rioolwatermonitoring om een vroegtijdig waarschuwingssysteem te ontwikkelen. "Met monsters van 20 grote zuiveringsinstallaties verspreid over Zwitserland konden we het afvalwater van ongeveer 2,5 miljoen mensen in de gaten houden", zegt Christoph Ort van Eawag, het Zwitserse Federaal Instituut voor Waterwetenschap en Technologie, tegen Medical Xpress, de website voor medisch nieuws.
Ort: “Als de monsters snel worden geanalyseerd, kunnen we waarschijnlijk een heropleving van infecties eerder detecteren dan met diagnostische tests - ongeveer een week eerder - vooral in de periode dat de lockdown wordt opgeheven.”
Onderzoekers en wetenschappers uit diverse landen delen resultaten van hun zoektocht naar de alternatieve screeningsmethode. Ze delen de overtuiging dat het testen van rioolwater een belangrijk instrument is om verspreiding van het virus te voorspellen.
De Europese Unie volgt de ontwikkelingen ook. Tijdens de hackathon #EUvsVirus viel de rioolwaterscreeningstool Sewers4COVID in de prijzen. De toepassing, waarin KWR participeert samen met onderzoekers van universiteiten en instituten uit Griekenland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk, brengt de verspreiding van het virus 'snel en kostenefficiënt' in beeld, aldus de onderzoekers.

 

MEER INFORMATIE
KWR wint met screeningstool rioolwater corona-hackathon van de EU
'Rioolwater kan ons veel vertellen over de pandemie'
KWR vindt coronavirus in rioolwater en werkt aan ontwikkeling screeningstool

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Ben Tangena · 2 years ago
    Heel jammer dat RIVM niet met KWR wil samenwerken in dit onderzoek. Je zou zeggen: alle hens aan dek in deze tijd, maar dat lukt dus niet. Ik hoop dat men op zijn minst afspraken maakt wie waar bemonstert en hoe de resultaten gedeeld worden.
  • This commment is unpublished.
    Naud Luijerink · 2 years ago
    Wat wordt er met deze resultaten gedaan? Gaat men ook blussen indien men brand ontdekt of zijn we blij dat de brandmelder het doet. Oplossingen wellicht meenemen in IPMV van STOWA.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!