Bij de dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma zouden minder vanzelfsprekend stalen damwanden moeten worden toegepast. Dat stelt een groep rivierexperts van het Expertisenetwerk Waterveiligheid in een advies aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Het ministerie had het Expertisenetwerk Waterveiligheid om een mening gevraagd over het toegenomen gebruik van stalen damwanden bij dijkversterkingen. Het expertisenetwerk vindt dat het “vanuit een toekomstgericht en systeemgericht perspectief een streven zou moeten zijn om minder harde constructies toe te passen als dijkversterking”.
“Grond- en andere natuurgebaseerde oplossingen zouden het vertrekpunt moeten vormen, waarbij harde constructies alleen worden gekozen als ze de beste optie zijn in een afweging waarin toekomstbestendigheid een belangrijk aspect is.”
Klassieke kleidijk
De afgelopen jaren heeft de stalen damwand terrein gewonnen bij dijkversterkingen. Damwanden zijn relatief goedkoop, praktisch toepasbaar en ze bieden een oplossing voor meerdere faalmechanismen van een waterkering, zowel piping als macro-stabiliteit. Bovendien kunnen damwanden tot grote diepte worden aangebracht, zijn ze logistiek eenvoudig en makkelijk leverbaar.
Het gaat om stalen platen die 15 tot 20 meter de grond in worden geslagen of geduwd in het talud of de kruin van een dijk om de waterkering veiliger te maken. Tegenwoordig wordt het in 30 procent van de dijkverbeteringen toegepast, met name bij rivierdijken. Bij de rivierdijken in de Rijn-Maasmonding en Stadsdijken Zwolle bestaat zelfs 80 procent van het dijktracé uit stalen damwanden.
Met name op plekken waar weinig ruimte is voor een klassieke kleidijk, valt de keus op een harde constructie. Damwanden worden eveneens ingezet op plekken waar panden en bomen op en langs de dijk behouden moeten blijven. Ook zwichten waterschappen regelmatig voor wensen van omwonenden en belanghebbenden die de voorkeur uitspreken voor een stalen damwand boven een brede dijk.
Nadelen
Het Expertisenetwerk Waterveiligheid signaleert dat er vooral oog is voor de voordelen van damwanden en te weinig voor de nadelen ervan in de toekomst. “Deze oplossingen brengen op lange termijn risico’s met zich mee, zoals beperkte adaptiviteit, onzekerheid over degradatie en lock-in-situaties. Dat wordt momenteel onvoldoende expliciet meegewogen in de afweging”, schrijft het Expertisenetwerk in een advies aan het ministerie.
Eerder had het Expertisenetwerk Waterveiligheid al een kritische vinger gelegd op het gebruik van betonnen palen bij de versterking van de Lekdijk tussen Kinderdijk en het veer van Schoonhoven.
Waterschappen zouden zich vaker rekenschap moeten geven van de nadelen van de damwanden in dijken, vindt het Expertisenetwerk. Het zijn obstakels in een dijk die lastig te verwijderen zijn als een dijk in de toekomst moet worden aangepakt. Bovendien kan het gebruik van damwanden problematisch zijn op een gelaagde slappe ondergrond. Klei- en zanddijken bewegen mee met de bewegingen in de ondergrond, maar een harde staalconstructie doet dat niet. Dat brengt risico’s met zich mee of een dijk wel voldoende waterdicht blijft.
Sloop huizen
Het Expertisenetwerk vindt dat waterschappen het taboe moeten opheffen op de sloop van huizen voor een dijkversterking. Nu geldt als uitgangspunt dat alle woningen blijven staan. Dat kan door stalen damwandconstructies toe te passen. Er zouden richtlijnen opgesteld moeten worden onder welke omstandigheden het slopen en herbouwen van een woning op of bij een dijk verstandiger en goedkoper is dan het plaatsen van damwanden, met risico’s op scheuren en verzakkingen van woningen.
David van Raalten, directeur van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, zegt blij te zijn met dit advies van het Expertisenetwerk Waterveiligheid over het gebruik van damwanden bij dijkversterkingen. “Damwanden zijn constructies die voor honderd jaar vastliggen. Daarom moeten we er donders goed over nadenken of een damwand de logische oplossing is voor een probleem om een waterkering op sterkte te brengen. Het is goed dat we extra aandacht vragen voor die afweging.”

In Nederland zijn er een aantal bedrijven die dezelfde technolgie leveren.
Waarom wordt er niet samengewerkt met Nederlandse bedrijven?