De droogte in recente zomers laat zien dat de situatie bij het onttrekken van grondwater veranderd is. Herijk daarom de uitgangspunten en werkwijze bij vergunningverlening en zorg ervoor dat toezicht en handhaving meer prioriteit krijgen. Dat adviseert de Rekenkamer Oost-Nederland aan de provincies Gelderland en Overijssel.

De provincies zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening van drinkwaterwinningen en industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 kubieke meter per jaar. Veel vergunningen zijn tientallen jaren geleden afgegeven. De provincies Gelderland en Overijssel hebben indertijd een zorgvuldig afweging van de verschillende belangen – drinkwater, industrie, landbouw en natuur – gemaakt, constateert de Rekenkamer Oost-Nederland in het gisteren aangeboden rapport Als elke druppel telt. Maar vanwege de toenemende droogte die leidt tot waterschaarste, is een nieuwe situatie ontstaan.

Het belang van voldoende water komt steeds meer op de voorgrond te staan. In de warme en droge zomers van 2018, 2019 en 2022 was er schade aan landbouw en natuur en een grotere vraag naar drinkwater. Daarom vindt de Rekenkamer het tijd worden voor een herijking van de uitgangspunten en werkwijze rond vergunningverlening, toezicht en handhaving bij grondwateronttrekkingen. De Rekenkamer doet acht aanbevelingen aan de Gedeputeerde Staten van Gelderland en Overijssel (zie kader onderaan).

Huidige beoordelingssystematiek ontoereikend
De aanbevelingen gaan onder meer over de manier waarop de provincie de te verwachten effecten van onttrekkingen beoordeelt. In de huidige beoordelingssystematiek houdt de provincie rekening met de verlaging ten opzichte van het grondwaterpeil op het moment van de vergunningaanvraag. Volgens de Rekenkamer volstaat dit niet meer. Het is bij nieuwe aanvragen belangrijk om de optelsom van verlagingen door eerdere onttrekkingen en andere factoren mee te nemen.

De Rekenkamer pleit er ook voor dat de provincies meetgegevens die nodig zijn voor de analyse van de ontwikkeling van de grondwaterstand in een gebied, gebruiken bij een update van bestaande vergunningen. De provincies hebben deze meetgegevens wel, maar benutten die hiervoor nog niet.

Verder moeten toezicht en handhaving meer prioriteit krijgen. De Rekenkamer kraakt vooral een kritische noot over de gang van zaken in Overijssel, waar voorschriften uit de vergunningen niet systematisch worden gevolgd. In Gelderland vindt het toezicht op een gestructureerde manier plaats en worden de vergunningen meestal goed nageleefd. Wel worden overtredingen vaak laat opgemerkt.

Geen compleet beeld bij waterschappen
Twee aanbevelingen gaan over de relatie tussen provincie en waterschap, dat voor alle andere onttrekkingen van grondwater vergunningen verleent. De Rekenkamer adviseert om te zorgen voor een completer beeld van de onttrekkingen onder bevoegd gezag van de waterschappen dan er nu is. Dit betekent vooral een inspanning van de waterschappen.

De provincies kunnen hierop invloed uitoefenen omdat zij regels voor de registratie van grondwateronttrekkingen kunnen meegeven aan de waterschappen. Beide provincies hebben dit ook gedaan maar de gehanteerde grens ligt vrij hoog, vooral in Overijssel. Daardoor blijven onttrekkingen buiten beeld. De provincie Gelderland heeft naleving van de registratieplicht door waterschappen tot voor kort veronachtzaamd.

Provincies in spagaat bij drinkwater
De Rekenkamer Oost-Nederland heeft nog een opmerking over de onttrekkingen voor drinkwater. De twee provincies bevinden zich hierbij in een spagaat. Zij houden toezicht op de onttrekkingen door Vitens, ook in relatie tot de bescherming van de natuur, maar hebben tegelijk een verantwoordelijkheid om te zorgen voor voldoende drinkwater. De leveringsplicht van Vitens kan in periodes van tekorten leiden tot overschrijdingen, met extra gevolgen voor de omgeving.

Daarnaast stelt de Rekenkamer vast dat een deel van de Overijsselse vergunningen voor industriële onttrekkingen wordt ingezet voor laagwaardig gebruik. Het beleid is om kostbaar grondwater alleen te benutten voor hoogwaardige doelen. Hierop zijn de vergunningen nog niet aangepast.

Kaart Grondwateronttrekkingen Gelderland en OverijsselDe grondwateronttrekkingen waarvoor de provincies Gelderland en Overijssel bevoegd gezag zijn. Het gaat om 44 drinkwaterwinningen en 52 industriële onttrekkingen in Gelderland en 22 drinkwaterwinningen en 11 industriële onttrekkingen in Overijssel. Bron: Rapport Als elke druppel telt (2022) / Rekenkamer Oost-Nederland.


AANBEVELINGEN

De Rekenkamer Oost-Nederland komt met acht aanbevelingen voor de Gedeputeerde Staten van Gelderland en Overijssel, verdeeld over twee categorieën.

Herijking van werkwijze bij onttrekkingen
• Maak bij het beoordelen van vergunningaanvragen een duidelijke koppeling met de trend van de grondwaterstand en de factoren die de grondwaterstand samen met de nieuwe onttrekking beïnvloeden, zoals klimaatverandering en bestaande onttrekkingen. Gebruik dit om te beoordelen of de onttrekking in het gebied past.
• Zorg voor een periodieke evaluatie van bestaande vergunningen waarbij wordt bekeken of het effect van de onttrekking op de omgeving nog aanvaardbaar is dan wel de vergunning moet worden geactualiseerd. Benut daarvoor de meetgegevens over grondwaterstanden die de provincie bezit.
• Zorg ervoor dat toezicht en handhaving bij (industriële) onttrekkingen meer prioriteit krijgen. Door tijdiger gebreken te signaleren kan kostbaar grondwater worden bespaard.
• Overweeg om voor alle waterschappen in Overijssel en Gelderland met een werkgebied op de hoge zandgronden een lagere grens voor de registratie van grondwateronttrekkingen te hanteren, bijvoorbeeld 12.000 kubieke meter.
• Bevorder dat waterschappen de door de provincie vastgestelde registratiegrens duidelijk vermelden in hun regelgeving, zodat alle onttrekkingen waarvoor de registratieplicht geldt daadwerkelijk worden geregistreerd.

Andere aanbevelingen
• Verbeter de archivering van vergunningen en toezichtsdossiers bij grondwateronttrekkingen.
• Voor Overijssel: actualiseer de industriële vergunningen met als uitgangspunt het hoogwaardig gebruik van kostbaar grondwater en houd toezicht op de naleving.
• Geef een jaar na de behandeling van dit Rekenkamerrapport inzicht in de implementatie van de aanbevelingen.

 

LEES OOK
H2O Actueel: Extra drinkwaterwinning Vitens in Overijssel
H2O Actueel: Waterschappen gaan registratie verbeteren

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!