De bestrijding van droogte in het hoofdwatersysteem is goed georganiseerd en werkt effectief, is het oordeel van de Algemene Rekenkamer. Moeizamer verloopt de aanpak in regio’s die van grondwater afhankelijk zijn. De Rekenkamer beveelt de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan om meer inzicht in ruimtelijke droogtemaatregelen van decentrale overheden te krijgen en waar nodig ondersteuning te bieden. De minister wil dit advies overnemen.

De media hebben vandaag op Verantwoordingsdag - de tegenhanger van Prinsjesdag - vooral aandacht voor de harde kritiek van de Algemene Rekenkamer op het financieel beheer van de regering bij de bestrijding van de coronapandemie. Maar het controleorgaan heeft meer te melden. Zoals over de aanpak van de droogte van de afgelopen jaren door de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

De minister draagt de verantwoordelijkheid voor de droogte-aanpak in het hoofdwatersysteem: de grote rivieren en meren in Nederland. De Rekenkamer is daarover positief in het verantwoordingsonderzoek. “De minister van IenW pakt droogtebestrijding voor een belangrijk deel aan met het Deltaprogramma Zoetwater. Dit is goed georganiseerd en werkt effectief voor de bestrijding van droogte in het hoofdwatersysteem.”

Problemen bij aanpak in grondwatersysteem
De provincies en waterschappen – en deels gemeenten – zijn verantwoordelijk voor de aanpak van droogte in het regionale watersysteem. Dan gaat het om de regionale oppervlaktewateren en het grondwater. De Algemene Rekenkamer stelt vast dat het Deltaprogramma Zoetwater minder goed werkt voor delen van Nederland die afhankelijk zijn van grondwater, zoals de hoge zandgronden. Hetzelfde geldt voor bebouwd gebied waar een lage grondwaterstand als gevolg van droogte problemen oplevert.

Voor de bestrijding van droogte in het grondwatersysteem zijn ruimtelijke maatregelen belangrijk, die gericht zijn op het vasthouden van water. De Rekenkamer noemt als voorbeelden een verandering van landgebruik, het creëren van natuurlijke waterbuffers en het aanbrengen van waterdoorlaatbare bestrating. Deze maatregelen komen lastiger tot stand, wordt geconstateerd.

In vergelijking met maatregelen in het zoetwatersysteem zijn er meer partijen bij betrokken. Ook liggen er vaak lastige belangenafwegingen aan ten grondslag. “Daar komt bij dat het Rijk maar voor een deel bijdraagt aan de kosten. Om ruimtelijke maatregelen uit te voeren, moeten decentrale overheden daarom vaak aansluiting zoeken bij andere projecten voor cofinanciering. Dat kost veel afstemming en tijd.”

Sterkere betrokkenheid van minister verwacht
De minister van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor de nationale zoetwatervoorziening inclusief grondwater en coördineert een nationale aanpak voor klimaatadaptatie, aldus de Rekenkamer. “Wij verwachten van de minister dan ook dat zij op grond van deze verantwoordelijkheden sterker en inhoudelijker betrokken is bij de droogteproblematiek in grondwaterafhankelijke regio’s en het bebouwd gebied.”

Deze rol komt volgens het controleorgaan nu onvoldoende uit de verf. Zo beoordeelt de minister niet inhoudelijk de regionale plannen voor aanpassing aan de klimaatverandering. De minister houdt ook niet bij of de plannen maatregelen tegen droogte bevatten en of er knelpunten in de uitvoering zijn.

Drie aanbevelingen voor beter inzicht en ondersteuning
De Algemene Rekenkamer komt met drie aanbevelingen aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor een beter inzicht in de lokale aanpak en voor ondersteuning waar dat nodig is. Zij wordt allereerst aangeraden om behalve de procesvoortgang ook de inhoudelijke ontwikkelingen in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie te monitoren. De minister krijgt zo inzicht in de maatregelen die op lokaal niveau worden ontwikkeld en uitgevoerd en de knelpunten hierbij. “Met dit inzicht kan de minister bijsturen en kennis delen over de ontwikkeling en uitvoering van ruimtelijke maatregelen tegen droogte.”

De tweede aanbeveling betreft eveneens het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Versterk hierbij de samenwerking met de waterbeheerders, de decentrale overheden en de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De organisatie van de samenwerking in het Deltaprogramma Zoetwater kan volgens de Rekenkamer als voorbeeld dienen.

Voor de droogteproblematiek die te maken heeft met grondwater, is het van belang dat er meer samenhang komt tussen de Deltaprogramma’s Zoetwater en Ruimtelijke Adaptatie. “Versterk daarom de afstemming tussen deze deltaprogramma’s op het gebied van droogte. Geef hierbij duidelijk aan welke typen maatregelen thuishoren in welk programma, en welke maatregelen eventueel programma-overstijgend zijn”, aldus de derde aanbeveling.

Aanbevelingen overgenomen door minister
Demissionair Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat kreeg de mogelijkheid om meteen haar reactie te publiceren. Volgens haar is in de grondwaterafhankelijke regio’s de afgelopen jaren intensief samengewerkt bij het tegengaan van de effecten van droogte. Vanuit het Deltaprogramma Zoetwater zijn veel maatregelen genomen, zoals het terugbrengen van de oorspronkelijke kronkelende loop van beken en het aanleggen van stuwen voor het beter vasthouden van water.

Maar zoals de Rekenkamer aangeeft zijn ook ruimtelijke maatregelen en aangepast landgebruik nodig, vervolgt Van Nieuwenhuizen. “Het is cruciaal dat het bodem- en watersysteem weer leidend wordt voor de keuzes in het landgebruik. Zo is in de Nationale Omgevingsvisie opgenomen dat in veenweidegebieden overgegaan wordt naar ‘functie volgt peil’. Ook in de grondwaterafhankelijke gebieden moet je de afweging maken welke functies hier nog passen. Daarbij zullen alle overheidslagen hun verantwoordelijkheid moeten nemen.”

De minister wil de drie aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer overnemen. Zij ziet de uitvoeringsagenda’s die de 45 werkregio’s van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie opstellen, als een belangrijk aanknopingspunt voor een inhoudelijke monitoring vanuit het Rijk. De werkregio’s worden tevens gestimuleerd om in nauwe samenwerking tussen decentrale overheden, waterbeheerders en ministeries maatregelen voor de uitvoeringsagenda’s te selecteren.

Wat betreft de samenhang tussen de Deltaprogramma’s Zoetwater en Ruimtelijke Adaptatie is Van Nieuwenhuizen van plan om de provincies te vragen om in hun gebied een goede verbinding te leggen. De bewindsvrouw meldt tot slot dat ze de adviezen gaat bespreken met de Deltacommissaris.

 

MEER INFORMATIE
Rekenkamer over droogte-aanpak
Rapport verantwoordingsonderzoek
Reactie van minister van IenW
 
Bericht Unie van Waterschappen

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!