De norm voor PFAS in de bodem is verhoogd en er mag meer bagger en grond worden afgezet in diepe plassen. Dat heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) op grond van nieuw onderzoek besloten. Voor sommige regio’s is dit nog onvoldoende.

Met de nieuwe regels wordt het tijdelijk handelingskader voor PFAS, dat vorig jaar juli werd opgesteld, geactualiseerd. Dat leidde tot protest vanwege de strenge norm van 0,1 microgram per kilo voor PFAS in de bodem voor veel toepassingen, een waarde die veel grond- en baggerwerk stillegde. Eind november werd de achtergrondwaarde verhoogd tot 0,8 microgram, vanaf nu geldt voor de landbodem een achtergrondwaarde van 1,4 microgram. 

Een tweede verruiming is dat vanaf nu dezelfde regels voor grond en bagger gelden. Uit onderzoek van het RIVM blijkt volgens de minister dat grond zich in oppervlaktewater net als bagger gedraagt. Eerder was dat nog onduidelijk, waardoor met PFAS vervuilde grond niet mocht worden toegepast in bijvoorbeeld diepe plassen.

"PFAS-houdende grond kan nu ook verantwoord worden toegepast in oppervlaktewater", schrijft Van Veldhoven in een brief aan de Tweede Kamer. "Uitgangspunt blijft ook hier dat het oppervlaktewater beschermd is en de kwaliteit van de bodem niet slechter wordt."

Diepe plassen
Verder komt er meer ruimte om grond en bagger in 37 diepe plassen af te zetten. Dat mocht eerst alleen in plassen die in verbinding staan met de grote rivieren. Uit onderzoek van Deltares blijkt dat PFAS in heel Nederland in de waterbodems wordt aangetroffen. De aangetroffen concentraties zijn wel lager dan in de grote rivieren. Daarom is voor PFOS een waarde van 1,1 microgram per kilo vastgesteld en voor de overige PFAS een waarde van 0,8 microgram per kilo.

Ook voor de waterschappen is de verruiming welkom, zo meldt de Unie van Waterschappen. "Baggerwerkzaamheden die zijn uitgesteld omdat er vanwege PFAS geen geschikte bestemming voor de baggerspecie kon worden gevonden, kunnen weer worden opgestart als de baggerspecie voldoet aan de nieuwe normen."

Voor gebieden in het westen van Nederland is de verruiming echter nog onvoldoende, stelt de Unie. Rond Dordrecht bijvoorbeeld, waar het bedrijf Chemours is gevestigd, bevat de bodem meer PFAS dan elders in Nederland. De Unie heeft er daarom voor gepleit om voor deze regio een aparte waarde vast te stellen, maar daar wilde de minister niet aan.

"Ze heeft wel beloofd om waterschappen die zelf mogelijkheden zien om extra afzetruimte voor baggerslib te creëren, te ondersteunen", zegt woordvoerder Jane Alblas van de Unie. "Het is nu nog een beetje koffiedik kijken hoe dit in de praktijk uitpakt, maar wij zullen de waterschappen gaan vragen hoe zij dit zelf zien."

Balans
Daarnaast blijft de Unie hameren op het belang van een integraal beleid voor zeer gevaarlijke stoffen, aldus Alblas. "Het is steeds zoeken naar een balans. Om Nederland leefbaar te houden, moeten we baggeren. Maar we willen natuurlijk niet bijdragen aan de verspreiding van deze stoffen. Eigenlijk vinden we dat ze helemaal niet in het milieu terecht moeten komen. Daarom is het beter om het probleem aan de voorkant aan te pakken, zodat we niet weer in zo’n impasse belanden."

Daarvoor zet de minister zich ook in Europees verband in, belooft ze in haar brief aan de Kamer. Het definitieve handelingskader voor Nederland wil ze in 2021 vaststellen, nadat dit najaar opnieuw een aantal onderzoeken zal plaatsvinden.

 

MEER INFORMATIE
Kamerbrief over aanpassingen beleid PFAS
Reactie Unie van Waterschappen
H2O-bericht: Van Veldhoven verruimt veiligheidsnormen PFAS en PFOS
H2O-bericht: Waterschappen schorten baggeren op vanwege PFAS

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!