0
0
0
s2smodern

Waterschappen met een evenwichtige zetelverdeling onder de vier categorieën bedrijven in de besluitvorming veel politiek. Dat betekent dat bestuursleden van deze schappen meer met eigen belang en partijvorming bezig zijn dan goed is voor de organisatie. Gevolg is onder meer dat het waterschap minder innovatieve projecten op poten zet.

Dat schrijft Koen van den Oever in zijn proefschrift ‘Uncharted waters: A behavioral approach to when, why and which organizational changes are adopted’ dat hij morgen op de Tilburg University verdedigt bij zijn promotie. Van den Oever werkt als adviseur lokale overheid bij de adviesorganisatie BDO. Hij is daarnaast universitair docent advisering strategievraagstukken aan Tilburg University.

Aan de hand van een analyse van de notulen van alle algemeen bestuursvergaderingen tussen 2008 en 2014 heeft Van den Oever de mate van politieke besluitvorming gemeten bij waterschappen. Hij stelt vast dat een bestuur politieker handelt als er sprake is van een evenwichtige verdeling van zetels over de vier categorieën die in het bestuur zitten, te weten inwoners, boeren, natuurbeheerders en bedrijven. Politieke handelen beïnvloedt de besluitvorming, aldus de promovendus. “Vooral bij sterk uiteenlopende belangen groeit de kans op het achterhouden van informatie, redeneren vanuit eigen belang(en) en partijvorming.”

Vistrappen
Politieke besluitvorming binnen het bestuur van waterschappen hindert onder meer innovatie, aldus Van den Oever. Als voorbeeld noemt hij de aanleg van vistrappen. “Zo’n initiatief kan wel belangrijk zijn voor de subgroep ‘Natuur’, maar krijgt minder snel goedkeuring van andere categorieën zoals ‘Ingezetenen’ waardoor zo’n project kan stranden.”

Als ander voorbeeld noemt de promovendus het plaatsen van bomen in watergangen. Door de bomen kunnen vissen zich beter voortplanten en hebben ze een natuurlijke schuilplaats. “Maar u kunt zich waarschijnlijk wel indenken dat er over zulke projecten anders wordt gedacht tussen verschillende categorieën.”

Van den Oever heeft onderzoek gedaan naar alle waterschappen, vertelt hij. “Ik heb gekeken naar de mate waarin de zetels verdeeld waren onder de vier categorieën, de mate waarin het besluitvormingsproces politiek was of niet en naar innovativiteit van de waterschappen.” In zijn analyse heeft hij ook naar andere factoren gekeken die van invloed kunnen zijn op de innovativiteit van een organisatie, vertelt de promovendus. “Als je dan de waterschappen met elkaar vergelijkt, blijkt dat de organisaties die een meer evenwichtige zetelverdeling hebben ook een meer politiek besluitvormingsproces hebben.”

Meer legitimiteit
De promovendus wil niet zeggen dat politieke besluitvorming per definitie slecht is. “Vanuit het perspectief van innovatie zou ik zeggen dat het slecht is, maar het kan ook allerlei voordelen hebben die ik niet mee heb genomen in mijn proefschrift. Een evenwichtige zetelverdeling zou de organisatie bijvoorbeeld meer legitimiteit kunnen geven. Ik ben dan ook heel voorzichtig in mijn aanbevelingen om die zetelverdeling aan te passen. Overigens weten we wel uit de literatuur dat meer politieke strategische besluitvorming binnen bedrijven leidt tot lagere prestaties - bijvoorbeeld in de omzet. Of dit ook zo is bij de waterschappen, zou verder onderzocht moeten worden.” 

Uit het onderzoek van Van den Oever komt naar voren dat politieke besluitvorming op korte termijn juist voordelig kan zijn voor een waterschap in specifieke gevallen. “De kracht om op te komen voor je eigenbelang kan bijvoorbeeld goed van pas komen voor het waterschap in samenwerkingsverbanden. De keerzijde is dat op de langere termijn de andere waterschappen in zo’n samenwerkingsverband een politieker waterschap juist afstraffen op zijn instelling.”

Aanbevelingen
Van den Oever pleit voor meer rationaliteit binnen de strategische besluitvorming van waterschappen. Hij geeft in zijn proefschrift als aanbevelingen: “Wees bewust van de toenemende politieke besluitvorming bij een evenwichtige zetelverdeling. Stimuleer duidelijke en uitgebreide analyses als ondersteuning van het besluitvormingsproces. Daag andere bestuursleden uit om daarmee hun besluiten te onderbouwen en bestrijd claims die politiek gedreven zijn. Vraag om heldere uitleg als een bestuurslid ergens zijn mening over geeft.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.
@Michael BentvelsenZoals Leo aangeeft is het onwaarschijnlijk om een “kapot/niet actief” virus aan te tonen met de test aangezien het RNA zeer onstabiel is en in afvalwater snel zal worden afgebroken. Dat het virus nog aangetoond wordt suggereert dus dat de envelop nog intact is en het virus mogelijk nog actief.
Meten en testen is prima, is ook gewenst. Inmiddels bewezen dat Ozon een goede oplossing is. Zie RWZI Houten, RWZI De Groote Lucht, RWZI Aarle-Rixtel, alle hadden goede resultaten met gedateerde Ozontechnieken.
De berichtgeving moet zuiver. Als het effluent getest is met een PCR-laboratorium bepaling wordt er getest op de aanwezigheid van (een deel van) het RNA. Dat kan positief zijn terwijl het virus al lang dood is. Dan zijn er virusresten gevonden, dat is echt wat anders dan het Horus. Dit is van belang om paniek te voorkomen!!
@Leo Heijnen (KWR)De methode meet verschillende 'delen van het RNA' zeg je, en daarmee niet het intacte RNA, en ook niet de virusdeeltjes. Het resultaat bevestigt daarmee dat er SARS-CoV-2 in het monster aanwezig WAS! Niet IS! N.B. Na opwerking van het monster voor detectie kun je niet meer spreken van IS!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.