Rijst van eigen bodem: volgens onderzoekers van onder andere Wageningen University & Research en Universiteit Leiden kán het. Na eerdere pilots is deze maand een zesjarig onderzoek aangevangen naar rijstteelt op vernatte veengrond.
“We hebben tijd nodig om uit te zoeken wat de soorten zijn die hier het beste gedijen, maar we zijn er vrij zeker van dát er soorten zijn die geschikt zijn voor het Nederlands klimaat”, aldus onderzoeker en projectleider Tom Schut woensdag in een filmpje van Wageningen University & Research. De meeste rijst die we in Nederland eten wordt uit Azië geïmporteerd, aldus Schut, dus zou het duurzamer zijn als we dit op eigen bodem zouden kunnen produceren. Er is bovendien vraag naar gewassen die, zoals rijst, goed groeien op ondergelopen land, onder andere omdat landelijk afgesproken is voor alle laagveengebieden ‘toe te bewegen’ naar een verhoogd grondwaterpeil om bodemdaling en veenoxidatie tegen te gaan.
Strokenteelt
Er zal geëxperimenteerd worden met proefvelden die bestaan uit afwisselend natte en ‘drogere’ stroken. Op de delen die boven het water uitsteken kunnen bijvoorbeeld verschillende grassen groeien. Beoogd wordt dat het afwisselen van deze stroken de methaanuitstoot, die gepaard gaat met het vernatten van veengrond, zal beperken. In de natte stroken zal rijst geteeld worden, en zal onderzocht worden of het helpend is om daar Afrikaanse meervallen doorheen te laten zwemmen, omdat deze vissen insecten, larven en onkruid eten en daarmee als ‘natuurlijke gewasbeschermers’ kunnen fungeren. Om het effect hiervan te onderzoeken zal de gewasopbrengst van percelen met en zonder vis worden vergeleken.
In 2023 voerden de universiteiten al een pilot uit op landbouwgrond van Polderlab Vrouw Venne, vlakbij Leiden. Doel van die pilot was te ontdekken of rijstteelt op veengrond in Nederland überhaupt mogelijk is, vertelde onderzoeker Julian Helfenstein toen aan H2O. Er waren wat tegenslagen – een koudegolf in de bloeiperiode, en zwanen die ook van rijst bleken te houden – maar afgelopen jaar was er voor het eerst genoeg rijst gegroeid voor een oogst, en bleek dat 17 van de 33 onderzochte rijstsoorten op Nederlandse bodem kunnen groeien, aldus vakblad De Ingenieur.
Vis als bestrijdingsmiddel en bemester
Ook met de vissen zijn de afgelopen twee jaar al proeven uitgevoerd. “De vissen hebben als voordeel dat ze een deel van de insecten die op het water afkomen opeten, en dat komt dan weer beschikbaar voor de rijstplant via de uitwerpselen”, vertelde onderzoeker Tom Schut daarover aan De Ingenieur. Daarmee kunnen de vissen behalve als ‘biologisch bestrijdingsmiddel’ ook als bemester voor de rijstplanten dienen.
In het onderzoek dat nu van start gaat zullen behalve de invloed van de aanwezigheid van vissen op de gewasopbrengst ook effecten op de biodiversiteit, broeikasgasemissies en waterkwaliteit worden gemeten.
Het onderzoek is een samenwerking met Deltares, Hoogheemraadschap van Rijnland, het Veenweide Innovatie Programma en het Veenland Innovatie Centrum, burgercoöperatie Land van Ons en energieleverancier Greenchoice.
Europese rijstproductie
In andere Europese landen wordt al enige jaren rijst geproduceerd. Volgens cijfers van de Europese Commissie wordt momenteel tweederde van de door Europeanen geconsumeerde rijst binnen de EU verbouwd. Ongeveer de helft van de Europese rijstproductie vindt op Italiaanse grond plaats, en zo’n 30 procent in Spanje. Ook in Zwitserland kan sinds 2017 een groeiend aantal landbouwbedrijven een (gedeeltelijke) boterham aan rijst verdienen.
“De klimaatzones en gewasgeschiktheidszones in Nederland schuiven langzaam maar zeker op, en daarom zoeken we nu gewassen die beter passen bij het klimaat dat we gaan krijgen”, aldus Schut in De Ingenieur. Gehoopt wordt dat de resultaten van het onderzoek ook van waarde kunnen zijn voor andere landen op vergelijkbare breedtegraden, die eveneens proberen over te schakelen op duurzamere landbouwpraktijken op veengronden.
VERNATTEN VAN VEENGEBIEDEN
Het Nederlands grondgebied bestaat voor ongeveer 9 procent uit laagveen: laaggelegen veengronden die ontstaan zijn door het ophopen van planten- en bomenresten onder de grondwaterspiegel, later al dan niet bedekt met een dunne klei- of zandlaag. Een groot deel van dit laagveen kampt met bodemdaling als gevolg van ontwatering, inklinking van slappe bodems, en veenoxidatie (afbraak van veengrond door blootstelling aan zuurstof). Veenoxidatie leidt tot uitstoot van broeikasgassen, met name CO2.
Veenoxidatie en bodemdaling kunnen worden tegengegaan door veen onder water te zetten. Daarom geldt als landelijk streven, door minister Harbers vastgelegd in de ‘Water en bodem sturend’ Kamerbrief van 2022, dat in alle laagveengebieden ‘toebewogen’ moet worden naar een grondwaterstand van 20 tot 40 cm onder het maaiveld. Als nevenvoordelen kan een hogere grondwaterstand ook tot minder verzilting van de bodem en een hogere lokale biodiversiteit leiden. Nadeel van het vernatten van veengrond is een verhoogde uitstoot van methaan, een nog sterker broeikasgas dan CO2.
Nederlands laagveen wordt intensief gebruikt voor voedselproductie, voornamelijk melkveehouderij. En hoewel nog onderzocht wordt hoe de resultaten van een melkveebedrijf op hoge grondwaterstand (gemiddeld 20 cm onder het maaiveld) verschillen van die op een gangbare grondwaterstand (gemiddeld 60 cm onder het maaiveld), wordt (mede met het oog op krimp van de veestapel) momenteel onderzoek gedaan naar alternatieve landbouwvormen voor vernatte veengebieden.
LEES OOK
H2O Vakartikel: Natte teelt in veenweiden: lessen uit de pilot Ankeveen
H2O Vakartikel: Neveneffecten van laagveenherstelmaatregelen op het aquatische milieu: meten is weten
H2O Wateragenda: Webinar 'Klei in Veen' (donderdag 29 januari, 14:30-16:00)
H2O Wateragenda: International Symposium on Non-CO2 Greenhouse Gases (15-17 juni, Utrecht)

In Nederland zijn er een aantal bedrijven die dezelfde technolgie leveren.
Waarom wordt er niet samengewerkt met Nederlandse bedrijven?