0
0
0
s2sdefault

De grootschalige praktijkproef met het faalmechanisme piping in de Zeeuws-Vlaamse Hedwige-Prosperpolder gaat volgende week van start. De onderzoeksvraag is of een dijk op getijdenzand beter bestand is tegen het risico van kanaaltjes in de ondergrond dan een dijk op rivierzand.

Waterschap Hollandse Delta geeft op donderdag 9 september het officiële startsein voor het innovatieve onderzoek naar piping. Hiervoor is het afgelopen halfjaar een grote kunstmatige dijk aangelegd. Het testen vindt de komende tijd plaats. De bedoeling is om in het eerste kwartaal van 2022 met de resultaten te komen.

Kennisinstituut Deltares en geotechnisch specialist Fugro voeren de proef uit in opdracht van het waterschap. De kosten van 5 miljoen euro worden volledig vergoed door het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waarin alle waterschappen en Rijkswaterstaat samenwerken.

Waarschijnlijk kleiner risico op piping
In de praktijkproef staat piping centraal, een van de faalmechanismen waarop waterkeringen worden beoordeeld. Van piping is sprake als tijdens hoogwater water met zanddeeltjes onder een dijk doorstroomt en er kanaaltjes – ‘pipes’ – in de zandige ondergrond ontstaan (zie figuur). Bij een kleine waterstroom is dat nog geen probleem maar een grote waterstroom die zand meevoert, kan de dijk ernstig verzwakken of zelfs doen instorten. Vanwege deze ongewenste vorming van kanaaltjes worden dijken in Nederland regelmatig afgekeurd.

De huidige rekenmodellen voor dit risico zijn gebaseerd op rivierzand. Het idee is dat piping minder speelt voor getijdenzand, omdat dit zand veel minder doorlatend is en veel meer kleideeltjes en -laagjes bevat. Daardoor stroomt water langzamer en komen zandkorrels minder snel in beweging dan bij rivierzand. Naar verwachting kunnen bij een ondergrond van getijdenzand kanaaltjes grotendeels worden voorkomen of anders pas bij veel hogere waterstanden optreden.

Positieve resultaten in eerdere Friese test
Een kleinere praktijktest op een Friese dijk in 2020 leverde al positieve resultaten op. Getijdenzand bleek twee keer minder gevoelig voor piping dan rivierzand. In de proef in de Hedwige-Prosperpolder wordt daarop voortgeborduurd. Hier is de getijdengeulafzetting dikker en meer zandig (in plaats van kleiig) dan in Friesland. Volgens de betrokken partijen zijn door de combinatie van beide proeven de resultaten breder toepasbaar in binnen- en buitenland.

Het zou goed nieuws zijn als de huidige proef bewijst dat piping inderdaad minder speelt bij dijken met een ondergrond van getijdenzand. Dan hoeven waarschijnlijk minder kilometers dijk met getijdenzand te worden versterkt of kunnen dijken minder breed worden uitgevoerd dan eerder gedacht. Dit levert naar schatting een besparing van 100 miljoen euro voor heel Nederland op.

Bijzondere testlocatie
De praktijkproef vind plaats op een bijzondere testlocatie. De Hedwige-Prospolder bestaat eigenlijk uit een Nederlandse en een Belgische polder die worden ontpolderd. Daardoor ontstaat er een nieuw getijdennatuurgebied met hoog en laag water. Voordat het zover komt, wordt het gebied tot in 2023 gebruikt als een Europees living lab. Voor de pipingproef is een ruim zeven meter hoge kunstmatige dijk ter grootte van een voetbalveld gebouwd.

Tijdens de test wordt water geïnfiltreerd via vier verticale buizen in de laag getijdenzand, om zo hoogwater te simuleren. Hoe een eventuele pipe ontstaat en opbouwt, brengen Deltares en Fugro in beeld met een combinatie van innovatieve technieken als waterspanningsmeters, glasvezelsensoren, elektrische weerstandsmetingen en infraroodmetingen. De aandacht gaat vooral uit naar het verschil in waterstanden aan de buiten- en binnenkant van de dijk. Dit verschil kan tot meer dan tien meter worden opgevoerd; veel meer dan bij een nog functionerende dijk mogelijk is.

De kennis en inzichten uit de proef kunnen worden gebruikt voor de beoordeling en versterking van dijken in heel Nederland, aldus de initiatiefnemers. De informatie is ook waardevol voor andere landen waar er gebieden met vergelijkbare afzettingen zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor België, Duitsland en de Mississippi-delta in de Verenigde Staten.

 

Figuur pipingproef Hedwigepolder
Hoe piping werkt I Beeld: Waterschap Hollandse Delta

 

MEER INFORMATIE
Toelichting door Hollandse Delta
H2O Actueel: voorbereiding proef
H2O Actueel: aankondiging praktijktest
H2O Actueel: resultaten Friese proef
H2O Artikel: tijdelijk testparadijs

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.