0
0
0
s2sdefault

Het is mogelijk om met maatregelen voor natuurherstel en duurzaam landbeheer wereldwijd ruim vijf miljard hectare land te restaureren, volgens onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving. Dat levert verbeteringen op in verband met onder meer water, klimaatmitigatie en landbouwproductie. Hiervoor zijn wel een integrale aanpak en langdurige investeringen nodig.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft het onderzoek uitgevoerd op verzoek van het VN-Verdrag ter Bestrijding van Woestijnvorming (UNCCD). De Stephan van der Esch vk Stefan van der Eschbedoeling was om de omvang van de toekomstige impact van landdegradatie en het potentieel van landherstel in beeld te brengen, vertelt onderzoeker Stefan van der Esch in antwoord op vragen van H2O. “Dit hebben wij in een tweeluik van rapporten gedaan. Het eerste rapport is in 2017 gepubliceerd.”

Negatieve trend op 12 procent van landoppervlak
Hoe groot is het probleem van landdegradatie momenteel? Van der Esch brengt eerst een nuance aan. Hij wijst erop dat landdegradatie vaak subjectief is. “Is bijvoorbeeld omzetting van tropisch bos naar landbouwgrond degradatie? Daarover bestaan verschillende meningen. Er zijn ook veel processen van landdegradatie, zoals erosie, nutriënt-uitputting en chemische vervuiling.”

Een veel gebruikte indicator voor landdegradatie is volgens Van der Esch primaire productiviteit. Dit wordt meestal benaderd door satellietwaarnemingen van de ‘normalized difference vegetation index’ (NDVI). “Wij schatten dat er in de laatste twee decennia op zo’n 12 procent van het landoppervlak, exclusief Antarctica en Groenland, sprake is van een negatieve trend. Dit is in alle wereldregio’s aanwezig, al lijkt het iets meer voor te komen in Afrika en de Amerika’s.”

Landdegradatie gaat gepaard met diverse grote risico’s. “Het kan leiden tot achteruitgang en in het ergste geval opgeven van landbouwgrond. Ook kan de hydrologie in een gebied veranderen, bijvoorbeeld door erosie of verlies van bos en vegetatie. Hiermee kan eveneens biodiversiteit verloren gaan. Daarnaast leidt verlies van bodems en vegetatie tot extra emissies van CO2. Deze processen spelen wereldwijd en komen eigenlijk overal voor. Al lijken Noord-Afrika, Sub-Sahara Afrika en het Midden-Oosten meer te zijn getroffen dan andere regio’s.”

Verschillende soorten herstelmaatregelen mogelijk
Uit het onderzoeksrapport van het PBL blijkt echter ook dat een trendbreuk mogelijk is. In het positieve scenario zou er mondiaal 5,2 miljard hectare land hersteld kunnen worden. Daarvoor moeten wel tien jaar lang investeringen worden gedaan.

De bedoeling was om in te schatten of landherstel op mondiale schaal een serieuze bijdrage kan leveren aan het halen van duurzaamheidsdoelen op het gebied van water, biodiversiteit, klimaatverandering, landbouw en voedsel. “Dat lijkt zeker zo te zijn”, zegt Van der Esch. “De vijf miljard hectare is een technisch potentieel. Zaken als kosten en ondersteunend beleid zullen het op veel plekken nog lastig maken.”

Wat als een verrassing kwam voor de onderzoekers, is de omvang van de huidige ambities van landen. Die komen bij elkaar al neer op het herstel van een miljard hectare land, vertelt Van der Esch. “Dat wist niemand en krijgt nu internationaal veel aandacht. Daarnaast lijkt de potentie om CO2 in bodems vast te leggen groot te zijn. Er is altijd ruim aandacht voor herbebossing, maar koolstof opslaan in landbouwbodems kan ook zeer veel opleveren.”

In het onderzoek is naar acht typen herstelmaatregelen gekeken: vormen van duurzamer landbeheer op door de mens beheerde gebieden, zoals vormen van boslandbouw op akkerland, en vormen van natuurherstel in natuurlijke gebieden of gebieden die door mensen zijn verlaten. Van der Esch: “Het gaat om een grove classificatie, bedoeld voor de mondiale schatting.”

Mogelijkheden en ambities landherstel
De potentie van landherstel (groen) en de huidige ambities (blauw) I Beeld: PBL

Internationale inspanning bij landherstel nodig
Herstel van land vraagt om forse financiële investeringen. Vooral ontwikkelingslanden lijken maatregelen niet alleen zelf te kunnen betalen, merkt Van der Esch op. “Dit zou dus een internationale inspanning vereisen. Misschien is dat te koppelen aan bijvoorbeeld ambities voor het reduceren van de voetafdruk van landen.” Volgens Van der Esch is ook meer kennisbundeling nodig in organisaties die herstelprojecten op schaal aankunnen en de kennis hebben van ecologie, organisatie, bijeenbrengen van stakeholders en financiering. “Er is nog veel te leren.”

De onderzoekers pleiten voor een integrale aanpak voor landherstel. De elementen hiervan liggen op meerdere vlakken, licht Van der Esch toe. Op landschapsniveau gaat het om een breed gedragen plan voor landgebruik en -beheer en overeenstemming over kosten en baten tussen private en publieke actoren.

Op nationaal niveau is er samenhang tussen herstelambities nodig. “We zien nu dat landen plannen maken voor restoratie op de terreinen van klimaat, biodiversiteit en duurzaam landbeheer, maar die niet op elkaar afstemmen.” En daarnaast is er het niveau van beleid. Van der Esch: “Landbouwbeleid, grondmarkten en zaken als eigendomsrechten moeten in orde zijn om herstelprojecten een solide basis te geven.”

 

MEER INFORMATIE
PBL over de onderzoeksresultaten
Rapport over potentie landherstel
Eerste publicatie van PBL uit 2017
Website van UNCCD

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.