Een onderzoeksteam van de Technische Universiteit Delft heeft onomstotelijk aangetoond dat de zeespiegelstijging langs de Nederlandse Noordzeekust aan het versnellen is. In de afgelopen dertig jaar bedroeg de stijging gemiddeld 2,7 millimeter per jaar.

De Delftse wetenschappers hebben sinds eind 2019 de meetgegevens van acht getijdenstations geanalyseerd. Zij konden meetreeksen van honderd jaar onder het vergrootglas leggen, omdat de stations er al lang staan. De gemiddelde zeespiegelstijging blijkt jaarlijks 2,7 millimeter – door onzekerheid in de gegevens kan dit wel 0,4 millimeter meer of minder zijn – sinds het midden van de jaren negentig. Ter vergelijking: dat is 1,0 millimeter (plus of min 0,5 millimeter) per jaar meer dan in de voorgaande periode van zeventig jaar.

Om tot deze resultaten te komen, hebben de onderzoekers een nieuwe methode toegepast waarbij informatie over de wind, luchtdruk en getijden is gebruikt. Daardoor konden zij ruis uit hun metingen filteren. De onderzoekers hebben over de studie een artikel gepubliceerd in Environmental Research Letters.

Breekpunt in 1993
Het is volgens hen de eerste keer dat er een significante versnelling ontdekt is in data van getijdestations langs de Noordzee. Het breekpunt ligt in 1993. Er zijn wel duidelijke verschillen per station. Zo gaat de zeespiegelstijging in de Waddenzee twee keer zo snel.

Onderzoeker Riccardo Riva noemt de nauwkeurige kennis van de snelheid van de zeespiegelstijging ‘onwijs belangrijk’ op de site van TU Delft. “Voor zowel de korte termijn – denk daarbij aan de zandsuppletie langs de Nederlandse kust, het spuiten van extra zand op het strand of op de zeebodem – als de lange termijn, waarbij we ons kustgebied zo moeten aanpassen dat we de zeespiegelstijging het hoofd kunnen bieden.”

Deltacommissaris: zorgwekkend
Deltacommissaris Peter Glas omschrijft de uitkomsten van de studie als ‘zorgwekkend’ in een gisteren uitgezonden reportage van het tv-programma Nieuwsuur (vanaf minuut 23.30). “Een millimeter lijkt zo weinig, maar in een eeuw is dat wel 10 centimeter. Het was zo’n 17 tot 20 centimeter. Daar komt nu gewoon 10 centimeter bij. Dat is echt een aanzienlijke stijging. Het is nog nooit gezien in het verleden dat het zo snel ging.”

De berekeningen worden vanaf nu opgenomen in de prognoses over hoe hoog dijken en duinen in de toekomst moeten zijn en welke aanpassingen bij gemalen en pompen moeten worden doorgevoerd, zegt Glas. “Het betekent dat we ons beter en wellicht ook nog sneller moeten aanpassen aan het veranderende klimaat.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!