secundair logo knw 1

Onder de microscoop zijn de plastic deeltjes geteld I foto: Het Waterlaboratorium

Het kraanwater bevat slechts een uiterst geringe hoeveelheid microplastics. Het feit dat het water na de zuivering nog door het leidingnet gaat, heeft daarop geen invloed. Dit blijkt uit onderzoek van Het Waterlaboratorium in opdracht van Dunea en Waternet.

Hierbij is gekeken naar microplastics die in grootte variëren van 50 micrometer tot 5 millimeter. Bij een normaal waterverbruik van een gezin komen per dag twee plastic stukjes van één twintigste millimeter uit de kraan. De kans dat een dergelijk deeltje in een glas drinkwater zit, is daarmee 1 op 350. “Het aantal deeltjes dat we vonden, is eigenlijk niet te onderscheiden van het resultaat van een nulmeting”, zegt Eelco Pieke, senior adviseur chemie bij Het Waterlaboratorium. 

Eelco PiekeEelco Pieke

Helemaal blanco is volgens hem onmogelijk, want microplastics zitten onder meer in de lucht en kleding. “Maar de aangetroffen hoeveelheid stelt in de praktijk niets voor. Wij hebben ook gekeken naar de vorm en kleur van de deeltjes. Zo waren er in drinkwater bijna alleen vezeltjes te zien. Dat is kenmerkend voor achtergrondruis bij plastics. Grotere microplastics dringen sowieso niet door tot drinkwater.”

Geen invloed van leidingnet
Karin Lekkerkerker, manager onderzoek bij het Zuid-Hollandse drinkwaterbedrijf Dunea dat samen met het Amsterdamse Waternet de opdracht voor het onderzoek gaf, is opgetogen over de uitkomst. “Eigenlijk is er niets gevonden. Vanuit wetenschappelijk oogpunt kun je niet nul zeggen, maar vanuit het perspectief van het drinkwaterbedrijf is het resultaat heel mooi. Onze zuiveringen houden goed de onderzochte groep microplastics tegen. We hadden dit verwacht, maar wetenschap kan voor verrassingen zorgen. Dat is hier gelukkig niet het geval.”

Karin LekkerkerkerKarin Lekkerkerker

Het onderzoek is uitgevoerd in 2019 en 2020. Het Waterlaboratorium heeft eerst gekeken naar hoe het zit met microplastics in water tot en met de zuivering en vervolgens naar wat er uit de kraan bij consumenten komt. “Er is van bron tot tap gemeten”, licht Lekkerkerker toe. “Daarbij is een interessante vraag: wat gebeurt in het distributienet? Worden er plastic deeltjes toegevoegd als water bijvoorbeeld door leidingen van pvc stroomt? Dit blijkt dus niet zo.” Dat wordt beaamd door Pieke. “Het maakt geen verschil of water door plastic of andere buizen gaat.”

Praktische meetmethode
Voor het meten van microplastics in water bestaat nog geen standaardmethodiek. Daarom ontwikkelde Het Waterlaboratorium zelf een praktische methode op basis van microscopen, vertelt Pieke. "We tellen hiermee ook beestjes in water, dus waarom niet microplastics? Wij hebben een zeefbemonstering met steeds kleinere zeven toegepast. Wat er na het spoelen van water achterbleef, werkten we op het lab op tot microscoopplaatjes.”

Hiervoor moest heel wat water worden verzameld. Pieke: “Bij oppervlaktewater is vijfhonderd tot duizend liter genoeg. Maar voor het onderzoek van kraanwater is meer dan tienduizend liter nodig, omdat hierin amper microplastics zitten. Het is onhaalbaar om zo veel liter water af te tappen bij mensen thuis en in publieke gebouwen. Daarom hebben we het water gehaald uit putten in straten. Wij deden dat in Amsterdam en een aantal steden in Zuid-Holland, zoals Den Haag en Leiden.”

Integrale aanpak aan bron
Welke zuiveringstappen zorgen met name voor de verwijdering van microplastics? “Hierover zijn we nog niet helemaal uit”, reageert Pieke. “We hebben op vier punten in de zuivering gemeten en niet bij alle stappen, want dan zijn er honderden analyses nodig. Daarom konden we niet goed het effect van elke zuiveringsstap onderscheiden. Wij zagen wel al een afname van meer dan negentig procent, voordat het water naar de duinen gaat. Filtratie met zand en ook met actieve kool helpen goed. Maar het resultaat is niet nul en voor de bescherming van de natuur moeten we eigenlijk die kant op.”

Dat is ook de boodschap die Lekkerkerker wil uitdragen. “Vervuiling aan de bron voorkomen is altijd beter. Een schone leefomgeving is in het belang van iedereen. Dit vraagt om een integrale aanpak.”

In het onderzoek is niet gekeken naar de kleinste microplastics van 1 tot 50 micrometer. “Het onderzoek naar zulke stukjes is vele malen uitdagender”, zegt Pieke. KWR en de drinkwatersector pakken de handschoen nu samen op in het kader van het bedrijfstakonderzoek. Lekkerkerker: “We willen weten wat precies de belasting van plastic is op bronnen en drinkwater. Als dit een probleem is, moet verontreiniging van water met plastic hoger op de publieke agenda.”

 

MEER INFORMATIE
Toelichting Dunea en Waternet
Bericht op site Waternet
Korte video over onderzoek

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Afbreekbaarheid moet in de toekomst als eerste beoordelingsparameter voor toelating van stoffen worden ingevoerd. Er ontstaan anders onomkeerbare problemen in de toekomst.
In aanvulling hierop: Wij hebben voor terrein- en rivierbeheerders (VNBE) nog meer maatregelen in kaart gebracht om deze problemen te mitigeren (zie ook bijlage):
 
@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.