0
0
0
s2smodern

In opdracht van alle waterschappen met veenweiden in hun beheergebied, met als initiatiefnemer Amstel, Gooi en Vecht, onderzoekt adviesbureau NMI de afkalving van oevers in veenweidegebieden. Doel is te komen tot een praktische leidraad, die de oorzaken van oeverafkalving identificeert en oplossingen aanreikt.

In veenweidegebieden leidt de afkalving van oevers tot problemen. De afkalving kan op plekken fors zijn. Voor agrariërs leidt dit tot verlies van land en waterschappen zien zich geconfronteerd met een achteruitgang van de waterkwaliteit en de ecologische toestand.

Overeenstemming
Debby van Rotterdam 180 vk Debby van Rotterdam“Oeverafkalving kent verschillende oorzaken waardoor oplossingen veelal maatwerk zijn,” zegt Debby van Rotterdam, projectleider bij het Nutriënten Management Instituut (NMI). “Rond dit onderwerp spelen veel emoties. Duidelijk is dat oeverafkalving negatieve gevolgen heeft voor zowel agrariërs als waterschappen. Om te voorkomen dat de partijen naar elkaar kijken, wil waterschap AGV – binnen dit onderzoek overigens samen met verschillende agrarische collectieven en agrariërs – overeenstemming vinden over de oorzaken. Dat creëert een basis voor effectieve oplossingen en het realiseren van weerbare, stabiele oevers.”

Praktische leidraad
De afkalving van oevers kent veel verschillende oorzaken, bijvoorbeeld de (versnelde) afbraak van veen of door vertrapping door vee. Ook de stroming en golfslag in de waterwegen kan van invloed zijn. Daarnaast spelen natuurlijke factoren als het type veen nog een belangrijke rol.

Van Rotterdam: “Op basis van veldonderzoek, literatuurstudie en statistisch onderzoek willen wij nu komen tot een zo praktisch mogelijke leidraad. De agrariërs en beheerders kunnen daarmee ter plekke vaststellen welke factoren de grootste rol spelen. Als je weet waar de problemen vandaan komen, kun je ook de meest effectieve oplossingen bepalen.”

Inzoomen op sloot, uitzoomen op polder
Van Rotterdam hoopt over circa een half jaar haar eerste bevindingen te kunnen presenteren. De komende maanden zal NMI gebruiken om bij ongeveer 20 locaties in de beheergebieden van waterschap AGV en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden veldonderzoek te doen en interviews met agrariërs te houden. Daarnaast wil Van Rotterdam op basis van statistisch onderzoek op polderniveau bekijken welke factoren doorslaggevend zijn bij oeververzakking.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Bij de invoering van de WACC was destijds al bekend dat deze niet voldoende ruimte zou bieden bij een toename van de investeringsomvang. Dus de nu voorgestelde correctie is niet meer dan logisch. De noodzaak van een goede openbare drinkwatervoorziening voor de volksgezondheid staat immers niet ter discussie!
Op zichzelf zegt de overschrijding van risicogrenzen nog niets over de werkelijke risico's. Ook niet over cumulatie van risico's en wat voor effecten deze hebben op het aquatisch milieu. In zijn algemeenheid wordt verwezen naar onderzoek in het buitenland waaruit blijkt dat er effecten zijn op vissen (geslachtsverandering) en macrofaunagemeenschappen gerelateerd aan de aanwezigheid van effluent met medicijnresten. "Gezien de vergelijkbare gehalten van medicijnresten die in het Nederlandse oppervlaktewater worden gevonden, zijn die effecten ook in Nederland niet uit te sluiten". Zou juist daar niet meer onderzoek naar moeten worden gedaan?
In dit H2O-artikel staat inderdaad dat er liters zouden zijn vergeleken, maar dat klopt niet. In het RIVM-rapport is te lezen dat voor onkruidbestrijdingsmiddelen de hoeveelheid werkzame stof is vergeleken. Er is dus rekening gehouden met de hoeveelheid werkzame stof per middel en in het rapport kunt u per stof de ontwikkeling in de verkoopcijfers zien. Het klopt inderdaad dat je kg glyfosaat niet zomaar met kg organische zuren kunt vergelijken. Maar dat er een factor 16 over het hoofd is gezien, klopt niet.
Het rapport laat ook zien hoeveel verkochte eenheden er zijn per jaar per type middel. Hierin is er geen sterke afname in het aantal verkochte eenheden te zien. Maar ook hier geldt dat het middel met de ene werkzame stof mogelijk een andere verpakkingsgrootte heeft dan het middel met de andere werkzame stof. Kortom: zie voor meer details het RIVM-rapport. De reactie dat de toename van het gebruik aan insecticiden zou zijn veroorzaakt door de buxusmot is op basis van de beschikbare gegevens niet te onderbouwen, maar het zou best mee kunnen spelen. Mogelijk geeft een nader onderzoek hier meer duidelijkheid over.
Ik dacht dat dit al lang gebeurde bij 300+ zuiveringen in Nederland gebaseerd op het onderzoek van KWR? Is toch ook al een input voor het landelijke Corona Dashbord. Wat is hier anders aan ? Wordt er samengewerkt en voortgebouwd op het werk van KWR?
Te vrezen valt dat deze ideeën stranden op onbegrip en verwijten, want misschien zit alle benodigde kennis er in, maar het mist uiteindelijk draagvlak. De partijen achter de energie-ideeën in H2O zouden ook moeten kunnen melden dat intensief is meegedacht door de huidige gebruikers van het IJsselmeer. En dat is helaas niet het geval, en is ook niet simpelweg op te lossen door mee te liften op een natuurproject?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.