Waterschap Vechtstromen en onderzoeksinstituut Deltares starten in Twente een onderzoek naar de maaiveldafvoer, regenwater dat niet in de bodem infiltreert. “We willen de omvang in kaart brengen en beter begrijpen welke factoren bepalend zijn.”

Als regenwater niet in de bodem wegzakt, maar blijft staan in plassen of direct over het maaiveld naar de sloot spoelt, is er sprake van maaiveldafvoer. “Dit stelt het waterschap op twee manieren voor problemen”, zegt Eva Schoonderwoerd, onderzoeker bij Deltares.

Maaiveldafvoer kan tot een piekbelasting bij de waterafvoer leiden, omdat de vertragende werking van de bodem als het ware wordt overgeslagen. “Ook speelt een probleem voor de waterkwaliteit. Nutriënten uit de toplaag van de bodem spoelen van het veld naar de sloot. Het op deze manier uitspoelen van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen kan weer zorgen voor slechtere gewasgroei en dat is een mogelijk probleem voor agrariërs.”

Voor het onderzoek, dat Deltares samen met Wageningen Environmental Research en Bakelse Stroom gaat uitvoeren en twee jaar zal lopen, worden nu agrariërs gezocht waar dit probleem speelt. “We willen op minimaal 30 percelen metingen verrichten, bijvoorbeeld naar de infiltratiecapaciteit van de bodem, de grondwaterstand en de samenstelling van de bodem. Maar eerst willen we een ronde met telefonische interviews houden om informatie te verzamelen over de aard van de problemen bij de agrariërs.”

In 2016 werd in opdracht van waterschap Vechtstromen al een risicokaart op regionale schaal ontwikkeld. Het doel van dit onderzoek is volgens Schoonderwoerd om deze kaart in het veld te testen en om op lokale schaal te analyseren waardoor maaiveldafvoer optreedt en vervolgens ook te bekijken welke maatregelen al genomen kunnen worden.

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!