0
0
0
s2sdefault

Stijn Wiersma won afgelopen vrijdag de finale van de Dutch Junior Water Prize met zijn onderzoek naar de relatie tussen deeltjesgrootte en oplosbaarheid in water. ‘Size does matter’, was de winnende conclusie.

Tien deelnemers, verdeeld over vijf groepjes, dongen mee naar de Dutch Junior Water Prize (DJWP). De ingediende onderzoeken bestreken een breed spectrum, variërend naar het verwijderen van microplastics uit zand tot droogte in Friesland of zeewier als voedsel.

De achttienjarige winnaar Stijn Wiersma uit Heerenveen analyseerde de relatie tussen deeltjesgrootte van organische materialen en de oplosbaarheid in water. “Dit is relevant onderzoek,” vertelt Marlieke Sietsema, manager van het talentenprogramma bij Wetsus en verantwoordelijk voor de DJWP. “Het is bijvoorbeeld belangrijk bij het maken van kunstmest.”

De jury, onder leiding van Jantienne van der Meij, Liaison officer van de WaterCampus en directeur van de TKI Watertechnologie, was onder de indruk van Wiersma’s pitch en zag bij dit onderwerp veel potentie voor de internationale finale van de Stockholm Junior Water Prize, waarvoor Wiersma zich als winnaar van een nationale waterprijs heeft gekwalificeerd.

Om het onderzoek geschikter te maken voor de internationale competitie, zal Wiersma de komende maanden gaan onderzoeken of hooi in armere landen te gebruiken is als kunstmest. Sietsema: “De jury heeft feedback gegeven. We zullen nu gaan bekijken hoe we Stijn het beste kunnen helpen om nog een stap met dit onderzoek te zetten.”

Net als vorig jaar vond het DJWP digitaal plaats en ook de Stockholm Junior Water Prize in augustus zal op afstand georganiseerd worden. “Al doende leer je wel,” zegt Sietsema. “Vorig jaar hadden alle deelnemers hun bijdrage van te voren gefilmd. Nu keken alle groepjes samen naar de presentaties. Dat werd gewaardeerd. Voor de Stockholm Junior Water Prize weten we nu al dat, anders dan vorig jaar, alle finalisten de kans krijgen hun onderzoek via een live pitch te presenteren aan de jury.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.