Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de waterschappen gaan de komende vijf jaar door met het onderzoek naar sporen van het coronavirus in het rioolwater. De bedoeling is om vrij snel dagelijks monsters te nemen bij alle rioolwaterzuiveringsinstallaties. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden om het onderzoek breder in te zetten.

Over de verlenging en uitbreiding van het rioolwateronderzoek is donderdag een bestuursovereenkomst afgesloten. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Unie van Waterschappen en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hebben hierin afspraken voor een periode van vijf jaar gemaakt. Het ministerie investeert ongeveer 20 miljoen euro in het uitbreiden van de metingen.

Vroege signalering
Het RIVM is samen met het kenniscentrum STOWA en de waterschappen in maart 2020 gestart met de metingen naar sporen van Covid-19 in het rioolwater. Deze metingen worden beschouwd als een belangrijke aanvulling op andere onderzoeken naar de verspreiding van het coronavirus.

Het rioolwateronderzoek dient als vroeg signaleringssysteem en geeft ook inzicht in de verschillende virusvarianten. In het coronadashboard van de rijksoverheid is te vinden hoeveel virusdeeltjes er gemiddeld per honderdduizend inwoners in rioolwater zitten. Ook wordt voor elke gemeente en elke veiligheidsregio het gemiddelde aantal vermeld.

In verband met de bestuursovereenkomst bracht demissionair minister Hugo de Jonge van VWS op donderdag 8 april een werkbezoek aan rioolwaterzuivering Leiden Zuidwest en waterlaboratorium Acquon. Volgens De Jonge zijn de metingen naar de verspreiding van Covid-19 een belangrijke extra check op het reguliere testen. “Zo kunnen we het virus in al zijn varianten scherp in de gaten houden, ook als het een periode minder om zich heen lijkt te grijpen. Via rioolwater kan het virus namelijk al worden opgespoord voordat mensen klachten krijgen.”

Naar dagelijkse bemonstering
Het meten wordt door het ministerie van VWS omschreven als een grote logistieke operatie. Vanuit alle 314 rioolwaterzuiveringsinstallaties worden er wekelijks monsters van ongezuiverd rioolwater gestuurd naar het laboratorium van het RIVM. Bij driekwart van de rwzi’s worden twee of meer monsters per week genomen volgens de Unie van Waterschappen. De frequentie wordt nu verder opgevoerd naar een dagelijkse monsterafname bij elke rioolwaterzuivering. De verwachting is dat dit tegen het eind van het jaar logistiek mogelijk is.

Hierdoor kan op termijn een signaalwaarde worden gekoppeld aan de metingen. De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) krijgt dan een signaal, als de virusmetingen van het riool een ander beeld laten zien dan de testen in de teststraat. Onderzoek zal in dat geval moeten uitwijzen wat er aan de hand is en of extra acties nodig en mogelijk zijn.

Onderzoek breder ingezet
Het rioolwateronderzoek wordt momenteel behalve voor metingen van het coronavirus ook gebruikt voor het monitoren van ziekteverwekkers, zoals bacteriën die ongevoelig zijn voor antibiotica. De bedoeling is om het onderzoek breder in te zetten. Het RIVM en de waterschappen gaan de mogelijkheid verkennen om onder andere medicijn- en drugsresten, microplastics en bestrijdingsmiddelen te meten. Dan kan het rioolwater dienen als een soort graadmeter voor de gezondheid van de bevolking.

Rioolwateronderzoek heeft veel potentie, benadrukt voorzitter Rogier van der Sande van de Unie van Waterschappen naar aanleiding van de ontwikkelingen. “Wij zetten ons volop in om deze ‘big brown data’ te helpen ontsluiten.”

 

MEER INFORMATIE
Toelichting door ministerie van VWS
Bericht van Unie van Waterschappen
Rioolwatermeting in coronadashboard
H2O-interview met Gertjan Medema (KWR)
H2O Actueel: Waterschappen gaan rioolwater dagelijks meten voor coronadashboard

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!