Een waterberging lijkt de oplossing om wateroverlast te voorkomen. Maar kan het ook een broedplaats worden voor ziekteverspreiders als muggen en trekvogels? Deze zomer diende de Eendragtspolder, een waterberging van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, als een levend laboratorium voor onderzoekers.
Het verhaal is bekend: klimaatverandering zorgt voor langere periodes van droogte, hogere temperaturen en hevige regens. Steeds meer waterschappen leggen waterbergingen aan om al dat water tijdelijk op te slaan en daarmee wateroverlast te voorkomen.
Ook bekend is dat er door klimaatverandering steeds meer virussen voorkomen. Maar welk effect het opslaan van water heeft in relatie tot die virussen, is nog onduidelijk.
Onderzoekers van het Pandemic and Disaster Preparedness Center (PDPC), een samenwerkingsverband tussen Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus MC en TU Delft, wilden weten welke invloed die waterbergingen hebben op de natuur, op dieren en op de volksgezondheid. Want mogelijk trekken ze ook ziekteverspreiders aan, zoals muggen en trekvogels.
Onder water gezet
Voor hun onderzoek is in augustus een groot deel van de Eendragtspolder in Zevenhuizen tijdelijk onder water gezet. Dit betreft een noodberging van het waterschap, waar 4 miljoen kubieke meter water kan worden opgeslagen. Dat moet voorkomen dat de rivier de Rotte buiten zijn oevers treedt.
Bij hun veldwerk legden de onderzoekers allerlei gegevens vast, zoals de temperatuur van het water, het weer, het gedrag van vogels en het aantal muggen. Salamanders, mollen, muizen en andere velddieren zochten snel een drogere plek toen de polder onder water was gezet. Muggen, andere insecten en vogels komen er juist op af.
De komst van vogels was goed voor het onderzoek, omdat zij in tegenstelling tot muggen ver vliegen en dus virussen verder kunnen verspreiden. De onderzoekers bestudeerden ook kleinere dieren zoals salamanders. Zij dragen geen ziektes bij zich, maar eten wel muggen en kunnen zo verspreiding van virussen door muggen voorkomen.
Beplanting
Voor een duidelijk antwoord op de vraag van het onderzoek is het nog te vroeg, meldt een woordvoerder van het waterschap. "Op dit moment worden de gegevens geanalyseerd."
Toch spreken de onderzoekers volgens haar al wel over een geslaagd experiment. "De opgedane kennis helpt om preventief te handelen, bijvoorbeeld door bij de inrichting van waterbergingsgebieden te kiezen voor beplanting die bepaalde diersoorten weert of gebieden minder aantrekkelijk maakt voor muggen."
Het onderzoeksproject in de Eendragtspolder wordt behalve door het hoogheemraadschap ook gesteund door onder andere het KNMI, Naturalis, GGD Hollands Midden, GGD Rotterdam, Staatsbosbeheer, Sovon en Universiteit Leiden.
