De finale van de Dutch Junior Water Prize 2022 vond afgelopen vrijdag plaats. Een trio werd uitgeroepen tot winnaar van de prijs voor scholieren met een onderzoek getiteld: ‘Het groene goud vs. Zout’, een onderzoek naar de mogelijkheid om selectief natrium te verwijderen uit glas-tuinbouwwater door middel van algen.

Tijdens de finale presenteerden zes groepen, in totaal tien deelnemers, hun onderzoek. De drie winnaars Meinke van Oenen, Nynke Bats en Pjotr de Haan zochten een manier om natrium uit glas-tuinbouwwater te verwijderen. “In de glas-tuinbouw zijn ze bezig hun waterkringloop zo circulair mogelijk te maken en dus al het water te hergebruiken,” legt Marlieke Sietsema uit.

Sietsema, manager van het talentenprogramma bij Wetsus en verantwoordelijk voor de Dutch Junior Water Prize (DJWP), vervolgt: “Probleem is echter dat natrium zich blijft ophopen in dit afvalwater en dit is niet goed voor de planten. De groep heeft 3 soorten algen vergeleken en gekeken naar in hoeverre natrium verwijderd kon worden. De conclusie: Chlorella algen werken het best en verslaan het zout!”

Volgens de jury, bestaande uit Stijn Wiersma(de winnaar van vorig jaar), Henk Lukken (Netwerkregisseur bij Stichting Technasium) en Mariska Ronteltap (Procestechnoloog bij Hoogheemraadschap van Delfland), werd dit trio tot winnaar uitverkoren omdat hun project werkt een actueel probleem behandeld en de groep grondig te werk is gegaan. “Hun methodiek was uitstekend en hun vakkennis was hoog. Ze hebben een duidelijk rapport geschreven, waaruit naar voren komt dat ze de wetenschappelijke methode goed gebruikt hebben. Hun presentatie was sterk en vlot, en in de beantwoording van de vragen kwam naar voren dat ze wisten waar ze het over hadden. Oftewel, het tikt alle criteria boxen aan!”

Andere onderwerpen
Ook de onderwerpkeuze van de andere deelnemers kon Sietsema bekoren. Ze noemt de onderwerpen heel divers. “Zo was er onderzoek naar het verwijderen van harde metalen met behulp van een bioplastic, naar het opwekken van energie bij stuwen en bijvoorbeeld ook naar een sensorsysteem bij dijken om veiligheid te bieden bij verhoging van de zeewaterspiegel. Het ging hierbij om zowel zeer toegepast als meer fundamenteel onderzoek.”

Over het niveau van de andere inzendingen is Sietsema eveneens goed te spreken. Zelfs zoveel dat de organisatie overweegt om volgend jaar een publieksprijs toe te voegen. “Dat zou gaan om een publieksprijs voor beste presentatie. Er waren die echt boven zich uit stegen tijdens de presentaties. Dit willen we graag belonen.”

De Dutch Junior Water Prize is de voorronde voor de internationale finale in Zweden: de Stockholm Junior Water Prize. “Als echt waterland kan Nederland hier niet ontbreken en dus organiseert Wetsus namens de watersector in Nederland deze wedstrijd. We hopen zo jongeren te stimuleren en enthousiasmeren voor een carrière in water, want we hebben deze jonge onderzoekers hard nodig! We hebben nog altijd goed contact met de winnaars van voorgaande jaren. Velen hiervan doen nu een technische bèta studie. We hopen natuurlijk dat deze jongeren doorgaan in water. Dit is in het verleden ook wel gebeurd: zo werkt de winnaar van 2015 nu bij het NIOZ.”

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!