Ondergrondse zoetwaterberging kan een oplossing zijn om de drinkwatervoorziening in het zuidwesten van Bangladesh te verbeteren. Dit blijkt uit een proefschrift dat aanstaande vrijdag verdedigd zal worden en ook handvaten biedt voor de toepassing van ondergrondse zoetwaterberging in andere gebieden.

In zijn proefschrift ‘Socio-hydrogeological potential for managed aquifer recharge in the fresh-saline aquifers of southwestern Bangladesh’ beschrijft Floris Naus (Universiteit Utrecht) dat ondergrondse zoetwaterberging zowel brak-zout als arseenhoudend grondwater kan voorkomen en zo de drinkwatervoorziening naar een veiliger niveau kan tillen. Naast hydrogeologisch onderzoek gaat het proefschrift ook in op sociologische factoren.

Sociale aspecten
“Het moet immers niet alleen technisch mogelijk zijn, de gebruikers moeten er ook open voor staan,” zegt Naus. Uit de afgenomen interviews, blijkt dat de acceptatie van ondergrondse zoetwaterberging afhankelijk is van de huidige manier van drinkwaterverzorging. “Het gebruiken van oppervlaktewater als drinkwaterbron is sociaal geaccepteerd, maar men kent de risico’s. Mensen met putten in hun eigen achtertuin, die dus grondwater gebruiken, zien vooral de praktische voordelen daarvan. Ze zullen dus minder snel de ondergrondse zoetwaterberging overnemen.”

Voor zijn proefschrift deed Naus veldwerk in Bangladesh. Hij bracht het grondwater en de ondergrond van het gebied in kaart. “Al snel bleek dat er te weinig harde data beschikbaar was om iets te kunnen zeggen over de potentie van de ondergrond. Samen met masterstudenten uit Utrecht en masterstudenten van de Universiteit van Dhaka hebben we daarom ter plaatse metingen verricht. We hebben de variatie in zoutgehalte van het grondwater onderzocht, eerst op één locatie en daarna op regionale schaal.”

Haalbaar
Naus komt de conclusie dat de ondergrond in onderzochte gebied op verschillende plekken geschikt is voor ondergrondse zoetwaterberging. Dat lijkt het moeilijkst in gebieden waar de nood het hoogst is en de kans op acceptatie het grootst, namelijk waar de mensen nu voornamelijk oppervlakte water drinken. “Toch is het haalbaar,” stelt Naus. “In deze gebieden zou alleen wel heel precies moeten worden gekeken naar de mogelijke locatie van de systemen en de grootte ervan. Hoe groter deze systemen zijn, hoe efficiënter ze ingezet kunnen worden.”

De conclusies en de gebruikte methode zijn volgens Naus niet alleen geldig in het onderzochte gebied. Ook voor waterbeheerders in andere kustgebieden, die met vergelijkbare problemen kampen, biedt het proefschrift de nodige handvatten. “Natuurlijk: ieder gebied heeft een andere bodem. Maar door de relatie tussen landschappelijke kenmerken, hydrologische processen en het zoutgehalte van het grondwater vast te stellen en de mogelijke sociale acceptatie te peilen, kun je ontdekken of ondergrondse zoetwaterberging een oplossing voor drinkwaterproblemen is.”

 

MEER INFORMATIE
De promotie is aanstaande vrijdag via deze live stream te volgen

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!