0
0
0
s2smodern

Waterveiligheid, klimaatbestendigheid, goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater, zijn belangen die gewaarborgd moeten zijn in het Nederland van 2050. Dat staat in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), waarin een reeks van 21 nationale belangen worden genoemd die richting moeten geven een de nieuwe inrichting van de ‘fysieke leefomgeving’ van Nederland.

Klimaatbestendig en waterrobuust maken behoren tot de 'grote uitdagingen' waar Nederland voor staat. Die uitdagingen vragen om een nieuwe, integrale manier van werken, aldus het kabinet. Het instrument dat het daarvoor heeft ontwikkeld is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De visie is naar de Tweede Kamer gestuurd.

Met de NOVI wil het kabinet komen tot een gezamenlijke aanpak die leidt tot ‘een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving’. Het Rijk zal in dat proces meer regie nemen ‘om richting te geven’, maar wel samen met andere overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) in een gebiedsgerichte aanpak.

De NOVI is een plan van aanpak voor de komende jaren én een instrument van de nieuwe Omgevingswet, die nog in werking moet treden. De prioriteiten in het plan zijn: ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s, toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Deze prioriteiten en de nationale belangen moeten 'richting geven' aan decentrale keuzes.

 

Prioriteiten 2 Prioriteiten uit de NOVI

Klimaatbestendige delta
Stip op de horizon is 2050. Nederland is dan een klimaatbestendige delta, aldus de visie. “We hebben onze gebouwde omgeving in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Bijvoorbeeld door voldoende aanwezigheid van plekken met water en groen om hittestress tegen te gaan en wateroverlast te voorkomen. Ook onze vitale infrastructuur, zowel onder- als bovengronds, is bestendig tegen extreme weersomstandigheden.”

Dat betekent dat het land over 30 jaar is beschermd tegen de gevolgen van de klimaatverandering, zoals hitte, een hogere zeespiegel, nattere winters, hevige piekbuien en droge zomers. 

Duurzaam gebruik van water, bodem en ondergrond is gewaarborgd door rekening te houden met het functioneren van bodem en ondergrond als natuurlijk systeem. “Functies zijn en worden toegekend aan locaties die daarvoor van nature het meest geschikt zijn en passen (of zijn aangepast aan) bij de eigenschappen en karakteristieken van het bodem-watersysteem.”

Rivieren en beken hebben in 2050 meer ruimte gekregen. Er zijn maatregelen genomen tegen verzilting, daling van het grondwaterpeil en verontreiniging van wateren. Water wordt beter vastgehouden en drinkwaterbedrijven hoeven minder maatregelen te nemen voor het leveren van schoon water. Warmte wordt gewonnen uit water en rioolwaterzuiveringsinstallaties zetten maximaal in op hergebruik van afvalwater voor het winnen van grondstoffen.

In de Noordzee is ruimte geserveerd voor zandwinning en ruimte ingericht voor robuuste waterkeringen, in de vorm van sterke dijken en een verbrede kuststrook. 

Geen eindpunt
Tot zover het toekomstperspectief. “Het hier geschetste beeld van 2050 geeft daarbij richting, het is geen eindpunt”, aldus de visie. “Ook in 2050 zal Nederland niet af zijn.” Bovendien: ‘duurzaam vernieuwen’ van Nederland is een proces van de lange adem, staat geschreven. 

Er komen vijf Omgevingsagenda’s, voor elk van de landsdelen één. Het streven is om uiterlijk in het najaar van 2021 de Omgevingsagenda’s voor heel Nederland gereed te hebben. De landsdelen zijn: Oost (Overijssel en Gelderland), Noord (Groningen, Friesland, Drenthe), Zuid (Brabant en Limburg), Zuidwest (Zeeland, Zuid- Holland) en Noordwest (Noord-Holland, Utrecht en Flevoland). Ook komen er Gebiedsagenda’s Grotere Wateren: IJsselmeergebied, Zuidwestelijke Delta en Waddenzee/Waddengebied. 

Aan de NOVI is een Uitvoeringsagenda gekoppeld, die, als dat nodig is, jaarlijks zal worden geactualiseerd. Er wordt ingezet, aldus de agenda, op 'het behouden en reserveren van voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen en duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van zoetwater'. 

Bij het opstellen van omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en bij het nemen van projectbesluiten moet het waterbelang worden meegewogen. De vraag naar water wordt afgestemd op de beschikbaarheid van water. 'Waar dat nuttig is' wordt een grondwaterparagraaf opgenomen in gebiedsgerichte visies en plannen.

Dit alles krijgt zijn uitwerking in bestaande en nieuwe instrumenten zoals onder meer het Deltaprogramma dat dit jaar een herijking krijgt, het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP), het Programma Integraal Riviermanagement (IRM) en de verdere uitwerking van het Kustpact, aldus de agenda.

 

MEER INFORMATIE
Nationale Omgevingsvisie (PDF)
Uitvoeringsagenda (PDF)

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Bij de invoering van de WACC was destijds al bekend dat deze niet voldoende ruimte zou bieden bij een toename van de investeringsomvang. Dus de nu voorgestelde correctie is niet meer dan logisch. De noodzaak van een goede openbare drinkwatervoorziening voor de volksgezondheid staat immers niet ter discussie!
Op zichzelf zegt de overschrijding van risicogrenzen nog niets over de werkelijke risico's. Ook niet over cumulatie van risico's en wat voor effecten deze hebben op het aquatisch milieu. In zijn algemeenheid wordt verwezen naar onderzoek in het buitenland waaruit blijkt dat er effecten zijn op vissen (geslachtsverandering) en macrofaunagemeenschappen gerelateerd aan de aanwezigheid van effluent met medicijnresten. "Gezien de vergelijkbare gehalten van medicijnresten die in het Nederlandse oppervlaktewater worden gevonden, zijn die effecten ook in Nederland niet uit te sluiten". Zou juist daar niet meer onderzoek naar moeten worden gedaan?
In dit H2O-artikel staat inderdaad dat er liters zouden zijn vergeleken, maar dat klopt niet. In het RIVM-rapport is te lezen dat voor onkruidbestrijdingsmiddelen de hoeveelheid werkzame stof is vergeleken. Er is dus rekening gehouden met de hoeveelheid werkzame stof per middel en in het rapport kunt u per stof de ontwikkeling in de verkoopcijfers zien. Het klopt inderdaad dat je kg glyfosaat niet zomaar met kg organische zuren kunt vergelijken. Maar dat er een factor 16 over het hoofd is gezien, klopt niet.
Het rapport laat ook zien hoeveel verkochte eenheden er zijn per jaar per type middel. Hierin is er geen sterke afname in het aantal verkochte eenheden te zien. Maar ook hier geldt dat het middel met de ene werkzame stof mogelijk een andere verpakkingsgrootte heeft dan het middel met de andere werkzame stof. Kortom: zie voor meer details het RIVM-rapport. De reactie dat de toename van het gebruik aan insecticiden zou zijn veroorzaakt door de buxusmot is op basis van de beschikbare gegevens niet te onderbouwen, maar het zou best mee kunnen spelen. Mogelijk geeft een nader onderzoek hier meer duidelijkheid over.
Ik dacht dat dit al lang gebeurde bij 300+ zuiveringen in Nederland gebaseerd op het onderzoek van KWR? Is toch ook al een input voor het landelijke Corona Dashbord. Wat is hier anders aan ? Wordt er samengewerkt en voortgebouwd op het werk van KWR?
Te vrezen valt dat deze ideeën stranden op onbegrip en verwijten, want misschien zit alle benodigde kennis er in, maar het mist uiteindelijk draagvlak. De partijen achter de energie-ideeën in H2O zouden ook moeten kunnen melden dat intensief is meegedacht door de huidige gebruikers van het IJsselmeer. En dat is helaas niet het geval, en is ook niet simpelweg op te lossen door mee te liften op een natuurproject?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.