De norm voor de hoeveelheid lood in drinkwater gaat eind 2022 omlaag van 10 naar 5 microgram per liter. Daarmee volgt het kabinet het advies van de Gezondheidsraad. De nieuwe norm geldt voor zowel het punt van levering als aan de tap.

Het gezondheidsrisico van lood in drinkwater voor kwetsbare groepen staat al een tijdje behoorlijk in de belangstelling. De Gezondheidsraad schat in een in november 2019 uitgebracht advies dat enkele tienduizenden jonge kinderen en duizenden zwangere vrouwen worden blootgesteld aan hoge concentraties lood in het drinkwater. Ook constateert de raad op basis van onderzoek door het RIVM dat de schadelijkheid voor baby’s, kinderen en ook volwassenen groter blijkt dan eerder werd gedacht. Zo kan lood bij jonge kinderen leiden tot verminderde intelligentie.

De Gezondheidsraad pleit er daarom voor de huidige veilige geachte norm te verlagen van 10 naar 5 microgram lood per liter drinkwater. Het kabinet heeft besloten dit over te nemen. Dat laten de ministers Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) en Martin van Rijn (Medische Zorg en Sport; op 9 juli treedt hij terug als minister) weten in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer.

De nieuwe norm van 5 microgram lood per liter treedt eind 2022 in werking. Dit wordt meegenomen bij de aanpassing van de Drinkwaterregelgeving in verband met de implementatie van de Europese Drinkwaterrichtlijn. De norm geldt voor zowel het punt van levering (de verantwoordelijkheid van drinkwaterbedrijven) als aan de tap (de verantwoordelijkheid van eigenaren van woningen en gebouwen). Volgens de ministers lijkt de norm over het algemeen haalbaar, mits alleen goedgekeurde producten worden toegepast. 

Loden leidingen in oude woningen
Het loodgehalte in het Nederlandse kraanwater is gemiddeld erg laag met ruim 1 microgram per liter. Er zijn echter zo’n honderdduizend tot tweehonderdduizend woningen en andere gebouwen van vóór 1960, waar nog loden waterleidingen liggen die in gebruik zijn. Daar komen de meeste normoverschrijdingen voor. Er kunnen ook problemen voordoen met nieuwe installaties en kranen in de eerste maanden na ingebruikname en bij plaatsing van niet goedgekeurde materialen.

Aedes wil de nog aanwezige loden leidingen in sociale huurwoningen op korte termijn vervangen, al verwacht de koepel van woningcorporaties die amper aan te treffen. Ook zullen GGD’en gaan controleren op lood bij hun reguliere inspecties van scholen en kinderopvangcentra. Een uitdaging is om particuliere eigenaren van oude woningen en gebouwen te bewegen om loden waterleidingen te verwijderen. Tussen 1999 en 2005 konden zij gebruikmaken van een landelijke subsidieregeling, maar het kabinet is niet van plan die opnieuw te introduceren.

Uniforme communicatieboodschap
Het kabinet zet sterk in op communicatie en gerichte voorlichting om bewustwording bij mensen te stimuleren en hen een handelingsperspectief te bieden. Veel partijen communiceren daarover al, maar ieder op een eigen manier. Er is nu een eenduidige communicatieboodschap opgesteld richting eigenaren en huurders, waarbij de diverse aspecten van lood in drinkwater aan bod komen.

Zo wordt eigenaren aangeraden om alle loden waterleidingen te vervangen. Ook zal er in de communicatie veel aandacht zijn voor de mogelijkheid om kraanwater te testen via een stagnatiemeting (als het water een nacht heeft stilgestaan in de leiding). Dat kan onder meer via het eigen drinkwaterbedrijf of bij Het Waterlaboratorium.

Sanering door drinkwaterbedrijven
In de leidingnetten van de drinkwaterbedrijven zitten vrijwel geen loden leidingen meer na een grote saneringsoperatie tussen 1995 en 2005. Er zijn nog ongeveer 1.500 loden aansluitleidingen of delen daarvan onder de grond, die indertijd lastig te vervangen waren. De drinkwaterbedrijven hebben met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat afgesproken dat deze gevallen opnieuw worden beoordeeld. Dat kan tot sanering of alternatieve maatregelen leiden. De drinkwaterbedrijven streven ernaar om dit binnen twee jaar te voltooien.

 

Update 10-7
De Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin) heeft op 9 juli een bericht over de Kamerbrief geplaatst op de eigen site. Daarin wordt aangegeven wat de drinkwatersector doet. De link naar het bericht is hieronder toegevoegd.

 

MEER INFORMATIE
Kamerbrief over acties i.v.m. lood in drinkwater
Vewin over de Kamerbrief
H2O-interview met Hans de Groene (Vewin)
H2O-bericht over advies Gezondheidsraad 
H2O-bericht over peiling NOS bij gemeenten
H2O-bericht over aanpak in Amsterdam

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!