0
0
0
s2sdefault

De waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest gaan samenwerken met de arbiter aardbevingsschade. Afgelopen week tekenden ze daarvoor een overeenkomst.

Klantgerichtheid is voor de waterschappen de belangrijkste reden om samen te werken met de arbiter aardbevingsschade, vertelt Harm Kupers, secretaris-directeur van waterschap Hunze en Aa’s. “Bewoners die schade hebben door aardbevingen of bodemdaling, moeten niet van het kastje naar de muur worden gestuurd.”

Schade aan gebouwen of percelen in de gaswinningsregio kan ontstaan door een combinatie van oorzaken. Aardbevingen of bodemdaling kunnen het rechtstreekse gevolg zijn van de gaswinning, maar waterpeilmaatregelen van het waterschap kunnen ook tot bodemdaling leiden of soms juist het noodzakelijke gevolg daarvan zijn. Kupers: “De oorzaken en de effecten kunnen een heel complex beeld opleveren. Voor burgers is het heel goed om daarvoor bij één loket terecht te kunnen. Als betrokken partijen er niet samen uitkomen, is het voor burgers natuurlijk beter dat die samen voor de arbiter staan en niet rechtstreeks in gevecht gaan.”

Burgers of bedrijven die menen dat zij schade ondervinden door toedoen van het waterschap, kunnen om een vergoeding vragen bij de commissie nadeelcompensatie van het waterschap. Als het waterschap vindt dat de schade mede is veroorzaakt door een andere partij, probeert het waterschap er met die partij uit te komen. Als dat niet lukt, kan de zaak aan de arbiter worden voorgelegd. Ook aardgasproducent NAM kan binnengekomen claims aan de arbiter voorleggen als het bedrijf vindt dat er ook andere partijen bij moeten worden
betrokken.

“Wij geven in principe gehoor aan de uitspraken van de arbiter”, zegt Kupers. “We houden weliswaar onze bevoegdheid om van die uitspraak af te wijken als we dat echt noodzakelijk vinden, maar we hebben er vertrouwen in dat de arbiter de complexiteit van oorzaken en gevolgen meeweegt in zijn oordeel.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.