secundair logo knw 1

Een van de proefvakken op de Waddenzeedijk wordt ingezaaid met een nieuw grasmengsel. Foto Hunze en Aa's

Vier proefvakken op de Waddenzeedijk in Groningen en Friesland zijn vorige week ingezaaid met nieuwe grasmengsels. Onderzoek moet over vijf jaar uitwijzen of zij de dijk erosiebestendiger maken.

De proefvakken zouden aanvankelijk afgelopen augustus al worden ingezaaid, maar vanwege de droge zomer bleek dat niet haalbaar. Ook eerder dit voorjaar was de dijk nog te droog, vertelt Jan Lammers van waterschap Hunze en Aa’s. ''Nu durfden we het wel aan. De grond was al lekker warm en het heeft inmiddels gelukkig ook weer flink geregend.’’

Het onderzoek is onderdeel van de Project Overstijgende Verkenning (POV)-Waddenzeedijken, waarin de drie noordelijke waterschappen samen werken aan innovatieve dijkconcepten. Dit gebeurt onder de paraplu van het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

De Waddenzeedijk is op verschillende plekken afgetoetst vanwege de slechte grasmat. De vraag is of nieuwe grasmengsels, met betere beworteling, de dijk erosiebestendiger maken. Doordat er meer kruiden aan het grasmengel zijn toegevoegd, moet er ook meer biodiversiteit ontstaan.

Nepstormen
De vier proefvakken van circa 100 bij 25 meter worden ingezaaid met verschillende mengsels. Die zijn ontwikkeld door onderzoekers van onder andere de Radboud Universiteit, Wageningen University, Deltares en Arcadis.

Het gaat om locaties nabij de Carel Coenraadpolder bij Finsterwolde, het Chemiepark bij Delfzijl, de Emmapolderdijk ten westen van de Eemshaven en de Slachtedyk bij Oosterbierum. Bij het Chemiepark vindt geen beweiding plaats.

In november vorig jaar werden op deze plekken al golfoploopproeven uitgevoerd om de oorspronkelijke grasmat te testen. Over vijf jaar worden deze nepstormen herhaald, tussendoor worden de proefvakken ook uitgebreid gemonitord.

Lagere temperaturen
Het rapport van de nulmeting wordt binnenkort gepresenteerd. Volgens Lammers blijkt eruit dat de bestaande grasmat sterker is dan in de rekenmodellen werd aangenomen. Versterking is vanwege aangescherpte normen echter wel nodig, stelt hij. ''Door de zeespiegelstijging wordt de aanval vanuit de golven groter.’’

Daarnaast is het belangrijk om over een mengsel te kunnen beschikken dat ook bij lagere temperaturen snel aanslaat, legt hij uit. Dijkversterkingstrajecten moeten voor het stormseizoen zijn afgerond en het laatste wat dan gebeurt is het inzaaien van het gras. Dat moet dan nog wel een kans krijgen.

De bedoeling is ook dat een sterkere grasmat uiteindelijk geld bespaart. De inzichten uit het POV-onderzoek moeten leiden tot het opstellen van nieuwe of aangescherpte landelijke rekenregels.

 

MEER INFORMATIE
Nieuwsbericht Hunze en Aa
Gras waddendijken getest, deze week opnieuw heftige nepstormen

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Een goede zaak, om effluentwater te gebruiken in plaats van drinkwater voor de slibontwatering. Ik ken dit proces net, maar waarom heb je water nodig om slib te ontwateren? Klinkt mij vreemd in de oren.
Barry Madlener. Een man van grootse daden, w.o. motie tegen het dragen van hoofddoekjes en de verplichting voor moslimmeisjes om te moeten sporten met jongens. Dat schept hoge verwachtingen! 😱 OMG
Wat een slap verhaal over een mogelijke integriteitsschending. Als voormalig sectorhoofd bij verschillende waterschappen heb ik vele openbare aanbestedingen (klein en groot) moeten doen. Bij de meeste waterschappen zou een dergelijke aanpak nooit geaccepteerd zijn en ook bij andere overheden zoals provincies (waar ik eveneens ervaring heb) , ook niet. Wat is het toch moeilijk om gewoon een fout toe te geven! Daar is echt geen “integriteitsonderzoek “ voor nodig. Het is echt tijd dat bij deze organisatie de bezem er eens goed doorheen gaat! 
Bedankt Bas! Bij deze een link naar dat artikel: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32729940/  
Duidelijk artikel met interessante observaties!
Mbt referentie #2 zou het beter zijn te verwijzen naar Bil et al., 2021 (https://doi.org/10.1002/etc.4835).