Bij het uitbaggeren en verruimen van de Twentekanalen wordt met een meetnetwerk van peilbuizen de grondwaterstand gemonitord. Na het baggeren wordt in kwelgevoelige gebieden langs het kanaal een nieuwe bodemlaag aangebracht die kwel tegengaat. Dit schrijft Rijkswaterstaat. 

Advies- en ingenieursbureau Arcadis plaatst het meetnetwerk en verzorgt de monitoring om een goed beeld te krijgen van de grondwaterstanden voor, tijdens en na de werkzaamheden. De maatregelen zijn het resultaat van nieuw onderzoek naar de grondwaterbeheersing tijdens de opknapbeurt van de Twentekanalen.

De grondwaterbeheersing is een hoofdpijndossier geworden in het project. Er zijn veel onderzekerheden over. De eerste aanbesteding in 2017 liep erop stuk, omdat het plan van aanpak dat de combinatie Van den Herik-Boskalis Nederland ontwikkelde, ontoereikend was voor een adequate beheersing van het grondwater. 

Zwaar onderschat
Het gebied rondom de Twentekanalen is kwelgevoelig en een onafhankelijk onderzoek bevestigde dat de grondwaterrisico’s zwaar werden onderschat. Tegen het blad Cobouw zei de door Rijkswaterstaat geconsulteerde emeritus-hoogleraar Theo Olsthoorn: "Vooral de grondwaterbeheersing bleek problematisch. De bouwers zouden in hun voorstel de uitgediepte waterbodem maar gedeeltelijk met bentonietmatten bedekken, waardoor de te verwachten lek naar de omgeving slechts in geringe mate zou worden verminderd."

De tender werd ingetrokken en Rijkswaterstaat ging op zoek naar een nieuwe opzet, waarbij het tal van deskundigen consulteerde, onder meer van waterschap Vechtstromen. Belangrijkste conclusie: de damwanden moeten worden vervangen. Ze zijn te slecht voor renovatie, zoals het plan was. Een ‘onafhankelijke second opinion’ van Deltares bevestigde het nieuwe inzicht.

Minister Cora van Nieuwenhuizen stelde in maart van dit jaar 72 miljoen euro extra beschikbaar voor de vervanging van 14 kilometer damwand en de aanpak van de grondwaterproblemen. Door de wijziging wordt de tweede fase van het project flink duurder, deze wordt nu begroot op 180 miljoen euro.

Nieuwe aanbesteding
Rijkswaterstaat maakt zich op voor een nieuwe aanbesteding. Die moet in 2020 zijn gegund. In 2023 moet het werk klaar zijn.

Met het verruimen van de Twentekanalen wordt de diepgang en daarmee de belading van de schepen die over de Twentekanalen varen vergroot. Dit is naast een injectie in de regionale economie een duurzame stimulans voor het vervoer over water, wat bijdraagt aan vermindering van het transport over de weg, stelt Rijkswaterstaat. Het 63 kilometer lange kanaal loopt van Eefde (bij Zutphen) via Hengelo naar Enschede, met een aftakking naar Almelo.

Naast baggeren, verbreden en optimaliseren van de kanalen en kades voor de scheepvaart, steekt Rijkswaterstaat ook geld in het aanleggen van natuurvriendelijke oevers (13 kilometer), zogeheten uittreedplaatsen voor dieren (230) en voor mensen die in het water terecht zijn gekomen (100).

 

 

MEER INFORMATIE
Voorbereidingen nieuwe aanbesteding Twentekanalen in volle gang

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!