secundair logo knw 1

Verzekeraars willen weten welke schade zij kunnen verwachten bij wateroverlast l Foto Unsplash/Denise Jans

Extreme neerslag en overstromingen door dijkdoorbraken zijn niet alleen een zorg voor waterbeheerders, ook banken en verzekeraars worden erdoor geraakt. Met de bestaande risicomodellen kunnen zij echter niet goed uit de voeten en daarom is de Universiteit van Amsterdam (UvA) samen met Nationale Nederlanden een nieuw onderzoeksproject gestart: Flood Insurance en Risk Management (FIRM).

FIRM moet de financiële sector in Nederland helpen om de risico’s van overstromingen en extreme neerslag beter door te rekenen, zodat premies, kapitaalbuffers en investeringen aansluiten bij het werkelijke risico en niet onnodig hoog of juist te laag uitvallen.

Dat gebeurt wel als bijvoorbeeld verzekeraars zich baseren op kaarten waarin overstromingsrisico’s gecombineerd worden zonder rekening te houden met afhankelijkheden tussen deze scenario’s, legt FIRM-director Bas Kolen uit. "Dan kan het overstromingsrisico van dijkdoorbraken in Nederland zomaar tien keer te hoog worden ingeschat, omdat vooral de kans te hoog wordt ingeschat. En daar gaan we wel voor betalen."

Voor waterbeheerders zijn die kaarten en risicoschattingen prima bruikbaar, omdat zij kijken naar het functioneren van watersystemen, betoogde Kolen vorig najaar al in de oratie waarmee hij zijn ambt als bijzonder hoogleraar Enterprise Risk Management aan de UvA aanvaardde. 

Correlaties
Verzekeraars echter kijken naar hun portefeuille en willen vooral weten hoeveel woningen en bedrijven tegelijkertijd worden getroffen bij wateroverlast, wat de kans hierop is en tot welke schade dat leidt. "Dus wat is de kans op overstromingen in Nederland? Het klinkt heel gek, maar die vraag is nooit gesteld. In het waterbeheer kijken we vaak naar een polder of een dijktraject, waarop we een risicoanalyse toepassen", aldus Kolen. 

Wat in elk geval niet werkt, is alles bij elkaar optellen. "We moeten rekening houden met correlaties. Als een dijk op één plek faalt, neemt die kans op een andere plek af. En ook bijvoorbeeld met noodmaatregelen. Bij de inschatting van de faalkansen is hier geen rekening mee gehouden, waardoor die onrealistisch groot zijn. Vanuit waterbeheeroogpunt zijn deze keuzes verdedigbaar, gezien het belang van preventie. Voor ruimtelijke en financiële keuzes is de vraag of we deze overschatting ook willen maken, want dat leidt ook tot hogere kosten."

Volgens Kolen, die tevens wetenschappelijk directeur is van adviesbureau HKV lijn in water, hebben verzekeraars en banken daarom behoefte aan ‘realistische’ risicomodellen, zodat zij overstromingsrisico's op waarde kunnen schatten en ook kunnen bijdragen aan effectieve en betaalbare klimaatadaptatie. Door klimaatverandering worden die risico’s naar verwachting alleen maar groter. 

Voorkomen van schade
Samen met in elk geval vier promovendi gaat hij de komende vijf jaar onderzoeken welke gegevens daarvoor nodig zijn en hoe die tot betere voorspellingen kunnen leiden. Ook wordt gekeken naar de rol die verzekeraars kunnen spelen in het voorkomen en beperken van schade, bijvoorbeeld met waarschuwingen en door herstel na schade slimmer aan te pakken (‘building back better’). 

FIRM is een gezamenlijk initiatief van Amsterdam School of Economics van de UvA en verzekeraar Nationale-Nederlanden en wordt mede mogelijk gemaakt door een subsidie van TKI (Topconsortium voor Kennis en Innovatie) Deltatechnologie. 

Daarnaast werken de financiële sector (ING, Achmea, a.s.r., Zurich en Aon), de watersector (HKV, Witteveen+Bos, Deltares) en de overheid (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Verbond van Verzekeraars, STOWA, VNAB, NL AAA-Klimaatbestendig en DigiShape) eraan mee.

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

We mogen dankbaar zijn dat we in Nederland leiding-/kraanwater hebben. Feit is wel dat het optimaal zuiveren van rivier- en grondwater, om er 118 liter kraan-/drinkwater per persoon per dag van te maken, steeds moeilijker wordt.  Als theeproever ontdekte ik, reeds in 1981, dat water 90-99,9% zuiverder kan zijn dan leidingwater; thee bereid met zuiver water is onvergelijkbaar helderder, geuriger, smakelijker dan dezelfde thee bereid met regulier leidingwater.  
Het thuis (na)zuiveren van leidingwater met omgekeerde osmose apparatuur, 'gewoon' te tappen uit een kraan op het aanrecht, doe ik inmiddels 45 jaar en ervaar dat iedere dag als een ZEGEN met 5 hoofdletters en... zeker iet alleen voor thee. Bij alle zorgen, waar terecht veel aandacht voor is, wil ik een lans breken voor dit goede nieuws, voor deze optimale vorm van waterzuivering, die, in mijn visie, in mijn vaste overtuiging, vroeger of later, stap voor stap, steeds breder ingevoerd zal gaan worden. Centrale zuivering  en thuis (na)zuiveren kan naast elkaar bestaan en vullen elkaar prima aan. Het zal een enorme cultuurverandering worden... en die gaan (helaas) langzaam.
@Marco AlHet meeste water is niet het water dat we zien. Het meeste water zit in de bodem
Jaarlijks 4000 kilo PFAS-medicijnen via de slikkers in het riool.

98% daarvan kan onmiddellijk verboden worden, patenten zijn er af.
Een hele boeiende studie die de meerwaarde van het meewegen van het effect op de toekomst in de besluiten van vandaag laat zien. Binnen Min. IenW, Deltacommissaris en RWS heb ik hiervoor de methodiek Toekomst aan Tafel ontwikkeld. Deze methodiek bevat instrumenten die binnen het beleidsontwikkeling de impact op de toekomst tastbaar en concreet maken (zoals ook hierboven uitgebreid is gedaan voor de klimaatdijk), om zo mee te wegen in het besluit. Als je hier meer over wilt weten, kom vooral op de lijn. 
Interessante ontwikkeling! Ik ben benieuwd of bij doelsturing ook het benedenstroomse gebied waarin mogelijk strengere doelen gelden meegenomen wordt?