secundair logo knw 1

De Eerste Kamer tijdens het debat over de initiatiefwet geborgde zetels

Als de Eerste Kamer vandaag instemt met het geamendeerde wetsvoorstel geborgde zetels, dan is het niet realistisch dat de wet de komende waterschapsverkiezingen al van kracht is. Dat spiegelde minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat gisteravond de Senaat voor. Er is te weinig tijd meer om de wet tijdig in werking te laten treden, aldus de bewindsman. Wel is het mogelijk dat een deel van de wet, namelijk afschaffen van de verplichte geborgde zetel in het dagelijks bestuur, in te laten gaan.

Harbers reageerde op vragen uit de Eerste Kamer. Dat behandelde maandagavond het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Laura Bromet (GroenLinks) en Tjeerd de Groot (D66) over afschaffen van geborgde zetels in het bestuur van de waterschappen. In het debat werd de inhoudelijke discussie uit de Tweede Kamer over het wetsvoorstel nog eens overgedaan, met uiteenlopende standpunten over de effecten van het geamendeerde wetsvoorstel op het functionele bestuur van de waterschappen.

Met de initiatiefwet wilden Bromet en De Groot álle geborgde zetels afschaffen, maar in het debat in de Tweede Kamer moesten ze een wijzigingsvoorstel van de ChristenUnie accepteren waardoor de categorieën ongebouwd (landbouw) en natuurterreinen elk twee geborgde zetels behouden. De bedrijven raken hun geborgde zetels wel kwijt in het geamendeerde wetsvoorstel. Het is verder geen eis meer dat een geborgde zetel in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd is.

Kritisch beoordeeld
Het geamendeerde wetsvoorstel werd in de Senaat kritisch beoordeeld door VVD, CDA en SGP. Senator Joop Atsma (CDA) vroeg zich af hoe het mogelijk is dat Bromet en De Groot van gedachten zijn veranderd en instemden met het amendement van de ChristenUnie nadat hun principiële benadering over het afschaffen van de geborgde zetels ‘bij het oud vuil was gezet’. De CDA’er zei het zeer te betreuren dat met de initiatiefwet het beginsel belang-betaling-zeggenschap in het functionele bestuur van de waterschappen naar de achtergrond wordt gedrongen.

In een poging om het stelsel van de geborgde zetels intact te laten, stelde hij voor om binnen de categorieën landbouw, natuur en bedrijven aparte verkiezingen te gaan houden om kandidaten voor genoemde zetels te kiezen. De Groot noemde het idee van Atsma een interessant voorstel, maar suggereerde dat het CDA daar zelf het voortouw in neemt, een initiatief dat door de CDA-fractie in de Tweede Kamer dan zou moeten worden opgepakt.

Tegen het afschaffen van de verplichte geborgde zetel in het dagelijks bestuur had Atsma geen bezwaar. En dat gold voor de meeste fracties in de Senaat. Minister Harbers, die nog eens onderstreepte dat het kabinet neutraal is over de initiatiefwet, hield de Senaat voor dat het te krappe tijdspad voor de tijdige inwerkingtreding van de initiatiefwet, niet hoeft te gelden voor de bepaling dat de verplichte geborgde zetel in het dagelijks bestuur wordt afgeschaft. “Dat kan aangezien de coalitiebesprekingen pas na de verkiezingen plaatshebben.”

Niet realistisch
Voor het overige deel van de initiatiefwet geldt dat deze pas praktijk wordt tijdens de waterschapverkiezingen in 2027. Het is niet realistisch, zo schetste Harbers, dat de wet, als de Eerste Kamer ermee instemt, tijdig het goedkeuringsprotocol doorloopt en voorzien is van alle benodigde handtekeningen, zodat deze ‘ruim voor 19 december’, de dag waarop de politieke groeperingen moeten zijn geregistreerd bij het centrale stembureau, in werking treedt. In het snelste scenario zou met allerlei noodgrepen de wet op 15 december van kracht kunnen zijn, aldus Harbers. Als die datum wordt gehaald, dan is het te kort dag voor de registratiedatum van 19 december, stelde de bewindsman.

De schets van de minister was voor Saskia Kluit (GroenLinks) reden om een motie in te dienen waarin wordt gepleit voor een gefaseerde inwerkingtreding van de initiatiefwet, zodat de verplichte geborgde zetel in het dagelijks bestuur bij de komende verkiezing in maart wordt afgeschaft. Diederik van Dijk (SGP) diende mede namens het CDA, de VVD en Fractie Nanninga een motie in, waarin wordt verzocht om middels een zogeheten novelle (voorstel tot inhoudelijke wijziging van het wetsvoorstel) het bedrijfsleven de geborgde zetels in het algemeen bestuur te laten behouden.

Vanmiddag stemt de Eerste Kamer over de moties en het initiatiefwetsvoorstel.

 

LEES OOK
H2O Actueel: Bedrijfsleven vreest einde waterschappen

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Hoe bestaat het dat dit maar door gaat en dat de overheid zo lankmoedig ermee om gaat? Sleep de vervuilers voor de rechter overheid!!
Deze gegevens geven een goed overzicht en een schrikbarend beeld van de huidige situatie. De Volksgezondheid staat op het spel. Waarom is er geen inspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene die dit soort zaken bewaakt en binnen de rijksoverheid de plicht heeft en verantwoordelijkheid neemt tot nadere acties? Een dergelijke instantie is hard nodig en is van belang voor alle betrokken partijen incl. het bedrijfsleven. Ook voor de drinkwaterbedrijven moet het van groot belang zijn dat binnen de organisatie van de rijksoverheid een organisatie bestaat die de belangen van de drinkwaterbedrijven als onderdeel van de zorg voor de Volkgezondheid behartigt en een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft los van de politieke waan van de dag.
Ben benieuwd of dit ook werkt op PFAS en PFOA?
Je merkt uit reactie van riviergemeenten - achteruitgang van het landschap - dat geld van bebouwing in dit risicogebied toch zwaar telt. Als Rijkswaterstaat zou ik zeggen tegen die eigenaren: zwemdiploma is vereist voor alle bewoners, bij paniek wordt geen hulp geboden, uw verzekering en u als eigenaar zijn 100% voor schade zelf verantwoordelijk.
Wat ik mis in dit stuk, is hoe dit principe in andere landen wordt gehanteerd. En hoe de stoffenreeks en analyse frequentie in andere landen is. Ook dat heeft natuurlijk forse invloed op dit statische principe.  Mijn gevoel is (en ik heb toch al een aantal impact analyses gedaan in andere EU landen) dat we met het verlaten van dit principe een fors aantal plaatsen stijgen op de eu ranglijst waterkwaliteit. Wordt het daarmee beter, nee, wordt de kwaliteit slechter, ook nee. Moeten we onverlet doorgaan met emissiebeperking, zeker.